Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX7426

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
11-06-2012
Datum publicatie
14-09-2012
Zaaknummer
200.088.428
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Officiersappel. Sanctie ter zake van “op autosnelweg buiten noodzaak gebruik maken van vluchtstrook.” Aan de orde is de vraag of na het passeren van het bord G2 (einde autosnelweg), geplaatst op een afrit, op enige afstand vóór een kruising, nog sprake is van een vluchtstrook in de zin van artikel 1, onder ak, van het RVV 1990.

Wetsverwijzingen
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2013/49
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.088.428

11 juni 2012

CJIB 141205676

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Breda

van 7 april 2011

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Breda genomen beslissing gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd, en bepaald dat het bedrag van de zekerheid aan de betrokkene wordt terugbetaald. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 240,- opgelegd ter zake van “op autosnelweg buiten noodzaak gebruik maken van vluchtstrook”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 april 2010 om 07:45 uur op de Rijksweg A58 te Sint Willebrord.

2. De betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake meer was van een autosnelweg. Hij reed op de afrit van de A58 en was het bord G2 (einde autosnelweg), dat op een afstand van 65 meter vóór de kruising van de afrit met de Poppestraat is geplaatst, al gepasseerd. Vóór dat kruispunt stonden drie auto's te wachten die links af wilden slaan. Omdat de betrokkene rechtsaf wilde slaan is hij die auto's gepasseerd. Daarbij heeft hij de doorgetrokken streep met de rechter voor- en achterband van zijn auto overschreden. De betrokkene heeft foto's van de situatie ter plaatse overgelegd.

3. Een op 8 februari 2011 door de verbalisant opgemaakt ambtsedig proces-verbaal van bevindingen houdt in - voor zover hier van belang -:

"[betrokkene] is van mening dat na het bord G2 de snelweg direct eindigt. Dat is echter niet het geval. Dit bord G2 heeft men met een duidelijke bedoeling op 60 meter van de kruising geplaatst. Dit om het overzicht op de kruising te behouden. [betrokkene] had zich de moeite kunnen besparen door aan de overkant van de weg te kijken alwaar men de snelweg oprijdt. Hier staat namelijk ook het bord G2 (het hof leest: G1) maar dan gelijk als men de snelweg/oprit oprijdt. [betrokkene] (toevoeging hof: heeft) daarom onterecht de vluchtstrook gebruikt. Het is niet van belang of [betrokkene] voor of na het bord G2 de vluchtstrook is opgereden. En volgens [betrokkene] heeft hij slechts met zijn rechter wielen over de vluchtstrook gereden, gezien de breedte van de weg is dit echter onmogelijk omdat hij anders nooit de drie voertuigen voor hem had kunnen passeren zoals hij zelf heeft verklaard."

4. Bij de bestreden beslissing heeft de kantonrechter - voor zover hier van belang - overwogen:

"De verbalisant is in zijn aanvullend proces-verbaal niet ingegaan op de stelling van betrokkene dat er een vooraankondiging staat "einde snelweg over 50 meter" en dat het verkeersbord "einde snelweg" op 65 meter van de kruising staat. (…). In vergelijking met andere verkeersborden waarvan het ge- of verbod meteen bij het passeren van dat bord geldt, kan er - mede op grond van het voorgaande - niet van worden uitgegaan dat na het passeren van het bord "einde snelweg" nog sprake is van een snelweg of vluchtstrook, waardoor niet is komen vast te staan dat betrokkene de hem verweten gedraging heeft verricht."

5. De officier van justitie heeft in hoger beroep gesteld dat, gelet op de aard en inrichting van de weg, ter plaatse van de gedraging wel degelijk sprake was van een vluchtstrook, zoals gedefinieerd in artikel 1, onder ak, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 ( RVV 1990). Wanneer een autosnelweg overgaat in een autoweg dan wordt dit aangegeven door bord G2 te plaatsen op 300 meter voor de overgang. Bij een overgang van een autosnelweg naar een overige weg (niet autoweg) wordt bord G2 ook in het actiepunt geplaatst. In casu was het bord G2, zoals de verbalisant in zijn aanvullend proces-verbaal heeft aangegeven, bewust op 60 meter van de kruising geplaatst om het overzicht op de kruising te behouden. Dat laat onverlet dat waar de betrokkene de doorgetrokken streep heeft overschreden sprake is van een vluchtstrook. Nu de betrokkene de noodzaak van het gebruik van de vluchtstrook niet heeft aangetoond had de kantonrechter het beroep van de betrokkene niet gegrond kunnen verklaren.

