Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BY8090

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-12-2012
Datum publicatie
10-01-2013
Zaaknummer
200.084.818/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terechte opzegging kredietovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Arrest d.d. 18 december 2012

Zaaknummer: 200.084.818/01

GERECHTSHOF ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A., h.o.d.n. Bizner Bank,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres en verweerster in oppositie,

hierna te noemen: Bizner Bank,

advocaat: mr. H. Post,

tegen

1. de vennootschap onder firma Almere Taxi,

gevestigd te Almere,

2. [geïntimeerde 2] en

3. [geïntimeerde 3],

beiden wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden en eisers in oppositie,

hierna tezamen in enkelvoudsvorm te noemen: Almere Taxi c.s.,

advocaat: mr. J.B.M. Swart.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het verstekvonnis d.d. 9 december 2009 alsmede het op 5 januari 2011 in oppositie gewezen vonnis, uitgesproken door de rechtbank Zwolle-Lelystad.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 18 maart 2011 is door Bizner Bank hoger beroep ingesteld van genoemd op 5 januari 2011 in oppositie gewezen vonnis, met dagvaarding van Almere Taxi c.s. tegen de zitting van 5 april 2011. Bij memorie van grieven heeft Bizner Bank zes grieven tegen het vonnis aangevoerd, welke grieven Almere Taxi c.s. bij memorie van antwoord heeft bestreden. Ten slotte hebben partijen hun stukken aan het hof overgelegd voor arrest.

De beoordeling

1. Het gaat in deze zaak voor zover van belang om het volgende. Bij overeenkomst d.d. 15 mei 2008 is tussen enerzijds Bizner Bank en anderzijds Almere Taxi c.s. een overeenkomst tot stand gekomen waarbij Bizner Bank voor Almere Taxi c.s. een betaalrekening is gaan houden, aan welke betaalrekening een kredietfaciliteit was verbonden met een limiet van € 5.000,--. Tevens kreeg Almere Taxi c.s. van Bizner Bank de beschikking over de elektronische dienst On-line bankieren, en verschafte Bizner Bank aan Almere Taxi c.s. (o.m.) een creditcard.

2. Bizner Bank heeft op 12 december 2008 schriftelijk aan Almere Taxi c.s. meegedeeld dat zij (Bizner Bank) het krediet beëindigt, het volledige debetsaldo op de rekening opeist, alsmede de gehele bankrelatie beëindigt; zulks wegens een voortdurende ongeoorloofde overschrijding van de kredietlimiet, welke overschrijding in weerwil van daartoe strekkende verzoeken en sommaties van Bizner Bank door Almere Taxi c.s. niet ongedaan is gemaakt.

3. De rechtbank is Almere Taxi c.s. gevolgd in haar opstelling – zakelijk weergegeven – dat Bizner Bank jegens Almere Taxi c.s. disproportioneel heeft gehandeld en haar zorgplicht jegens Almere Taxi c.s. heeft verzaakt door niet eerst te waarschuwen alvorens over te gaan tot afsluiting van de elektronische diensten en “bevriezing” van de betaalrekening (zie dagvaarding in oppositie punt 6 alsmede r.o. 3.4 van het beroepen vonnis). Op die gronden heeft de rechtbank het verstekvonnis waarbij Bizner Bank in het gelijk werd gesteld, in oppositie vernietigd en alsnog de vordering van Bizner Bank afgewezen.

4. Waar Bizner Bank haar grieven heeft gericht tegen – in essentie – het oordeel van de rechtbank dat de handelwijze van Bizner Bank disproportioneel is, dat Bizner Bank de overstand gedurende enkele maanden heeft gedoogd, alsmede dat Bizner Bank met het oog op de gestage daling van de overstand niet zonder nadere waarschuwing had mogen overgaan tot blokkering van de rekening en de on-line aansluiting van Almere Taxi c.s., en voorts tegen het oordeel dat Bizner Bank door zulks toch te doen haar zorgplicht jegens Almere Taxi c.s. heeft verzaakt, zal het hof thans deze grieven tezamen bespreken.

5. Bizner Bank heeft in haar memorie van grieven (punt 27) een met rekeningafschriften ondersteund overzicht gegeven van de krediet-overstanden die zich hebben voorgedaan met betrekking tot de rekening van Almere Taxi c.s. vanaf de maand mei 2008 tot en met december 2008. Uit dat overzicht blijkt dat de rekening van Almere Taxi c.s. voortdurend een ongeoorloofde overstand vertoonde, zulks met uitzondering van de maand september die eindigde met een voor Almere Taxi c.s. beschikbare kredietruimte van € 57,86. Bedoeld overzicht is door Almere Taxi c.s. niet gemotiveerd bestreden waar zij in haar memorie van antwoord (punt 3) aanvoert dat zij niet kan ontkennen dat “op enkele momenten” een te hoog debetsaldo op de rekening is ontstaan.

