Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2000:AE2436

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-09-2000
Datum publicatie
29-05-2002
Zaaknummer
0992725899
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

rolnummer 2200119000

parketnummer 0992725899

datum uitspraak 21 september 2000

tegenspraak

GERECHTSHOF TE ’s-GRAVENHAGE

Meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

Gewezen op het hoger beroep, ingesteld door de verdachte tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage van 28 april 2000 in de stafzaak tegen

[verdachte]

geboren te 10 april 1958 op Izmir (Turkije),

thans gedetineerd in de penitentiare inrichting “De Schie” te Rotterdam

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 7 september 2000.

Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Bijlage:

Hij op 31 december 1999 te ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk met voorbedachten rade personen te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aanwezig in cafe “[naam]” gevestigd aan [adres] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

Met een vuurwapen ,

Kogels heeft afgevuurd in de richting van de achterzijde van genoemd cafe en

Met dat (automatisch) vuurwapen kogels afvurende, met dat vuurwapen heen en weergaande bewegingen heeft gemaakt en

(aldus) met dat vuurwapen, kogels heeft afgevuurd in de richting van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen.

De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

Nadere bewijsoverweging

Verdachte voelde zich na een conflict met de beheerder van het koffiehuis [ ] diep beledigd en getergd. Hij heeft het koffiehuis verlaten en is daarheen later teruggekeerd, voorzien van een vuurwapen dat hem –volgens eigen zeggen- door derden kort daarvoor op straat ter hand was gesteld. In het koffiehuis heeft hij vervolgens een aantal schoten afgevuurd, onder meer in de richting van de achterzijde van het koffiehuis, waarheen [slachtoffer 1] voornoemd en een bezoeker, [slachtoffer 2] waren gevlucht. Door aldus te handelen heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij [slachtoffer1] en [slachtoffer 2] zou treffen met –gelet op de aard van het gebruikte wapen- dodelijke gevolgen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Poging tot moord, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid ven de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De verdachte is in eerste aanleg terzake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte terzake van het tenlastegelegde (poging tot moord) zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig geweldsdelict. Hij heeft, om wraak te nemen voor hem aangedane aantasting van zijn eer, met een vuurwapen een aantal schoten afgevuurd in ene koffiehuis, waar een aantal personen aanwezig was. Hij heeft daarbij een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en veiligheid van derden.

Een delict als het onderhavige, gepleegd op klaarlichte dag in aanwezigheid van andere mensen, draagt een voor de rechtsorde schokkend karakter en daarnaast brengt het bij de burgers angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg.

Het hof is dan ook van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van na te melden duur een passende reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 57 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

VIER JAAR

Bepaalt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mrs Dusamos, Aler en Raven, in bijzijn van de griffier Van der Mark.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 september 2000.

De raadsheer Raven is buiten staat dit arrest te ondertekenen.