Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:1999:AE9831

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-06-1999
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
99/341
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betrokkenheid bij langdurige bijstandsfraude.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Het Gerechtshof te 's-Gravenhage

Tweede civiele kamer,

heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van:

X.,

(hierna te noemen: X),

wonende te P.

procureur: mr J.A. van Keulen.

Het geding

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 19 mei 1999, heeft X. hoger beroep ingesteld van het vonnis van de rechtbank van 12 mei 1999, waarbij het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.

Bij voormeld verzoekschrift heeft X. het hof verzocht het vonnis waarvan beroep te vernietigen, en opnieuw rechtdoende, X. alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.

De mondelinge behandeling bij het hof heeft plaatsgevonden op 1 juni 1999, waarbij X. niet is verschenen.

Namens X. is verschenen mr M.J. van der Veen, advocaat te Haarlem.

Beoordeling van het hoger beroep

De grief van X. strekt - zakelijk weergegeven - ten betoge dat de rechtbank zijn verzoek ten onrechte heeft afgewezen omdat zij aannemelijk acht dat de schuld van de partner aan de Gemeente P. terzake bijstandsfraude niet te goeder trouw is ontstaan of onbetaald gelaten. X. voert aan dat de door de rechtbank toegepaste regeling, artikel 288 lid 2 onder b, een discretionaire bevoegdheid betreft die ook bij kwade trouw toepassing van de saneringsregeling toelaat en stelt voorts dat er geen sprake is van bijstandsverlening aan hemzelf en dat niet is gebleken dat hij zelf te kwader trouw is geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van de schulden.

Voorts wijst X. ter ondersteuning van zijn stellingen op het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 9 maart 1999.

X. heeft schuldsanering verzocht ten aanzien van de in het verzoekschrift opgenomen schulden ad f 47.000 en de door de gemeente P. heeft inmiddels tegen verzoeker ingestelde verhaalsvordering ten bedrage van f 107.864,82.

Gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting acht het hof aannemelijk dat X. sinds 1990 (weer) samenwoonde met zijn ex-echtgenote Y en derhalve ervan op de hoogte moet zijn geweest dat zij tot voorkort ten onrechte uitkeringen ontving van de Sociale Dienst van de Gemeente P., zulks naast het inkomen dat X. verwierf. Derhalve is aannemelijk dat X. evenals zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de schuld aan de gemeente P. wegens bijstandsfraude niet te goeder trouw is geweest. Nu bovendien die fraude zich over een lange periode heeft uitgestrekt en eerst een einde heeft genomen door de aangifte door een familielid dient naar het oordeel van het hof, gelet op doel en strekking van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, het verzoek van X. te worden afgewezen. Het vonnis van de rechtbank dient dus te worden bekrachtigd.

Beslissing

Het Gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Dordrecht van 12 mei 1999.

Dit arrest is gewezen op 1 juni 1999 door mrs Uhlenbeck-Lagerweij, Aukes-de Vries en Simonis, in tegenwoordigheid van de griffier.