Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX9002

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
11-09-2012
Datum publicatie
03-10-2012
Zaaknummer
200.106.909/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het is in het kader van de toepassing van artikel 1:401 lid 4 BW, uitgaan van onjuiste en onvolledige gegevens, niet relevant hoe en waarom de rechter van deze, achteraf onjuiste, gegevens is uitgegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 11 september 2012

Zaaknummer 200.106.909

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. J.F. Rouwé-Danes, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. J.E.I. Bazuin, kantoorhoudende te Heerenveen.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 15 februari 2012 (zaaknummer 115986 / FA RK 11-1866) heeft de rechtbank Leeuwarden - voor zover hier van belang - het verzoek van de man tot wijziging van de beschikking van 27 mei 2009 van de rechtbank Leeuwarden afgewezen.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 15 mei 2012, heeft de man verzocht de beschikking van 15 februari 2012 te vernietigen voor zover het de kinderalimentatie betreft en opnieuw beslissende de door hem te betalen kinderalimentatie op nihil te stellen, dan wel op een bedrag te bepalen dat het hof juist acht, met ingang van 18 januari 2005, dan wel met ingang van een datum die het hof bepaalt.

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 26 juni 2012, heeft de vrouw het verzoek bestreden en verzocht de man niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel zijn verzoek af te wijzen en de beschikking te bekrachtigen, zo nodig onder verbetering van gronden.

Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van 25 mei 2012 met bijlage (een proces-verbaal van de zitting van de rechtbank van 16 januari 2012) van mr. Rouwé-Danes en een brief van 6 augustus 2012 met bijlage van mr. Bazuin.

Ter zitting van 16 augustus 2012 is de zaak behandeld. Verschenen zijn partijen en hun advocaten.

De beoordeling

1. Uit de affectieve relatie van partijen is op [geboortedatum] te [geboorteplaats] de minderjarige [kind 1] (hierna: [kind 1]) geboren en is op [geboortedatum] te [geboorteplaats] [kind 2] (hierna: [kind 2]) geboren. De kinderen zijn door de man erkend. Partijen zijn nadien gehuwd. Bij beschikking van 22 december 2004 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Die beschikking is op 18 januari 2005 in de registers van de burgerlijke stand ingeschreven.

2. De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw. Bij beschikking van de rechtbank Leeuwarden van 27 mei 2009 is bepaald dat de man vanaf 18 januari 2005 een kinderalimentatie van € 250,- per kind per maand aan de vrouw dient te betalen.

3. Bij inleidend verzoekschrift van 9 november 2011 heeft de man verzocht de door hem te betalen kinderalimentatie op nihil vast te stellen met ingang van 18 januari 2005.

De geschilpunten

4. De geschilpunten tussen partijen betreffen:

- de gronden voor wijziging van de kinderalimentatie;

- de draagkracht van de man en wel op het volgende punt:

- rente en aflossing van schulden.

De gronden voor wijziging van de kinderalimentatie

5. De man heeft verzocht om de beschikking van 27 mei 2009 te wijzigen en de kinderalimentatie op nihil te stellen met ingang van 18 januari 2005. Hij heeft in hoger beroep gesteld dat rechtbank de onderhoudsbijdrage op onjuiste en onvolledige gegevens heeft vastgesteld en daarom moet worden gewijzigd. Er waren namelijk meer huwelijkse schulden dan die in het echtscheidingconvenant zijn genoemd. In eerste aanleg heeft de man verzocht om wijziging op grond van gewijzigde omstandigheden.

6. De vraag die eerst rijst is of de beschikking van 27 mei 2009 dient te worden gewijzigd - zoals de man verzocht heeft - voor wat betreft de bijdrage ten behoeve van de kinderen op grond van het feit dat die beschikking van aanvang af niet heeft beantwoord aan de wettelijke maatstaven doordat van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

7. Voor de toepassing van artikel 1:401 lid 4 BW is voldoende dat de rechter bij diens vaststelling van de onderhoudsbijdrage is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens. Als zodanig geldt ieder gegeven waarvan achteraf aannemelijk wordt gemaakt dat het bij de rechterlijke uitspraak waarvan wijziging wordt verzocht een rol had behoren te spelen, maar niet heeft gespeeld of ieder gegeven waarvan achteraf aannemelijk wordt gemaakt dat het niet om de juiste gegevens ging, terwijl de juiste of ontbrekende gegevens tot een andere vaststelling van de onderhoudsuitkering op grond van draagkracht of behoefte had geleid.

8. Hoe en waarom de rechter, achteraf bezien, is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens is in het kader van de toepasselijkheid van het artikel niet relevant. Het maakt niet uit wie zich heeft vergist in (de weergave van) de feiten, waarop de berekening van de draagkracht of behoefte is gebaseerd, of wie zich vergist heeft in de berekening zelf dan wel in het petitum van het verzoek of zelfs in het dictum. Het maakt evenmin uit of aan een der partijen verweten kan worden dat een relevant gegeven niet of onjuist of onvolledig ter kennis van de rechter is gekomen omdat sprake is geweest van bijvoorbeeld verstek, referte of berusting.

