Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:1989:1

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-01-1989
Datum publicatie
13-11-2013
Zaaknummer
22-001068-88
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Levenslange gevangenisstraf opgelegd in 1989. Het hof heeft overwogen dat de verdachte een roofoverval heeft opgezet waarbij van tevoren het gebruik van geweld was ingecalculeerd; dat de verdachte in het kader van een eerder beraamde overval reeds te kennen had gegeven niet terug te schrikken voor het om het leven brengen van mogelijke getuigen;

dat, nadat de verdachte [slachtoffer 1] tevergeefs om geld had gevraagd, deze op gruwelijke wijze door vele messteken is gedood;

dat daarna, volgens daartoe genomen besluit, de echtgenote en de kinderen een meisje van 5 jaar en een baby van ongeveer 6 weken eveneens op een afgrijselijke manier om het leven zijn gebracht;

dat verdachte zich niet heeft ontzien zijn slachtoffers in de slaap te overvallen.

dat de verdachte zich hij het nastreven van eigen belangen niet heeft laten weerhouden over het hoogste rechtsgoed, het leven van andere mensen te beschikken;

dat deze feiten niet alleen de familie, de vrienden en de Chinese gemeenschap in Nederland hebben geschokt, doch ook de Nederlandse samenleving ernstig in beroering hebben gebracht;

dat het hof op grond van het vorenoverwogene van oordeel is dat uitsluitend een levenslange gevangenisstraf te dezen passend en noodzakelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak: 30 januari 1989

rolnummer 22-001068-88

parketnummer 10-007856-87

type 8000/EP

HET GERECHTSHOF TE ‘s-GRAVENHAGE, achtste kamer, rechtdoende in hoger beroep in strafzaken;

GEZIEN het op 11 mei 1988 door de arrondissementsrechtbank te Rotterdam gewezen vonnis, waarbij

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Rotterdam,

ter zake van

1. “Doodslag, gevolgd van diefstal en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en gemakkelijk te maken”,

2., 3. en 4. “Moord, meermalen gepleegd”,

is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, met beslissingen omtrent inbeslaggenomen voorwerpen zoals nader in het vonnis omschreven;


GEZIEN de stukken van het geding, waaronder de akte van hoger beroep van de verdachte;

GELET op het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het op 24 oktober 1988 en op
16 januari 1989 in hoger beroep gehouden onderzoek;

GEHOORD de advocaat-generaal De Hoogh in zijn vordering het vonnis van de eerste rechter met aanvulling van gronden te bevestigen;

GEHOORD de verdachte en zijn raadsman mr Th. de Roos, advocaat te Amsterdam;

OVERWEGENDE, dat voormeld vonnis moet worden vernietigd omdat het zich daarmede niet verenigt;

OVERWEGENDE, dat aan de verdachte is telastegelegd hetgeen daaromtrent is vermeld in de hierna ingevoegde fotocopieën van de inleidende dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging;

Telastelegging

De verdachte wordt telastegelegd dat

1.

hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] gedrukt en/of een aantal malen, althans een maal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van voornoemde [slachtoffer 1] gestoken en of daarmede de keel van die [slachtoffer 1] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 1] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] gedrukt en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp een aantal malen, althans een maal in het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 1] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van die [slachtoffer 1] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 1] is overleden welke doodslag is gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van diefstal van geld en/of sieraden, welke diefstal hierin heeft bestaan dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte, toen daar met oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen geld en/of sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in ieder geval aan een of meer anderen dan aan verdachte of een mededader(s), althans van enig strafbaar feit en gepleegd is met het oogmerk om de uitvoering van deze diefstal, althans van dat strafbare feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of een of meer zijner mededaders van (deze diefstal, althans van) dat strafbare feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

MEER SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen althans hij verdachte in de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd,
de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] gedrukt en/of een aantal malen, althans een maal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van voornoemde [slachtoffer 1] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 1] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 1] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

NOG MEER SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat hij in de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of uit een woning aan de Statensingel 130, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld en/of sieraden geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], althans aan een of meer anderen dan hem verdachte of een mededader welke diefstal is voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld onder meer tegen [slachtoffer 1] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich zelf of andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, hebbende het geweld hierin bestaan, dat hij en/of een of meer zijner mededaders toen en daar een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] gedrukt hebben/heeft en/of een aantal malen althans een maal met een mes althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van voornoemde [slachtoffer 1] gestoken en/of daarmede de keel afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam hebben/heeft gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

2.

hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 198?, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 2] gedrukt en/of een aantal malen, althans een maal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van voornoemde [slachtoffer 2] gestoken en of daarmede de keel van die [slachtoffer 2] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 2] gestoken en of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 2] is overleden;

SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, de verdachte en of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 2] gedrukt en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp een aantal malen, althans een maal in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van die [slachtoffer 2] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 2] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 2] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 2] is overleden,
welke doodslag is gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van diefstal van geld en/of sieraden, welke diefstal hierin heeft bestaan dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte, toen daar met oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen geld en/of sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in ieder geval aan een of meer anderen dan aan verdachte of een mededader(s)

en/of

van moord en/of doodslag hierin bestaand dat hij verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte, toen en daar opzettelijk (en met voorbedachte rade) [slachtoffer 1] door messteken in het lichaam van die [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, althans van enig strafbaar feit en gepleegd is met het oogmerk om de uitvoering van deze diefstal en/of moord en/of doodslag, althans van dat strafbare feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of een of meer zijner mededaders van deze diefstal en/of moord en/of doodslag althans van dat strafbare feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren

MEER SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht

volgen:

dat hij tezamen en in vereniging met een of meer mededaders, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 2] gedrukt en/of een aantal malen, althans een maal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van voornoemde [slachtoffer 2] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 2] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 2] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 2] is overleden;

NOG MEER SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat hij in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of uit een woning aan de Statensingel 130, met het oogmerk van wederrechtelijke toeigening heeft weggenomen geld en/of sieraden geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], althans aan een of meer anderen dan hem verdachte of een mededader welke diefstal is voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld onder meer tegen [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of hij betrapping op heterdaad aan zich zelf of andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, hebbende het geweld hierin bestaan, dat hij en/of een of meer zijner mededaders toen en daar een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 2] gedrukt hebben/heeft en/of een aantal malen althans een maal met een mes althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van voornoemde [slachtoffer 2] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 2] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam hebben/heeft gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 2] is overleden;

3.

hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 3] van het leven heeft beroofd,
de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg een aantal malen, althans een maal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de keel en/of hals) van voornoemde [slachtoffer 3] gestoken en of daarmede de keel afgesneden in ieder geval daarmede in het lichaam van genoemde [slachtoffer 3] gestoken en of gesneden, tengevolge van welk snijden en/of steken voornoemde [slachtoffer 3] is overleden;

SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer 3] van het leven heeft beroofd, de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp een aantal malen, althans een maal in het lichaam (onder meer in of rond de keel en/of hals) van voornoemde [slachtoffer 3] gestoken en/of daarmede de keel afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van genoemde [slachtoffer 3] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk snijden en/of steken voornoemde [slachtoffer 3] is overleden, welke doodslag is gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van diefstal van geld en/of sieraden, welke diefstal hierin heeft bestaan dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte, toen daar met oogmerk van wederrechtelijke toëigening heeft/hebben weggenomen geld en/of sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in ieder geval aan een of meer anderen dan aan verdachte of een mededader(s)

en/of

van moord en/of doodslag hierin bestaand dat hij verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte, toen en daar opzettelijk (en met voorbedachte rade) [slachtoffer 1] door messteken in het lichaam van die [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd althans van enig strafbaar feit en gepleegd is met het oogmerk om de uitvoering van deze diefstal en/of moord en/of doodslag, althans van dat strafbare feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of een of meer zijner mededaders van deze diefstal en/of moord en/of doodslag, althans van dat strafbare feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

MEER SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer 3] van het leven heeft beroofd, de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk een aantal malen, althans een maal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de keel en/of hals) van voornoemde [slachtoffer 3] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 3] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 3] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk snijden en/of steken voornoemde [slachtoffer 3] is overleden;

NOG MEER SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat hij in de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of uit een woning aan de Statensingel 130, met het oogmerk van wederrechtelijke toëigening heeft weggenomen geld en/of sieraden geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], althans aan een of meer anderen dan hem verdachte of een mededader welke diefstal is voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld onder meer tegen [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich zelf of andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, hebbende het geweld hierin bestaan, dat hij en/of een of meer zijner mededaders toen en daar hebben/heeft een aantal malen althans een maal met een mes althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de keel en/of hals) van voornoemde [slachtoffer 3] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 3] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 3] hebben/heeft gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk snijden en/of steken voornoemde [slachtoffer 3] is overleden;

4.

hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 4] van het leven heeft beroofd, de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg een deken op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 4] gedrukt en/of met de hand(en) met kracht gewelddadig op de hals en/of de mond en/of de neus gedrukt en/of geknepen en/of een aantal malen, althans een maal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer rond de hals en/of de keel) van voornoemde [slachtoffer 4] gestoken en of daarmede de keel van die [slachtoffer 4] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 4] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk snijden en/of steken voornoemde [slachtoffer 4] is overleden;

SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer 4] van het leven heeft beroofd,
de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk een deken op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 4] gedrukt en/of met de hand(en) net kracht gewelddadig op de hals en/of de mond en/of de neus gedrukt en/of geknepen en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp een aantal malen, althans een maal in het lichaam (onder meer rond de hals en/of de keel) van voornoemde [slachtoffer 4] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 4] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 4] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk snijden en/of steken voornoemde [slachtoffer 4] is overleden welke doodslag is gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van diefstal van geld en/of sieraden, welke diefstal hierin heeft bestaan dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte, toen daar met oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen geld en/of sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in ieder geval aan een of meer anderen dan aan verdachte of een mededader(s)

en/of

van moord en/of doodslag hierin bestaand dat hij verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte, toen en daar opzettelijk (en met voorbedachte rade) [slachtoffer 1] door messteken in het lichaam van die [slachtoffer 1]) van het leven heeft beroofd, althans van enig strafbaar feit en gepleegd is met het oogmerk om de uitvoering van deze diefstal en/of moord en/of doodslag, althans van dat strafbare feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of een of meer zijner mededaders van deze diefstal en/of moord en/of doodslag, althans van dat strafbare feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

