Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2000:AD9355

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-11-2000
Datum publicatie
17-07-2002
Zaaknummer
1201500200
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer 2200116200

Parketnummer 1201500200

Datum uitspraak 15 november 2000

GERECHTSHOF TE ’s-GRAVENHAGE

Meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

Gewezen op het hoger beroep, ingesteld door de verdachte tegen het vonnis van de meervoudige kamer in de arrondissementsrechtbank te Middelburg van 26 april 2000 in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te Rilland-Bath 1951,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “De Boschpoort” te Breda.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 1 november 2000.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding.

Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 4 is tenlastegelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan op de wij ze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

1.

hij op tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 december 1991 tot en met 31 oktober 1997 te Kruiningen, gemeente Reimerswaal, telkens door feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

hebbende verdachte toen aldaar telkens zijn penis en een of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht;

en bestaande die feitelijkheden (telkens) hierin dat hij, verdachte, tegen die [slachtoffer] heeft gezegd

-dat zij tegen niemand er wat over mocht vertellen, anders zou hij in de gevangenis komen en zouden zij elkaar nooit meer zien en/ of

-dat haar moeder dan veel verdriet zou hebben en/ of

-dat zijn geest haar zou achtervolgen op het moment dat hij dood zou zijn en dat zijn geest haar dan gek zou maken en/ of

-dat “dit” het enige was wat hij nog had en dat zij hem dat niet af kon pakken en/ of

dat het juist goed was voor zijn hoofdpijn en hartritmestoornissen als ze seks hadden,

en (aldus) die [slachtoffer] (telkens) psychisch onder druk heeft gezet

2.

dat hij op tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 1984 tot en met 30 november 1991, te Rilland en Kruiningen, gemeente Reimerswaal, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige stiefkind, [slachtoffer] geboren op 31 oktober 1977, bestaande die ontucht (telkens) hierin dat hij, verdachte,

-zijn penis en/ of zijn tong en/ of een of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht en/ of

-zijn penis in de mond van die [slachtoffer] heeft gebracht en/ of

-die [slachtoffer] zijn penis heeft vast laten houden en/ of heeft laten aftrekken en/ of

-de borsten en/ of vagina van die [slachtoffer] heeft betast;

3.

hij op tijdstippen gelegen in og omstreeks de periode van 1 december 1991 tot en met 24 maart 1995 te Kruiningen, gemeente Reimerswaal, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handeling(en) die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] hebbende verdachte toen en aldaar (telkens) een of meer vinger(s) en zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd

en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld (telkens) hierin dat verdachte

-die [slachtoffer] in het gezicht heeft geslagen en/ of in de armen en/ of benen heeft geknepen en. Of die [slachtoffer] bij haar keel heeft vastgehouden en

-tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat ze haar mond moest houden, anders zou hij haar in elkaar slaan,

-en (aldus) (telkens) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair:

verkrachting, meermalen gepleegd;

feit2:

ontucht plegen met zijn minderjarig

stiefkind, meermalen gepleegd;

feit 3 primair:

verkrachting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De verdachte is in eerste aanleg terzake van het onder 1 primair, 2, 3 primair en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte terzake van het onder 1 primair, 2, 3 primair en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6

jaren, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking

genomen. Verdachte heeft gedurende een aanzienlij ke periode

een incestueuze verhouding gehad met zijn stiefdochters,

waarbij hij er niet voor is teruggedeinsd om één van hen met

geweld te bedreigen. Tevens heeft hij gedurende een langdurige

periode ontuchtige handelingen gepleegd met één van zijn

stiefdochters.

De incestueuze handelingen hebben plaatsgevonden met een grote

regelmaat in een heel kwetsbare levensfase van de

stiefdochters. In plaats van hen te beschermen, zoals van een stiefvader mag worden verwacht, heeft verdachte inbreuk

gemaakt op hun lichamelijke integriteit en heeft hij op grove

wijze misbruik gemaakt van de tussen hem en zijn stiefdochters

aanwezige vertrouwensrelatie. Verdachte heeft bij zijn

handelen uitsluitend oog gehad voor de bevrediging van zijn eigen seksuele lustgevoelens.

Met betrekking tot de door verdachte gepleegde zedendelicten kan als feit van algemene bekendheid worden aangemerkt, dat

slachtoffers van dergelijke delicten vaak nog lang ernstige

psychische gevolgen ondervinden van hetgeen hen is overkomen.

Al het vorenstaande in aanmerking genomen is het hof van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend en geboden is.

Ondanks dat de verdachte terzake van het onder 4 tenlaste gelegde wordt vrijgesproken, is het hof van oordeel, dat het dientengevolge opleggen van een lagere straf dan door de eerste rechter opgelegd en thans door de advocaat-generaal gevorderd, onvoldoende recht doet aan de door het hof in ogenschouw genomen omstandigheden.

Het is op deze grond dat het hof in dit opzicht een zwaardere straf zal opleggen dan door de eerste rechter is bepaald en door de advocaat-generaal is gevorderd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 242 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, en 3 primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde

strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

ZES JAREN.

Bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoer

legging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de

uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt

gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere

vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mrs. De Wild, Reinking en Herstel,

in bijzijn van de griffier mr. Van Slochteren.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof

van 15 november 2000.