Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:1999:AE9926

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-11-1999
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
99.584
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontbreken deugdelijke boekhouding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Het gerechtshof te 's-Gravenhage,

tweede civiele kamer,

heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:

X.

wonende te P.,

appellant,

procureur: mr. E. Grabandt,

Het geding

Bij verzoekschrift van 20 oktober 1999 heeft X. tezamen met zijn echtgenote Y. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 13 oktober 1999, waarbij het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.

Bij voormeld verzoekschrift heeft X. vonnis waarvan beroep te vernietigen en. opnieuw rechtdoende, hem alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 november 1999, waarbij X. is verschenen. bijgestaan door mr. M. J. Blom, advocaat te Spijkenisse.

Beoordeling van het hoger beroep

1. X. stelt dat de rechtbank zijn verzoek ten onrechte heeft afgewezen op grond van het feit dat hij ten aanzien van het onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest. Hij voert daartoe aan dat ook al had hij belastingaangifte gedaan en een deugdelijke boekhouding had bijgehouden de vordering van de Belastingdienst niet anders was geweest. Voorts voert hij aan dat de financiƫle middelen niet toereikend waren om aan de wettelijke verplichtingen te kunnen

2. Ter terechtzitting heeft X. erkend dat hij zonder enige kennis van de wettelijke verplichtingen terzake een onderneming heeft geƫxploiteerd. Het hof is van oordeel dat X. zich in dit verband niet kan verweren door zich er op te beroepen dat hij de belastingformulieren niet begrijpt en dat hij niet weet hoe hij een boekhouding moet bijhouden; het had zijn weg gelegen om zich hieromtrent goed te laten informeren. Nu X. dit heeft nagelaten en als gevolg hiervan schulden zijn ontstaan bij onder meer de Belastingdienst, Eneco en diverse plantenkwekers is het hof met de rechtbank van oordeel dat X. ten aanzien van het onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest. Ook al zou juist zijn de stelling van X. , dat als hij aan alle wettelijke verplichtingen had voldaan de situatie met betrekking tot zijn onderneming feitelijk niet anders zou zijn geweest, doet hieraan niet af.

3. Gelet op het voorgaande is het hot van oordeel dat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 13 oktober 1999.

Dit arrest is gewezen door mrs. Aukes-De Vries, Gerritzen en Hooykaas uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 november 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.