MEER SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer 4] van het leven heeft beroofd,
de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk een deken op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 4] gedrukt en/of met de hand(en) met kracht gewelddadig op de hals en/of de mond en/of de neus gedrukt en/of geknepen en/of een aantal malen, althans een maal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer rond de hals en/of de keel) van voornoemde [slachtoffer 4] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 4] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 4] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk snijden en/of steken voornoemde [slachtoffer 4] is overleden;

NOG MEER SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen:

dat hij in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of uit een woning aan de Statensingel 130, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld en/of sieraden geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], althans aan een of meer anderen dan hem verdachte of een mededader welke diefstal is voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld onder meer tegen [slachtoffer 4] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zich zelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, hebbende het geweld hierin bestaan, dat hij en/of een of meer zijner mededaders toen en daar een deken op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 4] gedrukt hebben/heeft en/of met de hand(en) met kracht gewelddadig op de hals en/of de mond en/of de neus hebben/heeft gedrukt en/of geknepen en/of een aantal malen althans een maal met een mes althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer rond de hals en/of de keel) van voornoemde [slachtoffer 4] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 4] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 4] hebben/heeft gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk snijden en/of steken voornoemde [slachtoffer 4] is overleden;

Vordering wijziging telastelegging

De officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, gezien de dagvaarding in de zaak tegen

[verdachte],
geboren te [geboorteplaats], [geboortedatum] 1958,
wonende te [adres],
thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Rotterdam,

van oordeel, dat de telastelegging als volgt behoort te worden gewijzigd

dat in feit 1 onder het nog meer subsidiair tenlastegelegde in regel 8 na de naam [slachtoffer 1] dient te worden opgenomen:
“en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]”
alsmede in regel 13, regel 16 en regel 19 dient dit te geschieden.

Voorts dient na regel 19 te worden opgenomen:
“en/of hebbende het geweld tegen [slachtoffer 4] tevens hierin bestaan dat verdachte en/of een of meer zijner mededaders toen en daar opzettelijk een deken op het hoofd van [slachtoffer 4] gedrukt en/of met de hand(en) met kracht gewelddadig op de hals en/of de rond en/of de neus hebben/heeft gedrukt en/of geknepen, tengevolge van welk drukken en/of knijpen voornoemde [slachtoffer 4] is overleden”

gezien art. 313 Wetboek van Strafvordering;

vordert, dat deze wijziging zal worden toegelaten.

Gedaan ter terechtzitting van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam op 13 januari 1988

Vordering wijziging telastelegging

dat in feit 4

onder primair in regel 15 na de woorden “van welk “
onder subsidiair in regel 14 na de woorden “van welk”
onder meer subsidiair in regel 14 na de woorden “tengevolge van welk“
onder nog meer subsidiair in regel 21 na de woorden “tengevolge van welk”
dient te worden ingevoegd: drukken en/of knijpen en/of

OVERWEGENDE, dat het hof niet bewezen acht hetgeen aan de verdachte onder 1. primair is telastegelegd, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken;

OVERWEGENDE, dat het hof als bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1. subsidiair, onder 2. primair, onder 3. primair en onder 4. primair telastegelegde bezigt:

1.

De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

In de nacht van 10 op 11 september 1987 was ik in de woning van het mij bekende gezin [gezinsnaam] gelegen aan de Statensingel 130b te Rotterdam. Naast [slachtoffer 1] bevonden zich daar toen ook diens vrouw [slachtoffer 2], de dochter [slachtoffer 3] en de baby [slachtoffer 4]. Op een gegeven moment verliet [slachtoffer 2] met de baby de woonkamer om naar bed te gaan. [slachtoffer 1] viel in de woonkamer in slaap. Omstreeks 01.00 uur ben ik naar beneden gegaan en heb ik ingevolge een vooraf gemaakte afspraak twee mannen de woning binnengelaten. Hun identiteit wens ik niet bekend te maken. Buiten het gezin [gezinsnaam] waren er dus drie mensen in het huis aanwezig. Op een gegeven moment zag ik [slachtoffer 1] bloedend gewond op de grond liggen. Ik voelde of hij nog leefde. Vervolgens is er enige tijd verlopen. Ik heb daarna gezien dat mevrouw [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] daar toen eveneens zijn gestoken met een mes. Ik heb bij alle slachtoffers steek- en/of snijwonden gezien. Ik heb de woning doorzocht. Ik heb een bedrag aan geld ter toeëigening weggenomen. Dat geld behoorde mij niet toe en ik had van niemand recht of toestemming gekregen dat geld weg te nemen en mij toe te eigenen. Ik begreep dat dit ook gold voor die andere twee personen.

2.

