Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2000:AD9523

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-05-2000
Datum publicatie
01-08-2002
Zaaknummer
11-006026-99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

rolnummer 2200215799

Parketnummer 1100602699

ad informandum 1100602699

datum uitspraak 22 mei 2000

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep, ingesteld door de verdachte tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Dordrecht van 26 augustus 1999 in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in de penitentiaire Inrichting

"De Geniepoort" te Alphen aan den Rijn.

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 8 mei 2000.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

3. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

4. Bewezenverklaring

4.1 Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Bijlage

1.

hij op 27 februari 1999 te Dordrecht opzettelijk heeft afgeleverd en vervoerd (ongeveer) 400 gram cocaine, zijnde cocaine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op 27 februari 1999 te Dordrecht opzettelijk [slachtoffer 1] althans een persoon zich noemende [bijnaam slachtoffer 1] en [bijnaam slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet met een vuurwapen op het lichaam van vernoemd persoon geschoten, tengevolge waarvan voornoemd persoon is overleden;

3.

hij op 27 februari 1999 te Dordrecht ter uitvoering van het door verdachte voornomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen met een vuurwapen op voornoemde persoon heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

vervolg uitspraak

4.2 Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4.3 Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5. Bewijsvoering

5.1 Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

5.2 De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

6. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 2:

doodslag;

ten aanzien van feit 3:

poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

7. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. Strafmotivering

8.1 De verdachte is in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest, met beslissing omtrent het inbeslaggenomene als vermeld in het vonnis.

8.2 De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte terzake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren, met aftrek van voorarrest, met beslissing omtrent het inbeslaggenomene als vermeld in het vonnis.

8.3 Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

8.4 Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich -voorzien van een geladen

vuurwapen- bewust in een cocaïnedeal begeven. In dat kader heeft hij een substantiële hoeveelheid cocaïne uit Rotterdam meegenomen en in Dordrecht aan een ander ter hand gesteld.

In de woning waarin de overdracht van de cocaïne plaats vond, heeft verdachte op een gegeven moment -toen het om een ripdeal bleek te gaan- een van degenen die de ripdeal wilden plegen doodgeschoten, en een ander tot twee keer toe beschoten.

Het behoeft geen betoog dat het hier om zeer ernstige feiten gaat, temeer nu deze op klaarlichte dag in een woonwijk zijn gepleegd.

Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister, in het verleden met politie en justitie in aanraking is geweest, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

8.5 De verdachte heeft bij terechtzitting in hoger beroep erkend dat hij zich ook heeft schuldig gemaakt aan een ander niet ten laste gelegd feit. Dit feit is door het openbaar ministerie onder parketnummer 1100602699 bij deze strafzaak gevoegd met het oog op de aan de verdachte op te leggen straf.

Het hof heeft op dit feit acht geslagen bij de beslissing over de straf, waarbij het ervan is uitgegaan dat de verdachte terzake van dat feit niet afzonderlijk zal worden vervolgd.

8.6 Het hof is derhalve van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van na te melden duur passend en geboden is.

9. Beslag

De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten vier plakken en een staaf hashish, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij aan verdachte toebehoren en van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en zij kunnen dienen tot het begaan of voorbereiden van soortgelijke feiten en zij voorts zijn aangetroffen ter gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane feiten.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36d, 45, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

ACHT JAREN.

Bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer vier plakken en een staaf hashish.

Dit arrest is gewezen door mrs. Michiels van Kessenich, Hoogendam, Hamaker en Wurzer, in bijzijn van de griffier mr. Van Griensven.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 mei 2000.