Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:1999:AE9931

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-11-1999
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
99.432
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gedrag echtgenote van failliet: medeverantwoordelijk voor financiële gang van zaken tijdens faillissement.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Het gerechtshof te 's-Gravenhage,

tweede civiele kamer,

heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:

X.

wonende te P.,

appellante,

procureur: mr. E. Grabandt,

Het geding

Bij verzoekschrift van 26 augustus 1999 heeft X. tezamen met haar echtgenoot Y. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 18 augustus 1999, waarbij het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.

Bij voormeld verzoekschrift heeft X. het hof verzocht het vonnis waarvan beroep te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, haar alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.

Op 19 oktober 1999 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij de zaak is aangehouden om de curator in het faillissement van Y. op te roepen. Op de mondelinge behandeling van 26 oktober 1999 is X. verschenen, bijgestaan door mr. M.J. Blam, advocaat te Spijkenisse.

Beoordeling van het hoger beroep

1. X. stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat X. en haar echtgenoot ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden niet te goeder trouw zijn geweest althans nieuwe schulden hebben gemaakt. X. voert daartoe aan dat de problemen worden veroorzaakt door een te late betaling van zijn salaris c.q. ziektewetuitkering en daardoor zijn bepaalde rekeningen blijven liggen met betrekking tot de vaste lasten.

2. Bij de beoordeling van deze zaak stelt het hof voorop dat de rechtbank het verzoek van X., niet heeft afgewezen op grond van het ontbreken van goede trouw ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden, doch op grond van het oordeel dat nu Y. tijdens zijn faillissement aanzienlijke boedelschulden heeft doen ontstaan en X. mede invloed had op het uitgavenpatroon en in zoverre mede verantwoordelijk kan worden geacht voor het ontstaan van die schulden, er gegronde vrees bestaat dat zij haar uit de schuldsaneringsregeling voortkomende verplichtingen niet zal nakomen. Het hof verstaat de grief van X., aldus dat zij tegen dat oordeel van de rechtbank opkomt.

3 . Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het hof gebleken dat X. zeer nauw betrokken was bij de financiële gang van zaken in de huwelijksgemeenschap, dat zij in feite alle financiën regelde. Met de rechtbank is het hot van oordeel dat X. grote invloed had op het uitgavenpatroon en in zoverre mede verantwoordelijk moet worden geacht voor het ontstaan van de boedelschulden, voor het niet nakomen door Y. van de met de curator gemaakte afspraken en voor het aangaan van verplichtingen door Y., na de faillissementsdatum zonder toestemming van de curator.

4. Gelet op het voorgaande is het hof met de rechtbank van oordeel dat er gegronde vrees bestaat dat X. haar uit de schuldsanering voortkomende verplichtingen niet zal nakomen. Derhalve moet het bestreden vonnis worden bekrachtigd.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 18 augustus 1999.

Dit arrest is gewezen door mrs. De Boer, Gerritzen en Roemers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 november 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.

Bij afwezigheid van de voorzitter getekend door de oudste raadsheer.