Een als bijlage M28 hij het hoofdproces-verbaal gevoegd - en voor conform concept gewaarmerkt -proces-verbaal nr. 20.964/1987 d.d. 30 oktober 1987, opgemaakt op ambtsbelofte c.q. ambtseed en ondertekend door J. Burg en R. Aartsen, beiden hoofdagent-rechercheur van gemeentepolitie te Rotterdam, dat onder meer inhoudt - zakelijk weergegeven -:

als de verklaring van de verdachte, op 29 oktober 1987 afgelegd tegenover de verbalisanten Burg en Aartsen:

Op 10 september 1987 te 22.00 uur ging ik naar de woning van [slachtoffer 1] te Rotterdam. Het plan was dat ik geld te leen vroeg aan [slachtoffer 1]. Als [slachtoffer1] geen geld zou geven, zouden wij hem beroven nadat hij was geblinddoekt en vastgebonden. Ik vroeg [slachtoffer 1] geld te leen. Hij vertelde mij dat hij geen geld had. Toen [slachtoffer 1] diep in slaap was pakte ik een kussen en duwde dit op het hoofd van [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] werd direct wakker en verzette zich. Een andere man had een mes in zijn handen. Hij had dat mes meegenomen. Terwijl ik het kussen op [slachtoffer 1] hield stak een andere man met kracht zijn mes in de borst van [slachtoffer 1]. Hij bleef doorsteken. Het waren een heleboel steken. Nadat [slachtoffer 1] was gestoken voelde ik nog aan hem of hij leefde. Ik zei toen het Chinese spreekwoord: “Ongekookte rijst wordt gaar. Daarmee bedoel ik dat gedane zaken geen keer nemen. Een andere man zei dat [slachtoffer 2] dan ook naar dood moest, omdat zij getuige was en mij had gezien. We gingen naar de slaapkamer van mevrouw [slachtoffer 2]. In het bed lag [slachtoffer 2] en naast haar, haar dochter [slachtoffer 3]. Ik nam een kussen en drukte dat op het gezicht van mevrouw [slachtoffer 2]. Tegelijkertijd stak een andere man met het mes op [slachtoffer 2] in. Hij bleef op haar lichaam insteken. Hierna gingen wij het huis doorzoeken naar geld. Toen wij in de slaapkamer aan het zoeken waren werd [slachtoffer 3] wakker. Een andere man pakte een mes en liep naar [slachtoffer 3]. Hij zei dat het kind mij misschien had gezien. Hij stak [slachtoffer 3] dood. Vervolgens gingen we verder zoeken. Op een gegeven moment was ik aan het zoeken in het ledikant waarin de baby lag te slapen. De baby werd wakker en ging huilen. Ik pakte de baby met twee handen bij haar hoofd beet en hield haar mond zeer goed dicht. Ik legde een deken op de baby. Een andere man stak de baby dood. Wij gingen hierna verder met het doorzoeken van het huis.

3.

Een als bijlage K7 bij het hoofdproces-verbaal gevoegd - en voor conform concept gewaarmerkt –proces-verbaal nr. 20.964/1987 d.d. 19 oktober 1987, opgemaakt op ambtsbelofte en ondertekend door J. Burg en W.F. van der Waal, beiden hoofdagent-rechercheur van gemeentepolitie te Rotterdam, dat onder meer inhoudt – zakelijk weergegeven -:

als verklaring van [getuige], op 19 oktober 1987 afgelegd tegenover de verbalisanten Burg en Van der Waal:

Toen ik omstreeks juli 1987 met [verdachte] sprak over een beroving zei hij mij letterlijk: “Desnoods zal ik ze allemaal dood maken, zodat er geen enkele getuige over is, dan ben ik overal van af”.

4.

Een als bijlage A3 bi] het hoofdproces-verbaal gevoegd - en voor conform concept gewaarmerkt –proces-verbaal nummer 20.964/1987, op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakt door J.A. van den Berg en J. de Koning, beiden hoofdagent-rechercheur van gemeentepolitie te Rotterdam, gesloten en getekend op 13 september 1987, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten:

Op 11 september 1987 ging, ik, Van den Berg, naar de woning aan de Statensingel 130b te Rotterdam. In de woonkamer van de woning trof ik het stoffelijk overschot aan van een man genaamd: [slachtoffer 1], geboren 28 september 1952 te [geboorteplaats], gewoond hebbende Statensingel 130b te Rotterdam. In de slaapkamer van de woning trof ik drie stoffelijke overschotten aan. Op het bed lagen de lichamen van respectievelijk: [slachtoffer 2], geboren 7 augustus 1955 te [geboorteplaats], gewoond hebbende Statensingel 130b te Rotterdam en [slachtoffer 3], geboren 9 augustus 1982 te Rotterdam, gewoond hebbende Statensingel 130b te Rotterdam. In een kinderledikant trof ik een zuigeling aan genaamd: [slachtoffer 4], geboren 24 juli 1987 te Rotterdam, gewoond hebbende Statensingel 130b te Rotterdam. Ter plaatse heb ik, Van den Berg, genoemde vier stoffelijke overschotten in beslag genomen. Op 12 september 1987 werden de lichamen van genoemde overledenen overgebracht naar de sectiekamer van het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium te Rijswijk, alwaar de lichamen ter beschikking werden gesteld van de aan dit laboratorium verbonden patholoog-anatoom Dr. Voortman. Dit transport werd door mij, Van den Berg, begeleid.

