Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX7346

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
11-09-2012
Datum publicatie
14-09-2012
Zaaknummer
200.009.804/02
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Erfpacht. Het recht van erfpacht is geëindigd na ommekomst van een termijn van 50 jaren. Erfpachter heeft geen recht op vergoeding van de op het perceel gebouwde woning. Erfpachter is na het verstrijken van de termijn tegen de wil van de (grond)eigenaar de woning blijven bewonen. Onrechtmatig handelen. Schadevergoeding ter hoogte van de gemiste huurinkomsten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 11 september 2012

Zaaknummer 200.009.804/01

(zaaknummer rechtbank: 77088 / HA ZA 06-522)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant in het principaal en geïntimeerde in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. M.J. Oudman, kantoorhoudende te Joure,

tegen

1. [geïntimeerde 1],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [geïntimeerde 1]

2. [geïntimeerde 2],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen [geïntimeerde 2]

geïntimeerden in het principaal en appellanten in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk ook te noemen: [geïntimeerden],

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 6 december 2011 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De door het hof benoemde deskundige [makelaar] heeft op 15 maart 2012 zijn verslag uitgebracht.

[appellant] heeft een memorie na deskundigenbericht genomen.

[geïntimeerden] hebben een memorie na deskundigenbericht, tevens akte vermindering van eis genomen.

Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

In het incidenteel appel

1. Het hof heeft bij arrest van 6 december 2011 [makelaar], benoemd tot deskundige en hem de vraag voorgelegd:

"wat is een marktconforme huurprijs voor de onroerende zaak staande en gelegen aan [adres] gedurende de periode van 1 mei 2004 tot 1 juni 2008, met inachtneming van de jaarlijkse indexering en de in het tussenarrest van het hof van 30 november 2010 gegeven uitgangspunten?"

2. De deskundige heeft op 15 maart 2012 verslag uitgebracht. Aan zijn verslag worden de volgende passages ontleend:

"verklaart (…) te hebben vastgesteld de marktconforme huurprijs van de onroerende zaak, staande en gelegen aan [adres]

De Vrijstaande woning met ondergrond, tuin en erf

Kadastraal bekend : Gemeente : Langweer

Sectie : D

Nummers : 1219

Groot : ca. 11 are en 50 centiare

Hieraan wordt door mij toegekend de hierna volgende waarden:

a) Een huurwaarde per maand voor het jaar 2004:

€ 650,-

b) Een huurwaarde per maand voor het jaar 2005:

€ 661,05

c) Een huurwaarde per maand voor het jaar 2006:

€ 668,85

d) Een huurwaarde per maand voor het jaar 2007:

€ 680,55

e) Een huurwaarde per maand voor het jaar 2008:

€ 697,45

(…)"

3. [appellant] heeft zich wat betreft de bevindingen van de deskundige gerefereerd aan het oordeel van het hof.

4. [geïntimeerden] hebben naar aanleiding van het verslag van de deskundige hun vordering verminderd. De vordering luidt thans:

"het bestreden vonnis te vernietigen voorzover de vordering van [geïntimeerde 2] tot vergoeding van schade voor de onrechtmatige bewoning van 1 mei 2004 tot 1 juni 2008 is afgewezen en [appellant] te veroordelen -uitvoerbaar bij voorraad- tot betaling aan [geïntimeerde 2] van de schade ad € 32.812,71 (zegge: tweeëndertigduizendachthonderdtwaalf 71/100), te vermeerderen met de wettelijke rente sinds 26 juni 2006 (dag van de inleidende dagvaarding), althans te vermeerderen met de wettelijke rente over de gecumuleerde schade steeds met ingang van de eerste dag van de maand waarop de schade is ontstaan en geïntimeerde te veroordelen in de kosten van de procedures in beide instanties en te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten (in beide instanties) met ingang van 14 dagen na het in deze te wijzen arrest en te vermeerderen met de nakosten ad € 271,-."

5. Het hof acht voldoende termen aanwezig zich aan te sluiten bij de bevindingen van de deskundige en deze tot uitgangspunt te nemen bij de verdere beoordeling van dit geschil.

