Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX7638

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
18-09-2012
Zaaknummer
000588-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft een bezwaarschrift ex artikel 22g Sr tegen het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis.

De veroordeelde kan geen verwijt worden gemaakt van het mislukken van de werkstraf, nu hij door de reclassering niet op het juiste adres is opgeroepen. Het bezwaarschrift wordt daarom gegrond verklaard.

Het hof geeft geen gevolg aan het verzoek van de advocaat van de veroordeelde om het aantal nog te verrichten uren werkstraf op nihil te stellen, omdat de bevoegdheid daartoe ontbreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raadkamer nummer 0588-12

Parketnummer 24-002385-10

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van 18 september 2012 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het bezwaarschrift ex artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht van:

[betrokkene],

geboren [1981] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

ter terechtzitting verschenen, bijgestaan door zijn advocaat mr. A.A. Scholtmeijer,

advocaat te Heerenveen.

De inhoud van het bezwaar

Het hof heeft de veroordeelde bij zijn arrest van 21 april 2011 veroordeeld tot onder meer een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast.

Voormeld bezwaarschrift, ingekomen op 4 juli 2012, keert zich tegen de kennisgeving d.d.

5 juni 2012 aan de veroordeelde van het bevel van de advocaat-generaal tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis.

De behandeling ter zitting

Het hof heeft ter openbare terechtzitting van 5 september 2012 gehoord de advocaat-generaal, de veroordeelde en de advocaat van de veroordeelde.

Het hof heeft voorts kennis genomen van de stukken.

De beoordeling van het bezwaar

Uit de stukken van het dossier blijkt het volgende.

De rapportage van Reclassering Nederland houdt in dat de werkstraf als onuitvoerbaar is geretourneerd, omdat de reclassering geen contact heeft kunnen krijgen met de veroordeelde. De reclassering heeft de veroordeelde schriftelijk opgeroepen voor een intakegesprek. Dit schrijven is verzonden naar het adres [adres] te [plaats]. De veroordeelde is niet verschenen op het intakegesprek. Hierop zijn de adresgegevens geverifieerd in de Strafrechtketendatabank en juist bevonden. Vervolgens is nogmaals een oproep voor een intakegesprek naar dat adres verzonden. Dit schrijven is retour ontvangen bij de reclassering, met de mededeling dat de veroordeelde enkele jaren geleden verhuisd is. Hierop zijn de adresgegevens wederom geverifieerd en juist bevonden, en is de werkstraf retour gezonden.

Het bezwaarschrift - d.d. 4 juli 2012 - houdt onder meer in dat de veroordeelde in het geheel geen correspondentie van de reclassering heeft ontvangen op zijn huidige adres, [adres] te [woonplaats], alwaar hij al sinds 1 augustus 2008 woont en staat ingeschreven. Een uitdraai van de gemeentelijke basisadministratie is bijgevoegd. Het adres [adres] te [plaats] betreft het oude adres van de veroordeelde.

Naar aanleiding van het bezwaar heeft het openbaar ministerie een onderzoek naar de adresgegevens van de veroordeelde ingesteld. De advocaat van de veroordeelde is daarvan op de hoogte gebracht bij brief van 5 juli 2012. In die brief is tevens vermeld dat de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis hangende het onderzoek is opgeschort voor de duur van een maand.

Nadat uit het onderzoek was gebleken dat voornoemde adreswijziging door onbekende oorzaak niet in de Strafrechtketendatabank - doch wel in de gemeentelijke basisadministratie - was geregistreerd, heeft de advocaat-generaal besloten de opschorting van de tenuitvoerlegging met twee maanden te verlengen. Daarvan is de advocaat van de veroordeelde schriftelijk op de hoogte gebracht, waarbij is aangegeven dat de behandeling van het bezwaarschrift naar verwachting binnen die periode zal hebben plaatsgevonden. Tevens is aangegeven dat de advocaat-generaal zal concluderen tot gegrondverklaring van het bezwaar.

Nu vast is komen te staan dat de veroordeelde niet op het juiste adres is opgeroepen voor de uitvoering van de werkstraf, is het hof - met de advocaat-generaal - van oordeel dat de veroordeelde geen verwijt kan worden gemaakt van het mislukken van de werkstraf. Om die reden zal het hof het bezwaar gegrond verklaren.

De advocaat van de veroordeelde heeft ter terechtzitting van het hof betoogd dat de veroordeelde, als gevolg van de beslissing van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis, schade heeft geleden. Ter compensatie daarvan heeft de advocaat verzocht om het aantal nog te verrichten uren werkstraf op nihil te stellen.

Het hof zal aan dit verzoek geen gevolg geven, omdat de bevoegdheid daartoe ontbreekt. Voor zover hier van belang biedt artikel 22g, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafrecht de bevoegdheid om de beslissing van het openbaar ministerie, betreffende de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis, te wijzigen. Hetgeen de advocaat verzoekt heeft op die beslissing geen betrekking.

De beslissing

Het hof:

verklaart het bezwaarschrift gegrond.

Dit arrest is gewezen door mr. J.J. Beswerda als voorzitter, mrs. W.P.M. ter Berg en

W.M. van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. E. Verdoorn als griffier.