5.

Een als bijlage B4 bij het hoofdproces-verbaal gevoegd rapport nummer 87358/V068, d.d. 9 oktober 1987 opgemaakt door M. Voortman, arts en patholoog-anatoom bij het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium van het Ministerie van Justitie te Rijswijk als beëdigd deskundige, voor zover inhoudende:

Op 12 september 1987, heeft ondergetekende de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van:

[slachtoffer 1], geboren te [geboorteplaats] op 28 september 1952, ten einde na te gaan de oorzaak van diens dood en hetgeen verder van belang mocht blijken. Het lijk van [slachtoffer 1] voornoemd, werd mij deskundige aangewezen en daarna overhandigd door J.A. van den Berg, hoofdagent van de gemeentepolitie te Rotterdam. Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 1], oud 34 jaren, is het navolgende gebleken:

A. Er waren 52 steek- en snijwonden verspreid aan het hoofd, de hals, de borst, de buik, de rug, de armen en de benen. Twee van deze steek- en snijwonden aan de hals, vijf van de wonden aan de borst en drie van de wonden aan de buik hadden zeer ernstige verwondingen van onder meer de keel, het hart, de longen, de lever en de darmen veroorzaakt.

Het uiterlijk van de sub A genoemde steek- en snijwonden paste bij steekverwondingen zoals door steken met een mes kunnen worden toegebracht. Het oplopen van de steekwonden kan door traumatische shock het intreden van de dood verklaren.

Conclusie: [slachtoffer 1], oud 34 jaren, had verspreid aan het lichaam, 52 steek- en snijwonden opgelopen waarbij zeer ernstige verwondingen van onder meer de keel, het hart, de longen, de lever en de darmen waren opgeleverd. Het oplopen van de gebleken letsels heeft het intreden van de dood tot gevolg gehad.

6.

Een als bijlage B15 bij het hoofdproces-verbaal gevoegd rapport nummer 87360/V070, d.d. 13 oktober 1987 opgemaakt door M. Voortman voornoemd, voor zover inhoudende:

Op 13 september 1987, heeft ondergetekende, de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van: [slachtoffer 2], geboren te [geboorteplaats] op 7 augustus 1955, ten einde na te gaan de oorzaak van haar dood en hetgeen verder van belang mocht blijken. Het lijk van [slachtoffer 2] voornoemd, werd mij deskundige aangewezen en daarna overhandigd door J.R. van den Berg, hoofdagent van de gemeentepolitie te Rotterdam. Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 2], oud 32 jaren, is het navolgende gebleken:

A. Er waren 41 steek-snijwonden verspreid aan de hals, de romp en de ledematen. Twee van deze wonden waren diepe snijwonden overdwars aan de hals; in deze wonden doorsnijding van onder meer strottehoofd, slokdarm, halsaders en linker halsslagader. Verscheidene van de steekwonden bevonden zich in de hartstreek waarbij de wand van het hart op tenminste vijf plaatsen was geperforeerd. Verder waren in verscheidene steekwonden scherprandige letsels van onder meer de rechter long, de rechter koepel van het middenrif, de lever en de maag opgeleverd. Het uiterlijk van de sub A. genoemde steek- en snijwonden had het uiterlijk van wonden zoals door steken met een mes kunnen worden opgeleverd. Zowel de diepe snijwonden aan de hals als de steekwonden in het hart konden op zich het intreden van de dood verklaren. Het intreden van de dood is het gevolg geweest van traumatische shock opgeleverd door bloedverlies en orgaan- en weefselbeschadiging.

Conclusie: [slachtoffer 2], oud 32 jaren, had, verspreid aan het lichaam, 41 steek- en snijwonden opgelopen waarbij zeer ernstige verwondingen van onder meer halsstructuren, het hart, de rechter long, de lever en de maag waren opgeleverd. Het oplopen van de gebleken letsels heeft het intreden van de dood tot gevolg gehad.

7.

Een als bijlage B16 bij het hoofdproces-verbaal gevoegd rapport nummer 87359/V069, d.d. 9 oktober 1987 opgemaakt door M. Voortman voornoemd, voor zover inhoudende:

Op 12 september 1987, heeft ondergetekende, de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van: [slachtoffer 3], geboren te Rotterdam op 8 augustus 1982, ten einde na te gaan de oorzaak van haar dood en hetgeen verder van belang mocht blijken. Het lijk van [slachtoffer 3] voornoemd, werd mij deskundige aangewezen en daarna overhandigd door J.R. van den Berg, hoofdagent van de gemeentepolitie te Rotterdam. Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 3], oud 5 jaren, is het navolgende gebleken:|

A.1 Er was een diepe, dwarse, scherprandige wond overdwars aan de hals juist onder het strottehoofd. In deze wond waren alle belangrijke halsstructuren (slagaders, aders, zenuwen, luchtpijp en slokdarm) volledig gekliefd en de wond reikte op twee plaatsen in de halswervelkolom waarbij debovenste klieving tot in het ruggemergskanaal en tot in het voorste deel van het ruggemerg reikte.
De sub A.1 beschreven verwondingen hadden het uiterlijk van een snijwond zoals met een scherp mes kan worden toegebracht en waarbij, gelet op de beschadiging van de halswervelkolom op twee plaatsen, meer dan één snijbeweging werd gemaakt. Het oplopen van deze wond heeft door gebleken bloedverlies en orgaan- en weefselbeschadiging het intreden van de dood tot gevolg gehad.

