Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:1996:AA4363

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-11-1996
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
96/0005
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE

tiende enkelvoudige belastingkamer

19 november 1996

nummer 96/0005

UITSPRAAK

op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur, het Hoofd van de eenheid Particulieren van de Belastingdienst, betreffende na te noemen aanslag.

1. Aanslag en bezwaar

Aan belanghebbende is voor het jaar 1993 een aanslag in de inkomstenbelasting/premieheffing volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van / 89.066,=. Deze aanslag is, na daartegen door belanghebbende gemaakt bezwaar, door de In-specteur bij de bestreden uitspraak gehandhaafd.

2. Loop van het geding

2.1. Belanghebbende is van de bovenvermelde uitspraak in be-roep gekomen bij het Hof. In verband daarmede is van belang-hebbende door de griffier een griffierecht geheven van / 75,=. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevon-den te Q ter zitting van 8 oktober 1996, alwaar is verschenen belanghebbende, alsmede de Inspecteur. Belanghebbendes gemach-tigde heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overge-legd, waarvan de inhoud als hier ingelast moet worden aang-emerkt.

3. Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting ver-handelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet vol-doende weersproken, het volgende komen vast te staan:

3.1. Op 23 november 1992 heeft belanghebbende - als auteur - met A BV te R - als uitgever - een zogenoemd auteurscontract gesloten. Voor zover thans van belang luidt de tekst van dat contract aldus.

"ARTIKEL 1.

1.1 De auteur verleent de uitgever met uitsluiting van zich-zelf en alle anderen toestemming het door de auteur te vervaardigen werk, waarvan de titel voorlopig is vastge-steld op:

B

in boekvorm uit te geven.

1.2 (...).

ARTIKEL 2.

2.1 De uitgever verbindt zich het werk voor zijn rekening en risico uit te geven (...).

ARTIKEL 3.

3.1 De auteur zal als honorarium ontvangen een royalty van 8% van de verkoopprijs van de eerste 5000 verkochte exempla-ren (...).

3.2 Als niet terugvorderbaar voorschot op het in het eerste lid bedoelde honorarium ontvangt de auteur desgewenst bij inlevering van de volledig persklare kopij een bedrag van / 1500,-.

3.3 (...).

ARTIKEL 6.

De uitgever bepaalt de omvang van de oplage en de ver-koopprijs.

ARTIKEL 7.

7.1b De auteur zal de persklare kopij uiterlijk ultimo 1993 in handen van de uitgever stellen.

7.2 (...).

ARTIKEL 8.

8.1 De exploitatie en definitieve vormgeving van de uitgave in boekvorm berusten bij de uitgever. Hij is verplicht de uitgave naar behoren te verzorgen en de verkoop ervan te bevorderen.

8.2 De auteur zal in het werk als volgt worden aangeduid:

C D

(...).

ARTIKEL 11.

De auteur verbindt zich zijn medewerking tot het ver-schijnen van een soortgelijk werk niet te verlenen, in-dien hierdoor aan de uitgave van het hier overgedragen werk concurrentie zou worden of kunnen worden aangedaan, zulks op verbeurte (...) van een (...) boete (...)".

3.2. Te zamen met zijn echtgenote is belanghebbende in de pe-riode van half juni tot begin juli 1993 door S en T gereisd. Het doel van die reis was tweeledig: (1) het verzamelen van praktische informatie - zoals openingstijden van bezienswaar-digheden en plaatsbeschrijvingen - opdat de inhoud van het boek correct en up to date zou zijn en (2) het maken van fo-to's die als illustratiemateriaal moesten dienen.

3.3. In 1993 heeft belanghebbende van de uitgever ingevolge het bepaalde in artikel 3, lid 2, van het auteurscontract een voorschot van / 1.500,= ontvangen.

3.4. Het reishandboek B is in 1995 verschenen. In het boek zijn ongeveer 60 door belanghebbende gemaakte foto's afgedrukt.

3.5. In zijn aangifte, welke uitkwam op een belastbaar inkomen van / 83.166,=, bracht belanghebbende op zijn inkomsten als kosten van verwerving onder meer de kosten van de reis naar Italië tot een bedrag van / 5.750,= in mindering. Bij brief van 23 september 1995 heeft belanghebbende daarop een correc-tie aangebracht en heeft hij verzocht om een aftrek van / 5.260,=. Bij de vaststelling van de aanslag heeft de Inspec-teur de aftrekbare kosten onder meer met een bedrag van / 5.750,= gecorrigeerd en het belastbare inkomen vastgesteld op / 89.066,=.

4. Omschrijving geschil en standpunten van partijen

4.1. In geschil is of de kosten van de reis aftrekbaar zijn op grond van artikel 35 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet), zoals belanghebbende stelt, dan wel of zulks is uitgesloten, omdat die reis moet worden aangemerkt als een studiereis in de zin van artikel 36, lid 1, aanhef en onderd-eel j, van de Wet, zoals de Inspecteur betoogt.

4.2. Indien het gelijk is aan de zijde van belanghebbende, zijn partijen het erover eens dat het belastbare inkomen moet worden vastgesteld op / 85.300,=.