6. De gedraging betreft een overtreding van artikel 43, derde lid, van het RVV 1990, inhoudende:

"Behoudens in noodgevallen is het de weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm."

7. Ingevolge artikel 1, onder c, van het RVV 1990 dient onder "autosnelweg" te worden verstaan een weg aangeduid door bord G1 van Bijlage I; langs autosnelwegen gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel uit van de autosnelweg.

8. Het overwogene onder 7. brengt mee dat een afrit deel uit maakt van de autosnelweg.

9. Blijkens Bijlage 1 bij de RVV 1990 duidt het bord G2 het einde van een autosnelweg aan.

10. Het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) noch de daarop gebaseerde Uitvoeringsvoorschriften houden bijzondere voorschriften in voor de plaatsing van het bord G2 op een afrit.

11. Ingevolge artikel 1, onder ak, van het RVV 1990 moet onder een vluchthaven of vluchtstrook worden verstaan het door een doorgetrokken streep van de rijbaan van de autosnelweg of autoweg afgescheiden weggedeelte dat bestemd is voor gebruik in noodgevallen, behoudens voor de duur van openstelling als spitsstrook.

12. De door de betrokkene in het geding gebrachte foto's tonen de afrit van de A58, de kruising van die afrit met de Poppestraat en het bord G2 op enige afstand vóór de kruising. Uit die foto's noch uit de overige stukken van het dossier blijkt dat sprake is van een vooraankondigingsbord G2 met het onderschrift 50 meter. De enkele stelling van de betrokkene ter zitting van de kantonrechter is onvoldoende om aan te nemen dat een dergelijk bord wel was geplaatst.

13. Het hof kan de betrokkene niet volgen in zijn - door de kantonrechter gehonoreerde - verweer. Een redelijke wetstoepassing brengt naar het oordeel van het hof mee dat in een geval als het onderhavige, waarin het bord G2 op enige afstand vóór het einde van de van de autosnelweg deel uit makende afrit is geplaatst, terwijl boven elke redelijke twijfel verheven is dat die plaatsing niet verband houdt met een wijziging van de aard of de inrichting van de weg doch slechts ertoe strekt te voorkomen dat andere aldaar geplaatste verkeerstekens geheel of gedeeltelijk aan het zicht zouden worden onttrokken, aan het bord G2 niet de betekenis toekomt dat met de aard van de autosnelweg verband houdende regels vanaf het passeren van het bord tot het einde van dat wegvak geen gelding meer hebben.

14. Nu het wegvak waarop het verkeersbord G2 betrekking heeft eindigt op de kruising met de Poppestraat eindigt daar het regime van de autosnelweg. Dat brengt mee dat het weggedeelte ter rechterzijde van de rechts gelegen doorgetrokken streep als vluchtstrook dient te worden aangemerkt.

15. Het voorgaande brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.

16. De betrokkene heeft niet bestreden dat hij een aantal auto's dat op de afrit voor de kruising stond te wachten rechts heeft gepasseerd en dat hij de doorgetrokken streep daarbij heeft overschreden. Nu uit het dossier niet anderszins blijkt stelt het hof vast dat de gedraging is verricht.

Voor zover de betrokkene zich erop beroept dat hij met die manoeuvre de doorstroming en de veiligheid heeft bevorderd en dat zeer veel weggebruikers die mogelijkheid benutten om de file te vermijden, is het hof van oordeel dat die omstandigheden niet kunnen worden aangemerkt als een noodgeval in de zin van artikel 43, derde lid, RVV 1990 (zie in dit verband ook de uitspraak van het hof van 2 oktober 2007, LJN nummer BC8708, gepubliceerd op rechtspraak.nl). Die omstandigheden geven het hof daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de sanctie achterwege moet blijven of moet worden gematigd. Dat brengt mee dat het hof het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond zal verklaren.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mrs. Sekeris, Dijkstra en Van Schuijlenburg in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.