Conclusie: [slachtoffer 3], oud 5 jaren, had verscheidene snij- en steekwonden opgelopen waarbij onder meer belangrijke halsstructuren en het voorste deel van het halsgedeelte van het ruggemerg waren gekliefd. Het oplopen van de gebleken letsels heeft het intreden van de dood tot gevolg gehad.

8.

Een als bijlage B17 bij het hoofdproces-verbaal gevoegd rapport nummer 87361/V071, d.d. 13 oktober 1987 opgemaakt door M. Voortman voornoemd, voor zover inhoudende:

Op 13 september 1987, heeft ondergetekende, de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van [slachtoffer 4], geboren te Rotterdam op 27 juli 1987 (liet hof leest 24 juli 1987, zijnde hier sprake van een kennelijke verschrijving), ten einde na te gaan de oorzaak van haar dood en hetgeen verder van belang mocht blijken. Het lijk van [slachtoffer 4] voornoemd, werd mij deskundige aangewezen en daarna overhandigd door J.A. van den Berg, hoofdagent van de gemeentepolitie te Rotterdam.

Samenvatting

Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 4], oud 6 weken, is het navolgende gebleken:

B. Aan de hals werd een diepe snijwond en diepe steekwond aangetroffen met klieving van onder meer de luchtpijp, de slokdarm en de halsaders.

C. Er waren kneus/schaafpiekjes van de huid aan het gelaat, vooral rond de neus en de mond. Er waren kneusplekjes beiderzijds zijwaarts in de huid van de hals. Er waren vlekkige bloedingen op en in halsspieren en op spieren tussen tongbeen en schildkraakbeen. Er waren stipvormige bloedinkjes in de huid van het voorhoofd, stipvormige bloedinkjes in de wand van het hartzakje, stipvormige bloedinkjes onder het buitenste hartvlies, stipvormige bloedinkjes onder de kapsel van de zwezerik, en forse stipvormige bloedingen onder de longvliezen.

De sub B. beschreven verwondingen hadden het uiterlijk van steek- en snijwonden zoals door steken en snijden met een mes kunnen worden toegebracht. De sub C. samengevatte letsels waren het gevolg van inwerking van uitwendig mechanisch geweld dat op de neus en mond een afsluitend karakter en op de hals een samendrukkend karakter kan hebben gehad. De beschreven stipvormige bloedinkjes passen bij een toestand van verstikking (asfyxie) zoals door een dergelijke geweldsinwerking kan worden opgeleverd. Het intreden van de dood kan worden verklaard door de combinatie van de gebleken geweldsinwerkingen (B en C), waarbij zowel het letsel sub B. als sub C. elk op zich tot het intreden van de dood had kunnen leiden.

Conclusie
Bij [slachtoffer 4], oud 6 weken, werd een diepe snij- en steekwond aan de hals en werden tekenen van inwerking van uitwendig mechanisch ten dele samendrukkend geweld op de hals, mond en neus aangetroffen. Het oplopen van de gebleken letsels heeft het intreden van de dood tot gevolg gehad.

OVERWEGENDE, dat de gebezigde bewijsmiddelen grond opleveren voor de navolgende vaststellingen en gevolgtrekkingen:

