Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BY5367

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-12-2012
Datum publicatie
12-12-2012
Zaaknummer
200.102.540/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De kantonrechter is geen tuchtrechter. Kantonrechter heeft buitengerechtelijke incassokosten afgewezen omdat kandidaat deurwaarder die een aanmaningsbrief heeft gestuurd een broer is van de crediteur. Hof vernietigt deze beslissing nu niet valt in te zien waarom deze niet-ambtshandeling in strijd zou zijn met hetgeen van een zorgvuldig handelend (toegevoegd-kandidaat) gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht, nog daargelaten waarom de kantonrechter aan zijn conclusie deze sanctie heeft verbonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Arrest d.d. 4 december 2012

Zaaknummer 200.102.540/01

(zaaknummer rechtbank: 358313\CV EXPL 11-1048)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellante],

gevestigd te Creil,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. K.N. Holtrop, kantoorhoudende te Lelystad,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

in hoger beroep niet verschenen.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 21 december 2011 door de sector kanton, locatie Sneek van de rechtbank Leeuwarden (verder: de kantonrechter).

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 2 februari 2012 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 28 februari 2012.

Bij de memorie van grieven zijn producties overgelegd. De conclusie van deze memorie luidt:

"bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, op bovenstaande gronden te vernietigen het vonnis van

21 december 2011 door de Rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Sneek tussen partijen gewezen, en, opnieuw rechtdoende, de vordering van appellante alsnog integraal toe te wijzen en geïntimeerde te veroordelen in de proceskosten van beide instanties."

Ten slotte heeft [appellante] de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

[appellante] heeft drie grieven opgeworpen.

De beoordeling

1. Als gesteld en erkend, dan wel niet (voldoende) gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de niet bestreden inhoud der overgelegde producties, staat tussen partijen het volgende vast:

- [appellante] heeft gedurende een aantal jaren voor [geïntimeerde] boekhoudkundige/administratieve werkzaamheden verricht en heeft daarvoor facturen aan [geïntimeerde] verzonden.

- Bij brief van 3 augustus 2010 heeft AGC Friesland (de incassogemachtigde van [appellante]) [geïntimeerde] aangemaand tot betaling van een elftal openstaande facturen, ten bedrage van totaal € 4.507,46 een en ander vermeerderd met verzuimrente en incassokosten (totaal € 5.296,10). De oudste factuur dateert van 30-09-2008 en de laatste van 30-06-2010. De aanmaning is namens AGC Friesland ondertekend door [medewerker AGC Friesland].

- Bij brief van 20 augustus 2010 heeft AGC Friesland [geïntimeerde] andermaal aangemaand tot betaling van de openstaande nota’s etc. Deze aanmaning is namens AGC Friesland ondertekend door [medewerker AGC Friesland 2].

- [appellante] heeft [geïntimeerde] op 31-12-2010 een creditnota gestuurd met betrekking tot declaratienummer [declaratienummer] en debiteurnummer [debiteurnummer], ten bedrage van € 2.249,99 (inclusief BTW).

- [appellante] heeft [geïntimeerde] op 17-02-2011 een rekeningoverzicht gezonden. Op dit overzicht komen alle hiervoor bedoelde facturen (tot een totaalbedrag van € 4.507,46) voor. De creditnota ad € 2.249,99 is daarop in mindering gebracht, zodat resteert een bedrag groot € 2.257,47.

- [vennoot van appellante] is één van de vennoten van [appellante]. Zijn broer [broer van appellante en in dienst bij AGC] is (als toegevoegd-kandidaat gerechtsdeurwaarder) in dienst bij AGC gerechtsdeurwaarders & incasso. Laatstgenoemde heeft namens AGC Friesland met [geïntimeerde] gecorrespondeerd over het treffen van een betalingsregeling ter zake van de nog openstaande facturen van

[appellante].

2. [appellante] heeft bij inleidende dagvaarding betaling gevorderd van de nog openstaande facturen, de rente en de incassokosten, totaal € 4.829,30 (€ 5.296,10 te verminderen met een ontvangen betaling van € 466,80).

