Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX7422

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
27-03-2012
Datum publicatie
14-09-2012
Zaaknummer
200.094.243
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht is geconstateerd met behulp van een camera waarmee toezicht wordt gehouden op de openbare ruimte. Sanctie terecht opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 200.094.243

27 maart 2012

CJIB 138537508

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 13 mei 2011

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 160,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 2 februari 2010 om 08.39 uur op de Randweg te Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-AB-AB].

2. Niet in geschil is dat voormeld kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister op naam van de betrokkene stond geregistreerd.

3. De gemachtigde, die ten tijde van de gedraging voornoemd voertuig bestuurde, ontkent de gedraging te hebben verricht. De gemachtigde vindt het de omgekeerde wereld dat hij zijn onschuld moet bewijzen. Volgens hem geldt nog altijd dat iemand onschuldig is tot het tegendeel bewezen is. Gelet op het voorgaande verzoekt de gemachtigde de inleidende beschikking te vernietigen.

4. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

5. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in de bij de stukken van het geding aanwezige kopie van het brondocument houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in dat de verbalisant heeft geconstateerd dat een Mitsubishi met het kenteken [00-AB-AB] op 2 februari 2010 om 8.39 uur op de Randweg te Rotterdam niet is gestopt voor het rood licht uitstralende verkeerslicht. Daarbij heeft de verbalisant nog het volgende opgemerkt: "Betrokkene reed door driekleurig rood verkeerslicht. Dat meer 3 sec. Waargenomen door middel van Cameratoezicht. Beelden vastgelegd op video."

6. Voorts heeft de verbalisant in een op 4 juni 2010 opgemaakt proces-verbaal van bevindingen onder meer verklaard:

"Ik verbalisant [verbalisant] heb (…) waargenomen dat er een voertuig voorzien van het kenteken [00-AB-AB] door een driekleurig verkeerslicht was gereden, dat meer dan 3 seconden roodlicht had uitgestraald. Ik heb dit waargenomen met een van de camera's van stadstoezicht. Met behulp van deze camera's wordt toezicht gehouden op de openbare ruimte. Het toezicht geschiedt met behulp van vaste en bedienbare camera's. De bedienbare camera's zijn op afstand bestuurbaar, 360 graden horizontaal en 180 graden verticaal draaibaar en hebben in- en uitzoom mogelijkheden. (…)."

7. Hetgeen de gemachtigde tegenover de ambtsedige verklaring van de verbalisant heeft gesteld, is niet meer dan een enkele ontkenning dat de gedraging is verricht. Die enkele ontkenning is naar het oordeel van het hof onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de gedane waarneming van de verbalisant. De gemachtigde hoeft weliswaar niet het bewijs van zijn onschuld te leveren, maar van hem mag wel worden verwacht dat hij door middel van concrete feiten en omstandigheden een begin van bewijs aandraagt. Dat heeft de gemachtigde naar het oordeel van het hof niet gedaan. Nu de gemachtigde, anders dan de ontkenning dat hij de gedraging heeft verricht, geen specifieke feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant en uit het dossier evenmin blijkt van zulke feiten en omstandigheden, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het hof van oordeel dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Derhalve zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.