- verdachte heeft samen met twee anderen (wier identiteit hij niet heeft willen onthullen) een roofoverval beraamd op [slachtoffer 1], waarbij het in de bedoeling lag om [slachtoffer 1] te blinddoeken en te binden, teneinde daarna ongestoord op zoek te kunnen gaan naar weg te nemen geld en/of goederen;
- ter uitvoering van dit plan heeft de verdachte in de nacht van 10 op 11 september 1987 die twee mannen in de woning van [slachtoffer 1] toegelaten;
- vervolgens heeft de verdachte met één van hen [slachtoffer 1] van het leven beroofd toen hun aanvankelijke opzet om hem te blinddoeken en te binden klaarblijkelijk niet slaagde;
- deze doodslag is begaan om de voorgenomen diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;
- verdachte en beide andere mannen kwamen daarna in onderling beraad tot de conclusie dat mogelijke getuigen - hetgeen het hof verstaat als alle personen die hen hij de verwezenlijking van de voorgenomen diefstal (betrapping op heterdaad daaronder begrepen) op enigerlei wijze in de weg zouden staan - uit de weg geruimd moesten worden;
- dit besluit komt overeen met het reeds omstreeks juli 1987 bij de beraming van een eerdere - niet uitgevoerde - beroving door de verdachte uitgesproken voornemen;
- vervolgens hebben de verdachte en beide andere mannen, nadat [slachtoffer 1] van het leven was beroofd, nog enige tijd gewacht met het uitvoeren van dit besluit;
- onder deze omstandigheden moeten de in de telastelegging onder 2, 3 en 4, telkens primair omschreven handelingen worden aangemerkt als te zijn begaan na kalm beraad en rustig overleg;
- ingevolge dit tevoren genomen besluit heeft de verdachte vervolgens samen met één van beide mannen (hetzij steeds dezelfde, hetzij telkens een andere) daadwerkelijk mevrouw [slachtoffer 2] (feit 2) en [slachtoffer 4] (feit 4) om het leven gebracht;
- ten aanzien van deze slachtoffers heeft de verdachte zich derhalve schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging met een ander plegen van moord;
- het hof merkt hierbij nog op dat [slachtoffer 2] moest sterven omdat zij de verdachte had gezien en mitsdien nadien zou kunnen optreden als een hem belastende getuige;
- met betrekking tot [slachtoffer 4] gaat dit argument niet op, aangezien deze op grond van haar leeftijd (ongeveer 6 weken) geen reële bedreiging als getuige kon vormen; het hof gaat er echter van uit dat ook haar doodvonnis getekend was op het moment dat zij begon te huilen waardoor zij mogelijkerwijs de aandacht van omwonenden had kunnen trekken; het voorkomen hiervan moet geacht worden mede deel te hebben uitgemaakt van het door de verdachte en beide andere mannen genomen besluit;
- één van beide door de verdachte binnengelaten mannen heeft [slachtoffer 3] van het leven beroofd (feit 3), zulks omdat zij de verdachte mogelijkerwijs had herkend toen zij wakker werd;
- weliswaar was de verdachte in dit geval niet lijfelijk betrokken bij de levensberovende handelingen, doch niettemin behoort hij naar het oordeel van het hof te worden aangemerkt als “medepleger” van de moord op [slachtoffer 3]; daarbij heeft het hof het volgende in aanmerking genomen:
= verdachte had (zoals reeds is overwogen) al tevoren het voornemen om mogelijke getuigen te doden en hij heeft dit voornemen besproken met degenen die hij in de woning van de familie [gezinsnaam] heeft binnengelaten, welk plan zich toen heeft omgezet in een weloverwogen besluit;
= tussen de verdachte en de beide andere mannen bestond bij de uitvoering van dit besluit een zeer nauwe samenwerking die op niets anders was gericht dan op een zo compleet en grondig mogelijke verwezenlijking van de genomen beslissing;
= onder deze omstandigheden kan de toevallige factor dat de verdachte ten aanzien van [slachtoffer 3] geen handeling heeft verricht die rechtstreeks heeft bijgedragen aan haar dood, niet afdoen aan zijn aansprakelijkheid als “medepleger” van die gezamenlijk beraamde moord op [slachtoffer 3];

OVERWEGENDE, dat het hof voorts geen geloof hecht aan de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat hij geen actieve rol heeft gespeeld bij de slachtpartij;
dat deze verklaring immers wordt ontzenuwd door de hiervoren onder 2 weergegeven opgave van de verdachte;
dat het hof evenbedoeld betoog van de verdachte niet anders kan opvatten dan als een poging om zich als medeplichtige te bestempelen, ter zake waarvan hij niet wordt vervolgd, om aldus zijn verantwoordelijkheid voor hetgeen werkelijk is geschied, te ontlopen;

OVERWEGENDE, dat door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep ten verwere is aangevoerd dat hij bij zijn verhoor door de politie is mishandeld en dat hij zijn verklaringen bij de politie onder druk heeft afgelegd;

OVERWEGENDE, dat het hof dit verweer verwerpt, nu ter terechtzitting in hoger beroep niet aannemelijk is geworden dat de verdachte bij gelegenheid van de verhoren door de politie is mishandeld, terwijl voorts geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die grond geven voor de gevolgtrekking dat hij tegenover de politie niet in vrijheid heeft verklaard;

OVERWEGENDE, dat het hof, met verbetering van in de telastelegging voorkomende type- en taalfouten - door welke verbeteringen de verdachte niet in zijn verdediging is geschaad - door die bewijsmiddelen bewezen acht en de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte het hem onder 1. subsidiair, onder 2. primair, onder 3. primair en onder 4. primair telastegelegde heeft begaan, in dier voege dat

1.

hij tezamen en in vereniging met een ander in de nacht van 10 op 11 september 1987 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd:
de verdachte en zijn mededader hebben toen en daar opzettelijk een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] gedrukt en met een mes een aantal malen in het lichaam (onder meer in of rond de hals en de hartstreek en de longen) van die [slachtoffer 1] gestoken en gesneden, tengevolge van welk steken en snijden voornoemde [slachtoffer 1] is overleden
welke doodslag is gevolgd van diefstal van geld, welke diefstal hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander, toen daar met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld toebehorende aan een of meer anderen dan aan hem, verdachte, of zijn mededader, welke doodslag is gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van deze diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

2.