3. De kantonrechter heeft het gevorderde bedrag toegewezen, verminderd met het bedrag van de creditnota van 31-12-2010 en de incassokosten. Het verweer van [appellante] (bij akte uitlating producties d.d. 17 augustus 2011) is als tardief door de kantonrechter gepasseerd. De incassokosten zijn afgewezen omdat de kantonrechter het feit dat [broer van appellante en in dienst bij AGC] namens AGC Friesland [geïntimeerde] heeft gemaand tot betaling van openstaande facturen van MK Adminstratie, waar zijn broer [vennoot van appellante] één van de vennoten is. De kantonrechter heeft de kosten van de procedure in eerste aanleg gecompenseerd, aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

4. [appellante] komt in hoger beroep op tegen de beslissing (en de daaraan ten grondslag liggende motivering) van de kantonrechter tot het in mindering brengen van de creditnota (grief 1), tegen de afwijzing van de incassokosten (grief 2) en tegen de kostencompensatie (grief 3).

Met betrekking tot grief 1:

5. [appellante] heeft bij haar laatste processtuk in eerste aanleg (de akte van 12 oktober 2011) gemotiveerd aangegeven dat de creditnota d.d. 31 december 2010, welke door [geïntimeerde] pas is overgelegd bij conclusie van dupliek in eerste aanleg en waarop [geïntimeerde] zich eerst in dat stadium van de procedure met zoveel woorden heeft beroepen, op een vergissing berust.

6. Niet valt derhalve te begrijpen waarom dit verweer van [appellante]s door de kantonrechter als tardief is aangemerkt, nu [appellante]s de desbetreffende reactie redelijkerwijs niet eerder had kunnen geven.

[appellante] geeft aan dat de creditnota betrekking heeft op een declaratienummer dat niet overeenkomt met de declaraties die aan [geïntimeerde] zijn verzonden en waarvan betaling wordt gevorderd. Daarnaast geeft zij aan dat de creditnota de debiteur met nummer 10174 betrof en dat deze per abuis aan de debiteur met nummer [debiteurnummer] ([geïntimeerde]) is verzonden en toegerekend. Tenslotte stelt zij een en ander recht te hebben gezet door [geïntimeerde] een brief met tekst en uitleg te sturen. Nu een en ander door [geïntimeerde] niet is weersproken, moet van de juistheid daarvan worden uitgegaan.

7. De grief treft doel. Het resterende deel van de vordering dient alsnog te worden toegewezen.

Met betrekking tot grief 2:

8. Hetgeen [broer van appellante en in dienst bij AGC] namens AGC Friesland ten behoeve van

[appellante]s heeft verricht (het pogen om een betalingsregeling tot stand te brengen en het namens AGC Friesland ondertekenen van een aanmaningsbrief) kan niet worden aangemerkt als een ambtshandeling (van een gerechtsdeurwaarder), zodat niet valt in te zien waarom een en ander in strijd zou zijn met hetgeen van een “zorgvuldig handelend (toegevoegd-kandidaat) gerechtsdeurwaarder mag worden gevergd.” Daar komt nog bij dat zonder nadere motivering, die ontbreekt en terzake waarvan ook onvoldoende is gesteld, niet valt in te zien waarom de consequentie van het door de kantonrechter gewraakte handelen zou moeten zijn dat de buitengerechtelijke incassokosten, welke onmiskenbaar zijn gemaakt, moeten worden afgewezen. De kantonrechter is hier naar het oordeel van het hof op de stoel van de tuchtrechter gaan zitten.

9. Nu [geïntimeerde] verder inhoudelijk op de buitengerechtelijke kosten geen verweer heeft gevoerd, komen deze alsnog voor toewijzing in aanmerking.

10. Grief 2 treft evenzeer doel.

Met betrekking tot grief 3:

11. Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de vordering van

[appellante] volledig had moeten worden toegewezen, zodat een kostencompensatie niet in de rede lag.

12. De grief treft doel en [geïntimeerde] zal alsnog worden veroordeeld in de kosten van de procedure in eerste aanleg.

Slotsom

13. Het beroepen vonnis zal worden vernietigd. Opnieuw rechtdoende zal het hof de vordering van [appellante] alsnog integraal toewijzen. [geïntimeerde] zal, als de in twee instanties in het ongelijk te stellen partij worden belast met de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep. In hoger beroep te begroten op 1 punt: tarief I.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis d.d. 21 december 2011, waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan [appellante] van een bedrag groot € 4.829,30 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag groot € 4.829,30 vanaf 11 mei 2011 tot de dag der voldoening;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in beide instanties, tot op heden in eerste aanleg begroot op € 291,31 aan verschotten en op € 270,-- aan salaris gemachtigde en tot op heden in hoger beroep begroot op € 374,17 aan verschotten en € 632,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

verklaart dit arrest uit voerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. K.E. Mollema, voorzitter, J.M. Rowel-van der Linde en A.M. Koene en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 4 december 2012 in bijzijn van de griffier.