9. Partijen hebben in oktober 2004 een echtscheidingsconvenant ondertekend waarin aan de man de schulden aan de gemeente Heerenveen terzake bijstandsverhaal, aan Wehkamp en aan ABN AMRO Bank inzake de hypotheek toebedeeld werden. De vrouw heeft erkend dat partijen daarbij hadden afgesproken dat de man geen alimentatie hoefde te betalen als hij de hypothecaire schuld aan de ABN AMRO Bank voor zijn rekening zou nemen.

10. Uit de beschikking van 27 mei 2009 blijkt, dat de vrouw in haar verzoekschrift feiten omtrent de financiële situatie van partijen heeft gesteld en bescheiden heeft ingebracht, dat de man in die procedure geen verweer heeft gevoerd en dat de rechtbank het verzoek niet onrechtmatig of ongegrond is voorgekomen en daarom het verzoek heeft toegewezen, met ingang van 18 januari 2005.

11. De vrouw heeft bestreden dat er naast de schuld aan de ABN AMRO Bank inzake de hypotheek nog andere schulden waren. Uit de stukken maakt het hof op dat er naast de in het convenant genoemde schulden nog wel andere schulden zijn gebleken die stammen uit de tijd voordat het huwelijk tussen partijen ontbonden is, zoals een schuld inzake gemeentelijke belasting, een naheffing van Essent, een schuld aan Wetterskip Fryslân en een schuld van € 195,83 aan de ABN AMRO Bank zoals blijkt uit de brief van die bank van 4 januari 2005. Gesteld, noch gebleken is dat de vrouw of de man de rechtbank in de procedure die tot de beschikking van 27 mei 2009 heeft geleid van die schulden in kennis heeft gesteld. De brief van de vrouw van 17 februari 2009 aan de man vermeldt overigens ook enkel genoemde schuld (inzake de hypotheek) aan de ABN AMRO Bank. Ook de omstandigheid dat de vrouw de man in de onderhavige procedure verwijt dat hij haar niet eerder op de hoogte heeft gebracht van eventuele andere schulden sluit daarop aan. Het hof acht dan ook aannemelijk dat de rechtbank in haar beschikking van 2009 van onvolledige gegevens is uitgegaan, terwijl die gegevens gelet op de ingangsdatum wel een rol hadden behoren te spelen. Het maakt daarbij geen verschil dat de man toen hoger beroep had kunnen instellen maar dat niet heeft gedaan.

De draagkracht van de man

12. Aan de orde is de vraag wat de draagkracht van de man is (geweest) vanaf de ingangsdatum die door de rechtbank in haar beschikking van 27 mei 2009 gehanteerd is en door de man in deze procedure is verzocht.

13. Niet bestreden is dat er steeds beslag op het loon van de man is gelegd sinds het uiteengaan van partijen. Uit de ingebrachte brieven van [X & Y] Gerechtsdeurwaarders van 28 januari 2010 en 9 januari 2012, noch uit andere stukken is op te maken naar welke schulden welke bedragen van het loonbeslag zijn gegaan. De man heeft ter zitting gesteld dat hij schriftelijk dergelijke informatie over zijn loonbeslag heeft opgevraagd bij de deurwaarder, maar dat die niet antwoordt. Het hof acht die stelling - die overigens ook niet weersproken is - aannemelijk. Daarom is niet duidelijk naar welke schulden welke bedragen van het loonbeslag gegaan zijn. Gelet op de ingebrachte aangiften inkomstenbelasting, de (met uitzondering van de schulden) niet weersproken lasten als vermeld in de door de man ingebrachte draagkrachtberekening en de ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet zoals die uit die wet voortvloeit, is voldoende aannemelijk dat door het loonbeslag zodanig betaald is en wordt voor huwelijkse schulden dat er geen draagkrachtruimte meer resteert om een kinderalimentatie te kunnen voldoen. Dat sluit ook aan bij de door de man ingebrachte loonstroken waaruit blijkt dat de man van zijn loon slechts € 821,- per maand (een bedrag lager dan de bijstandsnorm) op zijn eigen rekening gestort krijgt. Gelet op de omvang van de hypotheekschuld bij de ABN AMRO Bank acht het hof aannemelijk dat het loonbeslag niet binnen afzienbare termijn opgeheven wordt. Anders dan de rechtbank, zal het hof daarom de alimentatie met ingang van 18 januari 2005 op nihil stellen.

14. De vrouw heeft aangegeven dat de man mogelijk naast zijn loon inkomen heeft als diskjockey. De man heeft die stelling bestreden. De enkele uitdraai van Facebook van juni 2012 acht het hof niet voldoende overtuigend om te kunnen concluderen dat de man herhaaldelijk loon heeft ontvangen als diskjockey. Het hof zal de stelling van de vrouw dan ook passeren.

Slotsom

15. Het hof zal de beschikking waarvan beroep vernietigen en opnieuw beslissen als hierna te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

en opnieuw beslissende:

wijzigt de beschikking van 27 mei 2009 van de rechtbank Leeuwarden en bepaalt de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de minderjarigen [kind 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], en [kind 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], met ingang van 18 januari 2005 op nihil;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. G.M. van der Meer, voorzitter, J.G. Idsardi en D.J. Buijs, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 11 september 2012 in bijzijn van de griffier.