hij tezamen en in vereniging met een ander in de nacht van 10 op 11 september 1987 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd:
de verdachte en zijn mededader hebben toen en daar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 2] gedrukt en een aantal malen met een mes in het lichaam (onder meer in of rond de hals en de hartstreek en de long) van voornoemde [slachtoffer 2] gestoken en daarmede de keel van die [slachtoffer 2] afgesneden tengevolge van welk steken en snijden voornoemde [slachtoffer 2] is overleden;

3.

hij tezamen en in vereniging met een ander in de nacht van 10 op 11 september 1987 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 3] van het leven heeft beroofd:
zijn mededader heeft toen en daar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg met een mes voornoemde [slachtoffer 3] de keel afgesneden tengevolge van welk snijden voornoemde [slachtoffer 3] is overleden;

4.

hij tezamen en in vereniging met een ander in de nacht van 10 op 11 september 1987 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 4] van het leven heeft beroofd:
de verdachte en zijn mededader hebben toen en daar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg een deken op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 4] gedrukt en met de handen met kracht gewelddadig op de hals en de mond en de neus gedrukt en met een mes in het lichaam (rond de hals) van voornoemde [slachtoffer 4] gestoken en daarmede de keel van die [slachtoffer 4] afgesneden tengevolge van welk drukken en/of snijden en steken voornoemde [slachtoffer 4] is overleden;

OVERWEGENDE, dat tot die beslissing reden geven de feiten en de omstandigheden in die bewijsmiddelen vervat;

OVERWEGENDE, dat het hof niet bewezen acht hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard;

OVERWEGENDE, dat het bewezenverklaarde oplevert de misdrijven:

1. “

Medeplegen van doodslag gevolgd van diefstal door twee of meer verenigde personen en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken’, strafbaar gesteld bij de artikelen 288 junctis 311 en 47 van het Wetboek van Strafrecht,

2., 3. en 4. “Medeplegen van moord, meermalen gepleegd, telkens strafbaar gesteld bij de artikelen 289 juncto 47 van het Wetboek van Strafrecht;

OVERWEGENDE, dat de verdachte deswege strafbaar is;

OVERWEGENDE, dat na te noemen strafoplegging is in overeenstemming

met de aard van de feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn begaan en met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte gelijk van een en ander uit het onderzoek ter
terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken;

OVERWEGENDE, in het bijzonder met betrekking tot de strafoplegging:

dat de verdachte een roofoverval heeft opgezet waarbij van tevoren het gebruik van geweld was ingecalculeerd;
dat de verdachte in het kader van een eerder beraamde overval reeds te kennen had gegeven niet terug te schrikken voor het om het leven brengen van mogelijke getuigen;
dat, nadat de verdachte [slachtoffer 1] tevergeefs om geld had gevraagd, deze op gruwelijke wijze door vele messteken is gedood;
dat daarna, volgens daartoe genomen besluit, de echtgenote en de kinderen een meisje van 5 jaar en een baby van ongeveer 6 weken eveneens op een afgrijselijke manier om het leven zijn gebracht;
dat verdachte zich niet heeft ontzien zijn slachtoffers in de slaap te overvallen.
dat de verdachte zich hij het nastreven van eigen belangen niet heeft laten weerhouden over het hoogste rechtsgoed, het leven van andere mensen te beschikken;
dat deze feiten niet alleen de familie, de vrienden en de Chinese gemeenschap in Nederland hebben geschokt, doch ook de Nederlandse samenleving ernstig in beroering hebben gebracht;
dat het hof op grond van het vorenoverwogene van oordeel is dat uitsluitend een levenslange gevangenisstraf te dezen passend en noodzakelijk is;
dat het hof hierbij aantekent dat het noch in het op 28 maart 1988 door W.K.J. Hassing, psychiater bij het Pieter Baan Centrum omtrent de verdachte uitgebrachte rapport, noch in het overigens ter terechtzitting verhandelde aanwijzingen heeft gevonden in de richting van een verminderde mate van verwijtbaarheid die deswege zouden kunnen of dienen te leiden tot de oplegging van een lagere straf dan de met de ernst der feiten corresponderende levenslange gevangenisstraf;

GEZIEN mede de artikelen 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht;

RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP:

VERNIETIGT het vonnis waarvan hoger beroep;

VERKLAART niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. primair is telastegelegd;

SPREEKT hem daarvan vrij;

VERKLAART bewezen hetgeen hierboven bewezen is geacht;

VERKLAART de feiten strafbaar als opleverende de hierboven gekwalificeerde misdrijven;

VERKLAART de verdachte deswege strafbaar;

VEROORDEELT ter zake van de bewezenverklaarde en gekwalificeerde misdrijven de verdachte tot

LEVENSLANGE gevangenisstraf;

VERKLAART zich niet in staat tot het geven van een last omtrent de teruggave aan een met name genoemd persoon van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen;

VERKLAART niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. subsidiair, 2. primair, 3. primair en 4. primair meer of anders is telastegelegd, dan hierboven is bewezen verklaard;

SPREEKT hem daarvan vrij.

GEWEZEN door mrs Van Hasselt, raadsheer tevens voorzitter, De Sampayo Garrido-Nijgh en Van Dorst, raadsheren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier mr De Greef, die dit arrest hebben ondertekend en welk arrest is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 1989.