Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:1999:AE9929

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-12-1999
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R9900743
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bijstandsfraude geen afwijzingsgrond in verband met omstandigheden van het geval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Het gerechtshof te 's-Gravenhage,

tweede civiele kamer,

heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:

X.

en

Y.

beiden wonende te P.,

appellanten,

procureur: mr R.P.A. Pohlkamp.

1. Het geding

Bij verzoekschrift ingekomen ter griffie van het hof op 3 november 1999 hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 27 oktober 1999, waarbij het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.

Bij voormeld verzoekschrift hebben appellanten het hof verzocht het vonnis waarvan beroep te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, hen alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 december 1999, waarbij appellanten zijn verschenen, bijgestaan door mr. R.P.A. Pohlkamp, advocaat te Delft.

2. De grond van het hoger beroep

1. Appellanten stellen dat de rechtbank ten onrechte overweegt dat gelet op de omvang van de schuld aan de Gemeente Delft in het totaal van het schuldenpakket en het beperkte tijdsverloop sedert het ontstaan van deze schulden, appellanten niet kunnen worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en zo op een relatief korte termijn een ontslag bewerkstelligd zou worden van schulden, welke niet te goeder trouw zijn ontstaan. Zij voeren onder meer aan dat er onvoldoende rekening is gehouden met de omstandigheden die geleid hebben tot de bijstandschuld en andere schulden, de sociale en psychische omstandigheden en hun inzet om de schulden te voldoen.

3. De beoordeling

3.1 Appellanten hebben schuldsanering verzocht van de in hun verklaringen als bedoeld in artikel 285 lid 1 onder e Fw genoemde gezamenlijke schuldenlast van totaal fl 56.721,96.

3.2 Uit de relatie van appellanten, die inmiddels in gemeenschap van goederen zijn getrouwd is in 1990 Z. geboren. In september 1993 is Z. uithuisgeplaatst. Tijdens een verblijf in een kindertehuis is de voogdij over Z. toegewezen aan de Stichting Jeugd en Gezin Delft. Met de voogd waren er vele problemen, mede over de bezoekregeling en het feit dat de Stichting Z. in een pleeggezin wilde plaatsen. Het leven van appellanten draaide hierdoor om het terugkrijgen van Z. en heeft ertoe geleid dat zij niet in staat waren aan andere zaken dan hun kind prioriteit te verlenen. Ook gaven zij veel uit aan de kosten van rechtsbijstand.

3.3 Na de uithuisplaatsing van Z. hebben appellanten het in psychisch opzicht moeilijk gehad. Hierdoor zijn problemen ontstaan in de relatie van appellanten en als gevolg daarvan verbleef X. onregelmatig in het huishouden van Y.. In deze periode van 17 augustus 1993 tot en met 30 juni 1995 hebben appellanten aan de gemeente geen mededeling gedaan van het feit dat zij - zij het met onderbrekingen - een economische eenheid vormden en naast een gezinsbijstandsuitkering inkomsten verkregen uit andere bronnen. Appellanten zijn hiervoor door de Kantonrechter te Delft veroordeeld tot terugbetaling van fl 42.827,15 aan de Gemeente Delft wegens ten onrechte genoten bijstandsuitkering.

3.4 Voor de bijstandsfraude zijn appellanten voor de strafrechter verschenen. De Officier van Justitie heeft in die procedure in zijn requisitoir gesteld dat in de omstandigheden van het geval, waarbij mede betrokken werd het problematische verleden van Y. , er aanleiding was om af te wijken van de richtlijn en heeft een schuldigverklaring zonder oplegging van straf geëist. De strafrechter heeft de bijstandsfraude van Y. wettig en overtuigend bewezen geacht en subsidiair heling (meeprofiteren) van X. bewezen geacht, maar heeft aan appellanten conform de eis geen straf of maatregel opgelegd.

3. 5 In mei 1996 hebben appellanten contact opgenomen met de Budgetwinkel te Delft voor begeleiding om een regeling met de schuldeisers te bewerkstelligen. Deze heeft echter maandenlang niets gedaan en zich teruggetrokken van een begeleiding om een schuldsanering te bereiken. Hierop heeft X. getracht om zelfstandig tot een regeling te komen met zijn schuldeisers Toen dit niet lukte hebben appellanten een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling bij de rechtbank ingediend. Daags nadat X. had vernomen dat appellanten waren afgewezen voor toepassing van die regeling door de rechtbank, heeft X. opnieuw contact opgenomen met de schuldeisers om te trachten alsnog een regeling te treffen. Ook vinden nog steeds maandelijkse aflossingen aan de Gemeente Delft plaats.

3.6 X. doet er als kostwinner alles aan om de kost te verdienen, aanvankelijk via een uitzendbureau en sinds enige jaren bij NKF Kabel te Delft. De huidige werkgever is zeer tevreden over de inzet van X.

3.7 Het feit dat de diverse zelfstandige pogingen van X. om te komen tot schuldsaneringsregelingen tot nu toe niet zijn

gelukt heeft grote invloed op het leven en welzijn van appellanten en hun zoontje. X. heeft ook grote zorgen voor de gezondheidstoestand van Y. en heeft af en toe gevreesd voor het levensmoe zijn van Y.

4.1 Het hof is van oordeel dat de schuld aan de Gemeente Delft van fl 42.827,15 op zichzelf niet te goeder trouw is ontstaan doch daarmee is nog niet gezegd dat in de onderhavige zaak de toepassing van de schuldsaneringsregeling achterwege dient te blijven. Het hof leidt uit enerzijds de bewoordingen van het tweede lid van artikel 288 Fw en uit de bedoeling van de wetgever bij de totstandkoming van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen af dat aan personen die in een problematische schuldenpositie zijn terechtgekomen de mogelijkheid kan worden geboden, om na een zekere periode weer met een schone lei te beginnen, waarbij door de wetgever geen weigeringsgronden zijn opgenomen die betrekking hebben op de aard en de omvang van de vorderingen. In zoverre staat het de rechter vrij alle omstandigheden mee te wegen.

4.2 Voor het hof wegen mee al de vorengenoemde omstandigheden welke gevoegd bij het vertrouwen dat er bestaat dat appellanten alles in het werk zullen stellen om hun schulden in de komende periode van drie jaar zoveel als mogelijk is af te lossen, alsmede in aanmerking genomen dat de schuld aan de Gemeente Delft het merendeel uitmaakt van de totale schuldenlast, voldoende grond opleveren om appellanten in de bijzondere omstandigheden van dit geval tot de schuldsaneringsregeling toe te laten.

4.3 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het bestreden vonnis dient te worden vernietigd en dat de schuldsaneringsregeling alsnog moet worden uitgesproken.

Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 27 oktober 1999;

en opnieuw rechtdoende:

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit;

verwijst de zaak ter verdere afdoening naar de rechtbank te 's-Gravenhage ter uitvoering van die regeling.

Dit arrest is gewezen door mrs. De Boer, Aukes-De Vries en Vlas en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 december 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.