Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:1999:AE9937

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-07-1999
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R9900408
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:1999:AF0448
Cassatie: ECLI:NL:HR:2000:AA4938
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2000:AA4938
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In eerste aanleg is het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen. X. heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis.

Het Hof is van oordeel dat niet aannemelijk is dat X. ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden te goeder trouw is geweest. Bovendien heeft X. niet de vrees kunnen wegnemen die er op grond van zijn handel en wandel in het verleden is ontstaan dat hij zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen.

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Het gerechtshof te 's-Gravenhage,

zesde civiele kamer,

heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:

X.,

(hierna te noemen: X. ),

wonende te P.,

appellant,

procureur : mr. W . Taekema,

Het geding

Bij verzoekschrift van 16 juni 1999 heet X. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 9 juni 1999, waarbij het verzoek tot toepassing dan de schuldsaneringsregeling is afgewezen.

Bij voormeld verzoekschrift heeft X. het hof verzocht het vonnis waarvan beroep te vernietigen en, opnieuw recht hem alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 juli 1999, waarbij X. is verschenen, bijgestaan door mr. A.G.H.M. Ganzeboom, advocaat te Capelle aan den IJssel.

Beoordeling van het hoger beroep

1. X. heeft schuldsanering verzocht ten aanzien van de in de verklaring als bedoeld in artikel 285 lid 1 onder e Fw genoemde schuldenlast van totaal f 3.426.939,- respectievelijk tot een totaal van f 664.597,-.

2. Gelet om de stukken van het geding en het verhandelde ter terechtzitting is het hof van oordeel dat het vonnis van de rechtbank moet werden bekrachtigd. Immers niet aannemelijk is dat X. ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden te goeder trouw is geweest. Het hof verwijst kortheidshalve naar het openbaar verslag ex artikel 73a van de Faillissementswet van 5 maart 1998 van de curator mr. K.W.H. Albert en daar diens brief van 3 juni 1999 aan mr. E.P. Breukelaar.

Bovendien heeft X. niet de vrees kunnen wegnemen die er op grond van zijn handel en wandel in het verleden is ontstaan dat hij zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 9 juni 1999.

Dit arrest is gewezen door mrs. Pieters, Vierhout en Laret en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.