Bizner Bank heeft voorts aangevoerd dat zij met betrekking tot die overstanden in de periode van juli 2008 tot december 2008 een zevental sommatiebrieven aan Almere Taxi c.s. heeft gezonden, alvorens over te gaan tot verzending van de brief d.d. 12 december 2008 waarin zij een einde maakte aan de overeenkomst.

6. Nadat Almere Taxi c.s. zich aanvankelijk op het standpunt stelde dat zij met betrekking tot de overstanden geen enkele waarschuwing van de zijde van Bizner Bank heeft gekregen, heeft zij in hoger beroep – “als gevolg van naspeuring in haar administratie” – erkend dat zij de brieven van Bizner Bank d.d. 17 november 2008, 1 december 2008 en 12 december 2008 heeft ontvangen (punt 31 van de memorie van antwoord). Voor het overige betwist Almere Taxi c.s. de ontvangst van wat zij noemt “het pakket van aanmaningen” dat voorafgaand aan de brief van 17 november 2008 door Bizner Bank zou zijn verzonden.

7. Deze laatste stelling zal het hof als niet-beslissend in het midden laten nu uit de stellingen van Almere Taxi c.s. blijkt dat tussen haar en (medewerkers van) Bizner Bank sprake is geweest van “veelvuldig telefonisch contact” (punten 17 en 20 van de memorie van antwoord) omtrent, naar het hof begrijpt, de debetstanden en de door Almere Taxi c.s. gestelde oorzaken daarvan. Uit de aanmaningsbrieven waarvan Almere Taxi c.s. wél de ontvangst erkent, blijkt dat daarin bij herhaling gewag wordt gemaakt van de noodzaak van het ongedaan maken van de ongeoorloofde overschrijding van de kredietlimiet en de consequenties die zullen worden verbonden aan het achterwege blijven daarvan (kortweg te weten: beëindiging van de gehele bankrelatie). In dat licht volgt het hof Almere Taxi c.s. niet in haar opvatting die er kort weergegeven op neerkomt dat sprake is geweest van een (te) rauwelijkse opzegging op 12 december 2008 van de bankrelatie die gekwalificeerd kan worden als een schending van de zorgplicht die op Bizner Bank als bank rust. In zoverre kan mitsdien niet gesproken worden van een disproportionele handelwijze van Bizner Bank.

8. Anders dan Almere Taxi c.s. voorts ingang tracht te doen vinden, is het hof van oordeel dat de gedingstukken geen toereikend aanknopingspunt bieden voor het oordeel dat sprake is van gedogen door Bizner Bank van de overstand, welk gedogen naar het hof begrijpt bij Almere Taxi c.s. het gerechtvaardigde vertrouwen zou hebben opgewekt dat Bizner Bank zou afzien van maatregelen jegens Almere Taxi c.s., of rechtsverwerking aan de zijde van Bizner Bank zou opleveren. Uit de brieven van Bizner Bank die Almere Taxi c.s. voorafgaand aan de beëindigingbrief van 12 december 2008 erkent te hebben ontvangen, blijkt immers dat Bizner Bank van Almere Taxi c.s. de aanzuivering van de ongeoorloofde overstand verlangt, terwijl in die brieven steeds wordt gerefereerd aan eerdere brieven met betrekking tot het ongeoorloofde karakter van de overschrijding van de kredietlimiet en de voor Almere Taxi c.s. nadelige gevolgen daarvan. De stelling van Almere Taxi c.s. dat Bizner Bank “te allen tijde” de situatie heeft gedoogd (memorie van antwoord punt 20 in fine), mist derhalve een genoegzame onderbouwing en staat op gespannen voet met de feiten.

9. Eerder bedoelde disproportionaliteit is evenmin gelegen in de door Almere Taxi c.s. aangevoerde omstandigheid dat de overschrijding van de kredietlimiet een afnemende tendens vertoonde (van ruim € 2.000,-- in de maand oktober tot ruim € 700,-- in december), nu daarmee nog steeds sprake is van een voortdurende en – mede in het licht van de kredietlimiet van € 5.000,-- – substantiële overschrijding die door Almere Taxi c.s. ondanks daartoe strekkende sommaties niet ongedaan werd gemaakt, terwijl zich eerder al vergelijkbare limiet-overschrijdingen hebben voorgedaan, te weten in de periode vóór september 2008.

