Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BY1581

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-08-2012
Datum publicatie
30-10-2012
Zaaknummer
200.093.507
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Sanctie ter zake van “niet voldoen aan aanwijzing van bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaar.” De bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen als bepaald in artikel 82, eerste lid, van het RVV 1990, is louter bedoeld ter regeling van het verkeer. Nu de aanwijzing tot stoppen niet in verband daarmee is gegeven, is ten onrechte een sanctie opgelegd voor een gedraging met feitcode R630a.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 5:19, geldigheid: 2012-08-14
Besluit proceskosten bestuursrecht 2, geldigheid: 2012-08-14
Wegenverkeerswet 1994 160, geldigheid: 2012-08-14
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2012-08-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2013/48

Uitspraak

WAHV 200.093.507

14 augustus 2012

CJIB 146007139

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht

van 14 juni 2011

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 110,- opgelegd ter zake van “niet voldoen aan aanwijzing van bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaar” (feitcode R630a), welke gedraging zou zijn verricht op 25 augustus 2010 om 18.50 uur op de Korenbeurs te Veenendaal met het voertuig met het kenteken [AB-000-A].

2. De gemachtigde voert namens de betrokkene gedurende de procedure aan dat de oplegging van een administratieve sanctie onder de gegeven omstandigheden niet terecht is, daar de handeling die de betrokkene wordt verweten, niet onder de werking van de WAHV valt. De gemachtigde stelt dat uit de omstandigheden van het geval is gebleken dat de politieambtenaar, die zich op een fiets voortbewoog, de hem passerende bromfietser mondeling een bevel tot stoppen heeft gegeven. De fietsende politieambtenaar had zich op dat moment dan ook niet beziggehouden met het regelen van het verkeer en het gegeven bevel kon dus niet gebaseerd zijn op artikel 82 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De politieambtenaar had de kennelijke bedoeling om de bromfietser aan een verkeerscontrole te onderwerpen. Uit de rechtspraak blijkt dat stopbevelen ter verkeerscontrole zijn gebaseerd op artikel 160, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) en in zeer uitzonderlijke gevallen op artikel 5:19, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overtreding van artikel 160, eerste lid, WVW 1994 is niet opgenomen in de bijlage die bij de WAHV hoort en moet derhalve langs strafrechtelijk traject worden afgehandeld, aldus de gemachtigde.

3. De bij feitcode R630a behorende gedraging is een overtreding van het eerste lid, sub a van artikel 82 van het RVV 1990.

4. Artikel 82 van het RVV 1990 houdt in:

''1.Weggebruikers zijn verplicht de aanwijzingen op te volgen die mondeling of door middel van gebaren worden gegeven door:

a. de daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaren,

b. de militairen van de Koninklijke Marechaussee voor zover niet behorend tot de in onderdeel a bedoelde ambtenaren,

c. de daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaars, en

d. de personen die optreden tijdens de praktijklessen of het praktijkexamen in het kader van een opleiding tot verkeersregelaar of een cursus voor verkeersregelaars, voor de duur van deze praktijklessen of dit praktijkexamen en voor zover gebruikt wordt gemaakt van de bij ministeriële regeling voor verkeersregelaars voorgeschreven kleding.

2. Bij het geven van aanwijzingen door middel van gebaren worden, voor zover mogelijk, de in bijlage II vastgestelde aanwijzingen gegeven.

3. (…).''

5. Uit de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt - naast de in de beschikking vermelde datum, tijd en plaats van de gedraging - onder meer het volgende:

“Op donderdag 25 augustus 2010 omstreeks 18.50 uur bevond ik mij in uniform gekleed en met veiligheid en handhaving belast op de Hoofdstraat te Veenendaal. Omstreeks 18.50 uur zag ik dat een bestuurder van een bromfiets op een fietspad reed aan de Korenbeurs te Veenendaal. Ik gaf deze bestuurder een stopteken. Ik zag dat de bestuurder naar mij keek en vervolgens door reed.”

6. Het hof overweegt dat de bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen, als bepaald in artikel 82, eerste lid, van het RVV 1990, louter is bedoeld ter regeling van het verkeer. Hoewel de vorm waarin dergelijke aanwijzingen worden gegeven zonder bezwaar kan worden aangewend indien sprake is van het doen stilhouden van een bestuurder ter uitoefening van een algemene controlebevoegdheid of naar aanleiding van het constateren van een overtreding, kan in een dergelijk geval geen sanctie worden opgelegd ter zake van overtreding van artikel 82, eerste lid, van het RVV 1990. Het hof is van oordeel dat uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat de aanwijzing tot stoppen niet is gegeven in verband met het regelen van het verkeer ter plaatse. Gelet hierop heeft de verbalisant ten onrechte een sanctie opgelegd voor een gedraging met feitcode R630a.

7. Het voorgaande brengt mee dat de onderhavige sanctie naar het oordeel van het hof ten onrechte aan de betrokkene is opgelegd. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking vernietigen.

8. Nu de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd acht het hof termen aanwezig om een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de reiskosten die de gemachtigde heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting van de kantonrechter van 30 mei 2011. Reiskosten worden vergoed ingevolge artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. In dit geval wordt een tarief vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Voor het bijwonen van de zitting van de kantonrechter komt aan de betrokkene toe een reiskostenvergoeding ter hoogte van € 8,02 ([woonplaats] - Amersfoort v.v. per bus). Van andere voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 27 november 2010, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 146007139 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van €116,- door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 8,02.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.