6. Voor de berekening van de schade van [geïntimeerden] betekent dat het volgende.

2004 acht maanden à € 650,- per maand: € 5.200,-

2005 twaalf maanden à € 661,05 per maand € 7.932,60

2006 twaalf maanden à € 668,85 per maand € 8.026,20

2007 twaalf maanden à € 680,55 per maand € 8.166,60

2008 vijf maanden à € 697,45 per maand € 3.487,25

Totaal € 32.812,65

7. Het hof zal daarom [appellant] veroordelen tot betaling aan [geïntimeerden] van een bedrag van € 32.812,65, vermeerderd met de wettelijke rente over het totale bedrag aan de per 26 juni 2006 reeds verschenen termijnen, alsmede over de nadien verschenen termijnen, telkens met ingang van de eerste dag van de maand na de maand waarop de termijn betrekking heeft. Dit betekent dat bijvoorbeeld de rente over de maand juli 2006 begint te lopen op 1 augustus 2006, tot de dag der algehele voldoening.

8. Grief I in het incidenteel appel slaagt.

In het principaal appel en voorts in het incidenteel appel

Slotsom

9. Zoals in het arrest van het hof van 30 november 2010 is overwogen slagen de grieven in het principaal appel niet en dient het vonnis van de rechtbank van 12 maart 2008 te worden bekrachtigd voor zover daarbij de ontruiming van de woning met ondergrond aan de Wielwei 45 is gelast (zie de rechtsoverwegingen 18 en 35 van dat arrest).

Uit hetgeen hiervoor is overwogen in vervolg op de overwegingen in het arrest van 30 november 2010 in het incidenteel appel volgt dat het vonnis van de rechtbank van 12 maart 2008 dient te worden vernietigd voor zover daarbij de vordering van [geïntimeerden] tot schadevergoeding is afgewezen.

10. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep in zowel het principaal als het incidenteel appel. Deze kosten worden aan de zijde van [geïntimeerden] in eerste aanleg vastgesteld op € 84,87 aan explootkosten, € 325,- aan griffierecht en € 904,- voor salaris van de advocaat volgens het liquidatietarief (2 punten, tarief II à € 452,- per punt), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit arrest tot de dag der algehele voldoening.

In het principaal appel worden de kosten vastgesteld op € 409,- aan griffierecht en € 894,- voor salaris van de advocaat volgens het liquidatietarief (1 punt, tarief II

à € 894,- per punt) en in het incidenteel appel op € 1.158,- voor salaris van de advocaat volgens het liquidatietarief (2 punten, tarief III à € 1.158,- per punt x 50%), te vermeerderen met de wettelijke rente over voormelde bedragen vanaf

14 dagen na betekening van deze uitspraak tot de dag der algehele voldoening, en € 131,00 voor nasalaris van de advocaat, en nogmaals € 68,00 voor nasalaris van de advocaat indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan én betekening heeft plaatsgevonden.

[appellant] zal voorts op de voet van artikel 244 Rv worden veroordeeld tot betaling aan de griffier van het hof van de kosten van de deskundige die zijn vastgesteld op € 850,-.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de onderdelen 5.4. en 5.6. van het dictum van het bestreden vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 12 maart 2008,

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [appellant] tot betaling aan [geïntimeerden] van een bedrag van € 32.812,65, vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag aan de per 26 juni 2006 verschenen termijnen, alsmede over de nadien verschenen termijnen, telkens met ingang van de eerste dag van de maand na de maand waarop de termijn betrekking heeft, tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [appellant] tot betaling aan [geïntimeerden] van de kosten van de procedure die zijn vastgesteld op:

- in eerste aanleg € 84,87 aan explootkosten, € 325,- aan griffierecht en € 904,- voor salaris van de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van dit arrest tot de dag der algehele voldoening;

- in het principaal appel € 409,- aan griffierecht en € 894,- voor salaris van de advocaat en in het incidenteel appel op € 1.158,- voor salaris van de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van deze uitspraak tot de dag der algehele voldoening en € 131,00 voor nasalaris van de advocaat en nogmaals € 68,00 voor nasalaris van de advocaat indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

veroordeelt [appellant] tot betaling aan de griffier van het hof van de kosten van de deskundige die zijn vastgesteld op € 850,-;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt het vonnis van 12 maart 2008 voor het overige;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mrs. M.W. Zandbergen, voorzitter, W. Breemhaar en

B.J.H. Hofstee en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 11 september 2012 in bijzijn van de griffier.