10. Voor zover Almere Taxi c.s. in het verband van grief V ingang tracht te doen vinden dat de opzegging van de bankrelatie niet op 12 december 2008 doch eerst in januari 2009 heeft plaatsgevonden, overweegt het hof als volgt. De brief van Bizner Bank van 12 december 2008 bevat een ondubbelzinnige beëindiging van de bankrelatie tussen partijen, waar Bizner Bank meedeelt dat zij het krediet beëindigt, de rekeningen van Almere Taxi c.s. opheft, de passen blokkeert, en voorts het volledige debetsaldo opeist en aankondigt tot incasso over te gaan via haar deurwaarder. Daarmee is de bewering van Almere Taxi c.s. dat zij “van enige beëindiging niet op de hoogte (is) gebracht” zodat “feitelijk sprake (is) van een onaangekondigde beëindiging in januari 2009” (punten 33 en 34 van de memorie van antwoord), gelogenstraft.

11. Uitgegaan dient derhalve te worden van een beëindiging van de bankrelatie op 12 december 2008. Dat Almere Taxi c.s. na 12 december 2008 geen actief gebruik meer kon maken van de rekening maar nog wel inzage had in bij- en afschrijvingen en het saldo van de rekening, kan niet tot een ander oordeel leiden.

12. Almere Taxi c.s. heeft zakelijk weergegeven voorts nog aangevoerd dat de beëindiging van de bankrelatie door Bizner Bank van onwaarde is nu zij niet stoelt op de overeenkomst tussen partijen en de van die overeenkomst deel uitmakende algemene (bank)voorwaarden van Bizner Bank. In de eerste aanleg blijkt dit uit punt 6 van de verzetdagvaarding en het daarin (in algemene termen) vervatte beroep door Almere Taxi c.s. op het bepaalde in de “bijzondere afspraken” in de overeenkomst en de algemene voorwaarden, terwijl Almere Taxi c.s. in haar memorie van antwoord (punt 36-39) nader wijst op de artikelen 23, 24 en 26 van die algemene voorwaarden. In essentie komt de opstelling van Almere Taxi c.s. erop neer dat art. 24 van de algemene voorwaarden een – door Bizner Bank niet in acht genomen – opzegtermijn inhoudt van ten minste drie maanden, terwijl art. 26 van die voorwaarden waarin wordt gesproken van een onmiddellijke beëindiging, niet van toepassing is.

13. Bizner Bank heeft aangegeven (punt 12 van de memorie van grieven) dat zij de opzegging baseert op art. 26 lid 2 van de algemene voorwaarden. Dat artikel houdt (onder meer) in dat een krediet door de bank onmiddellijk kan worden beëindigd alsmede dat het debetsaldo terstond opeisbaar is indien de rekeninghouder in strijd handelt met “enige andere verplichting tegenover de bank”. Van dit laatste is sprake nu toch vast staat dat Almere Taxi c.s. geen gevolg heeft gegeven aan de sommatie tot aanzuivering van de overstand. In zoverre kan niet gesproken worden van een met de overeenkomst strijdige beëindiging van de bankrelatie. Overigens blijkt reeds uit meergenoemde “bijzondere afspraken” waarnaar Almere Taxi c.s. heeft verwezen, dat Bizner Bank “altijd bevoegd (is) producten en/of bankdiensten (…) in te trekken (en/of) te beëindigen (…)”.

14. Al het voorgaande brengt het hof tot de conclusie dat op 12 december 2008 sprake was van een regelmatige en niet-disproportionele opzegging door Bizner Bank van de bankrelatie met Almere Taxi c.s.. Voor zover de grieven eenzelfde conclusie verdedigen, treffen zij doel, en verder behoeven de grieven alsmede hetgeen Almere Taxi c.s. daar voorts nog tegenin heeft gebracht, geen verdere bespreking nu zulks geacht kan worden in het voorgaande reeds te zijn vervat of niet ter zake te dienen.

15. Met betrekking tot de omvang van de betalingsverplichting van Almere Taxi c.s. aan Bizner Bank, overweegt het hof als volgt. Bizner Bank keert zich met grief IV tegen de overweging van de rechtbank in het beroepen vonnis dat sinds december 2008 een zodanig bedrag op de geblokkeerde rekening is binnengekomen, dat van overschrijding van de kredietlimiet geen sprake meer is (vonnis r.o. 3.7 in fine). In dat verband beroept Bizner Bank zich op de bankafschriften die zij als productie 13 bij de memorie van grieven in het geding heeft gebracht, en voert zij aan dat pas een jaar na de opzegging van de overeenkomst zodanige geldsbedragen op de rekening waren binnengekomen dat sprake was van aanzuivering van de overstand.