4.3. Belanghebbende heeft ter onderbouwing van zijn standpunt het volgende gesteld.

Uit het contract is af te leiden dat ik verplicht was het boek te schrijven. Met mijn uitgever ben ik later monde-ling overeengekomen dat ik de foto's voor het boek zou maken. Enerzijds was het doel van deze reis dus het maken van foto's ter illustratie van het boek. Anderzijds ter controle of bijvoorbeeld de openingstijden van de be-zienswaardigheden en de plaatsbeschrijvingen nog steeds in overeenstemming waren met de reeds bekende gegevens en voor het verzamelen van nieuwe bruikbare informatie voor het boek. Het doel van de reis was niet het vergroten van mijn kennis van het desbetreffende gebied. Ik had reeds voldoende kennis over dit gebied uit mijn voormalig be-roep van docent aardrijkskunde en geschiedenis, de eerde-re reizen die ik naar dit gebied heb gemaakt en de na-slagwerken die ik tot mijn beschikking heb gehad. Voor een reishandboek waarbij de informatie steeds aan veran-dering onderhevig is, spreekt het voor zich dat men ter plekke nagaat of de reeds in het bezit zijnde informatie nog "up to date" is. De Letter of Recommandation (bijlage 5 bij het beroepschrift) geeft aan dat de uitgever dit ook verwacht.

4.4. Daartegenover heeft de Inspecteur het volgende aang-evoerd.

Uit het contract leid ik niet af dat belanghebbende zich heeft verplicht tot het schrijven van het boek. Hij geeft uitsluitend toestemming tot het in boekvorm uitgeven van een door hem te vervaardigen werk. Er staat geen sanctie op het niet schrijven van het boek. Evenmin heeft hij zich verplicht tot het maken van foto's en het maken van de reis naar Italië. Uit het doel van de reis - de tekst correct en up to date te maken, plaatsbeschrijvingen te maken, nieuwe bruikbare inforatie te verzamelen en foto's te maken - leid ik af dat sprake is van een studiereis.

4.5. Het beroep strekt tot vermindering van de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van / 85.300,=. De In-specteur concludeert tot bevestiging van zijn uitspraak.

5. Overwegingen omtrent het geschil

5.1. Het Hof stelt voorop dat het reisboek belanghebbende naar verwachting belastbare inkomsten oplevert - het voorschot van / 1.500,= in 1993 en de royalty's in latere jaren - terwijl de reiskosten rechtstreeks verband houden met die inkomsten en dienden tot verwerving ervan. Het gaat dus om - in beginsel - aftrekbare kosten in de zin van artikel 35, lid 1, van de Wet.

5.2. Naar het spraakgebruik moet de reis naar Italië ongetwij-feld als een studiereis worden bestempeld. De vraag rijst dan of de overige omstandigheden van het onderhavige geval niette-min verhinderen dat de reiskosten onder de aftrekbeperking van artikel 36, lid 1, aanhef en onderdeel j, van de Wet vallen.

5.3. Blijkens de wetsgeschiedenis (MvT, TK 1988-1989, 20.873, blz. 11) is de grondslag van de aftrekbeperking gelegen in de wens van de wetgever om de aftrekbaarheid van zogeheten ge-mengde kosten te beperken, waaronder dienen te worden verstaan kosten die naast het zakelijke doel tevens het persoonlijke leven dienen. Uit hetgeen partijen over en weer ten aanzien van de reiskosten hebben aangevoerd, leidt het Hof af dat be-langhebbende uit die kosten het privédeel heeft geëlimineerd, zodat slechts de zakelijke kosten overblijven.

5.4. Voorts blijkt uit de wetsgeschiedenis (MvT, TK 1988-1989, 20.873, blz. 28) dat de wetgever met name het oog heeft gehad op evenementen met een voor de deelnemers veelal vrijblijvend karakter. Belanghebbende, op wie de bewijslast rust, heeft met hetgeen hij heeft aangevoerd aannemelijk gemaakt dat de reis niet vrijblijvend was. Het Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat uit het auteurscontract moet worden afgeleid dat, tegenover de verplichting van de uitgever tot publicatie, be-langhebbende verplicht was tot het schrijven van het boek. Gelet op aard en karakter van het reisboek is aannemelijk dat belanghebbende het boek met de grootst mogelijke zorgvuldig-heid diende samen te stellen en ervoor diende te zorgen dat de in het boek opgenomen reisinformatie up to date zou zijn. Evenzeer is daarom aannemelijk dat belanghebbende zich genoopt zag de reis naar Italië te maken.

5.4. Het Hof komt dan ook tot de conclusie dat de opgevoerde reiskosten niet onder aftrekbeperking vallen. De reis is dus geen studiereis in de zin van artikel 36, lid 1, aanhef en onderdeel j, van de Wet.

5.5. Het beroep is gegrond. Het belastbare inkomen moet dan ook op / 85.300,= worden vastgesteld.

6. Proceskosten en griffierecht

De Inspecteur moet in de aan de zijde van belanghebbende ge-vallen proceskosten worden veroordeeld. Daarbij gaat het om de kosten van de gemachtigde, die forfaitair worden bepaald op / 1.420 (2 punten maal / 710 met wegingsfactor 1). Ook moet de Inspecteur belanghebbende het betaalde griffierecht van / 75 vergoeden.

7. Beslissing

Het Gerechtshof:

- vernietigt de uitspraak waarvan beroep;

- vermindert de aanslag tot een, berekend naar een belastbaar inkomen van / 85.300;

- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het beroep, aan de zijde van belanghebbende gevallen en vastgesteld op / 1.420, onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden; en

- gelast de Inspecteur aan belanghebbende te vergoeden het voor deze zaak gestorte griffierecht ad / 75.

Aldus vastgesteld door mr. J.W. Ilsink, vice-president, en door deze in het openbaar uitgesproken ter zitting van het Gerechtshof te 's-Gravenhage op 19 november 1996, in tegen-woordigheid van de waarnemend griffier mr. I.M.C. Vandewall. Afschriften van de uitspraak zijn dezelfde dag aangetekend aan partijen verzonden.

(Vandewall) (Ilsink)

[Zie ook arrest HR nummer 32858 (red.)]