Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:1999:AE9925

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-11-1999
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
99.562
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Eenmanszaak op naam van verzoeker maar bedrijfsvoering door vriendin weliswaar niet zorgvuldig, maar desondanks niet verwijtbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Het gerechtshof te 's-Gravenhage,

tweede civiele kamer,

heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:

X.

wonende te P.,

appellant,

procureur: M.G. Cantarella,

Het geding

Bij verzoekschrift van 5 oktober 1999 heeft X. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 29 september 1999, waarbij het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.

Bij voormeld verzoekschrift heeft X. het hof verzocht het vonnis waarvan beroep te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, hem alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 november 1999, waarbij X. is verschenen, bijgestaan door mr. P. Vermeulen, advocaat te Rotterdam.

Beoordeling van het hoger beroep

1. X. stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij ten aanzien van het ontstaan van bedoelde schulden niet als te goeder trouw kan worden aangemerkt. Hij voert daartoe aan dat hem ten onrechte verwijten worden gemaakt met betrekking tot de bedrijfsvoering van de eenmanszaak die onder zijn naam werd gedreven en als zodanig stond ingeschreven. De bedrijfsvoering geschiedde door zijn ex-vriendin. Voorts heeft X. aangevoerd dat de periode waarin sprake is geweest van de op zijn naam gedreven eenmanszaak veel korter is geweest dan door de rechtbank wordt vermeld.

2. X. die als vrachtwagenchauffeur in loondienst op het buitenland reed en dus meestal afwezig was, had de bedrijfsvoering van de eenmanszaak (een viskraam) overgelaten aan zijn vriendin met wie hij destijds een affectieve relatie had en samenwoonde en die hij - achteraf ten onrechte - meende te kunnen vertrouwen. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is onder meer gebleken dat de eenmanszaak slechts 9 maanden heeft bestaan en dat het merendeel van de schulden is ontstaan gedurende deze periode. Gegeven voormelde omstandigheden heeft X. weliswaar strikt genomen niet zorgvuldig gehandeld door zich in het geheel niet te bemoeien met de gang van zaken rond de onderneming, maar daarvan kan hem in het licht van vorengenoemde omstandigheden niet een zodanig verwijt worden gemaakt, dat hij ten aanzien van de schulden die in het kader van de op zijn naam gestelde eenmanszaak zijn ontstaan en onbetaald zijn gelaten, als niet te goeder trouw dient te worden aangemerkt. Het hof neemt hierbij tevens in aanmerking dat ten tijde van het afsluiten van het doorlopend krediet bij de VSB-bank er van een zodanige inkomenssituatie sprake was dat deze het afsluiten hiervan toeliet.

3. Gelet op het bovenstaande en voorts in aanmerking genomen dat ter terechtzitting is gebleken dat de schuld aan PrimeLine Services B.V. tegen finale kwijting is voldaan, is het hof van oordeel dat het bestreden vonnis derhalve moet worden vernietigd en X. alsnog moet worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het vonnis van de rechtbank te Rotterdam van 29 september 1999;

en opnieuw rechtdoende:

- spreekt de toepassing van de schuldsanering uit;

- verwijst de zaak naar de rechtbank te Rotterdam ter uitvoering van die regeling.

Dit arrest is gewezen door mrs. Aukes-De Vries, Gerritzen en Hooykaas en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 november 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.