16. Almere Taxi c.s. heeft de juistheid van de thans relevante bankafschriften niet in toereikende mate gemotiveerd weersproken. Zo heeft Almere Taxi c.s. in dit verband aangevoerd (memorie van antwoord punt 28) dat Bizner Bank niet aannemelijk heeft gemaakt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sedert december 2008 een zodanig bedrag is bijgeschreven dat van een debetstand geen sprake meer is. Daarmee miskent Almere Taxi c.s. evenwel dat de rechtbank in r.o. 3.7 van het beroepen vonnis niet sprak van een daling van de debetstand, doch van een daling van de overschrijding van de kredietlimiet. Mede gelet op de hierboven (in r.o. 5 en 9) al beargumenteerde omstandigheid dat uitgegaan dient te worden van het bestaan van een krediet-overstand in (o.m.) december 2008, volgt het hof Almere Taxi c.s. niet in haar inhoudelijk verder niet genoegzaam feitelijk onderbouwde opstelling waarmee zij kennelijk ingang tracht te doen vinden dat betwijfeld moet worden dat op 12 december 2008 sprake was van enige debetstand (memorie van antwoord punt 29), nu Almere Taxi c.s. hieraan slechts vermoedens en gedachtenconstructies ten grondslag heeft gelegd.

17. Daarmee staat thans vast dat Almere Taxi c.s. gehouden is om aan Bizner Bank enig – thans nog nader te bepalen – geldsbedrag in hoofdsom te betalen.

18. Bizner Bank heeft – in hoger beroep ongewijzigd –geconcludeerd tot betaling van een geldsbedrag in hoofdsom van € 6.831,27, kennelijk de per 1 december 2008 verschuldigd geworden debetstand op de rekening van Almere Taxi c.s.. Nu evenwel Bizner Bank eerst op 12 december 2008 betaling van deze hoofdsom heeft gevorderd, gaat het hof ervan uit dat wat de datum betreft sprake is van een kennelijke vergissing. Uitgangspunt voor verdere berekening van hetgeen Almere Taxi c.s. is verschuldigd, zal daarom zijn de hoofdsom (debetstand) per 12 december 2008.

19. Uit de gedingstukken volgt dat tussen partijen kennelijk in confesso is dat het saldo van de rekening van Almere Taxi c.s. ná 12 december 2008 nog aan wijziging onderhevig is geweest. Immers blijkt uit meergenoemde door Bizner Bank als productie 13 overgelegde rekeningafschriften dat nadien nog talrijke mutaties met betrekking tot de rekening zijn verwerkt, en ook Almere Taxi c.s. maakt in haar bespreking van grief IV (punt 29) gewag van bijschrijvingen die haars inziens nog op het debetsaldo in mindering moeten worden gebracht. Overigens spreekt Bizner Bank in punt 32 van de memorie van grieven met betrekking tot het saldo van die rekening van een “vertekend beeld” nu zij de vervallen rente na de incasso-overdracht aan haar deurwaarder niet meer op de rekeningafschriften heeft verwerkt.

Als gevolg van deze onduidelijkheden kan het hof thans niet overgaan tot integrale toewijzing van hetgeen Bizner Bank bij inleidende dagvaarding heeft gevorderd.

20. Daarom zal het hof Bizner Bank in de gelegenheid stellen een inzichtelijke, aan de huidige stand van zaken aangepaste en gemotiveerde berekening op te stellen met betrekking tot de omvang van de volgens Bizner Bank door Almere Taxi c.s. thans verschuldigde hoofdsom en de daarmee verband houdende nevenvorderingen, en deze berekening bij akte in het geding te brengen.

21. Almere Taxi c.s. zal daarna gelegenheid hebben om daarop bij akte te antwoorden.

In afwachting van de aktenwisseling zal het hof elke verdere beslissing aanhouden.

De beslissing

Het hof:

stelt Bizner Bank in de gelegenheid om bij akte te voldoen aan het bepaalde bij r.o. 20;

verwijst daartoe de zaak naar de rolzitting van 22 januari 2013 (ambtshalve peremptoir);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mrs. E.J. van Sandick, G.J. Knijp en R.F. Groos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2012.