Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX4229

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-06-2012
Datum publicatie
10-08-2012
Zaaknummer
200.089.506/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geschil over de ruil van een aantal zaken. Tussen partijen bestaat debat over de vorm waarin een eiswijziging moet plaatsvinden. Het hof kiest voor een ruime benadering waarbij aan een onjuiste vorm (strijd met LPr) geen consequenties worden verbonden als de wederpartij daardoor niet in haar processuele belangen is geschonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/404
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 19 juni 2012

Zaaknummer 200.089.506/01

(zaaknummer rechtbank: 461547 / CV EXPL 10-11593)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in het incident tot verzet tegen de eiswijziging in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. E.M. Simonova, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in principaal appel, appellante in incidenteel appel,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J.F. Lorijn, kantoorhoudende te Groningen.

De inhoud van het tussenarrest van 9 augustus 2011 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De in voormeld arrest bevolen verschijning van partijen heeft geen doorgang gevonden.

[appellant] heeft een memorie van grieven, tevens wijziging van eis (met producties) genomen met als conclusie:

"(…) te vernietigen het vonnis van de Rechtbank Groningen, Sector Kanton, Locatie Groningen van 14 april 2011 (…) en opnieuw rechtdoende bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de door geïntimeerde ingestelde vorderingen alsnog af te wijzen, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties en met veroordeling van geïntimeerde tot terugbetaling, binnen 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen arrest, van de - na vernietiging van het vonnis - zonder titel door geïntimeerde ontvangen betaling(en), te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente vanaf het moment dat appellant dit bedrag/deze bedragen heeft betaald aan geïntimeerde tot de dag der algehele voldoening."

Voorts heeft [appellant] nog een akte overlegging producties genomen. Daarbij is ook nog een tekst gevoegd "akte ten behoeve van de comparitie, tevens toelichting ter comparitie". Het hof zal de inhoud van dit stuk buiten beschouwing laten, nu de comparitie van 4 oktober 2011 geen doorgang heeft gevonden.

[geïntimeerde] heeft een memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel (met één productie) genomen, met als conclusie:

"(…) bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de rechtbank Groningen te bevestigen met veroordeling van [appellant] tot betaling van een bedrag inclusief de vermeerdering van eis en met veroordeling van [appellant] in de kosten van dit geding in beide instanties."'

[appellant] heeft vervolgens een memorie van antwoord in incidenteel appel, tevens bezwaar tegen (poging tot) eiswijziging, tevens akte overlegging producties genomen en deze producties in het geding gebracht.

[geïntimeerde] heeft een nadere akte (met producties) genomen.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd in het incident.

De beoordeling

in het incident

1 Het gaat in deze zaak in het kort om het volgende. [geïntimeerde] heeft [appellant] in rechte betrokken, stellende dat partijen een ruil zijn overeengekomen waarbij [appellant] een brommobiel (merk Ligier) zou leveren aan [geïntimeerde] in ruil voor haar (beschadigde) gehandicaptenvoertuig (merk Canta) en een laptop (merk Acer). [geïntimeerde] heeft het gehandicaptenvoertuig en de laptop aan [appellant] geleverd. [appellant] heeft de brommobiel niet bij [geïntimeerde] thuis afgeleverd, omdat deze tijdens het transport van de aanhanger zou zijn gevallen.

2 In eerste aanleg heeft [geïntimeerde] primair vaststelling van de ontbinding van de ruilovereenkomst gevorderd en subsidiair € 1.800,- vervangende schade¬vergoeding, met nevenvorderingen. In het beroepen vonnis heeft de rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Groningen (hierna: de kantonrechter) de primaire vordering afgewezen, de subsidiaire vordering (vermeerderd met de wettelijke rente) toegewezen en [appellant] verwezen in de proceskosten.

3 Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [appellant] vijf grieven geformuleerd. Met zijn vierde grief komt [appellant] op tegen het in onderdeel 7 van het beroepen vonnis gegeven oordeel van de kantonrechter dat:

"(…) de waarde van het brommobiel (…) bedraagt € 2.500,00. Voor die waarde heeft [appellant] dus geruild met de gehandicaptenvoertuig en de laptop van [geïntimeerde]. De kantonrechter begroot de geleden schade dan ook op € 2.500,00. Omdat [geïntimeerde] vordert een bedrag van € 1.800,00 zal dat bedrag worden toegewezen."

4 [geïntimeerde] heeft in reactie op de vierde grief van [appellant] het volgende aangevoerd:

"De rechtbank was terecht van oordeel dat de waarde van de Ligier € 2.500,-- was. In het vonnis is zij er terecht van uitgegaan dat dat ook de eis had kunnen zijn van [geïntimeerde]. De prijzen genoemd van de ingeruilde goederen zijn ook nietszeggend, immers gaat het om de prijs van de aanschafwaarde en datum van inruil en tevens van de specificaties van de laptop. De ingeruilde Canta was wel degelijk in rijbare staat, er was slechts sprake van vernieling van de voorruit. [geïntimeerde] verlangt tevens een vrijwaringsbewijs van [appellant], die zij op haar verzoek nooit heeft ontvangen. De ‘verklaringen’ omtrent de staat van de Ligier zijn slechts verzoeken tot bevestiging van de staat van de Ligier en onbeantwoord gebleven deswege en bovendien over de staat van de Ligier van 2 jaar geleden. Het lijkt [geïntimeerde] zeker mogelijk dat de politie op verzoek van uw Hof justitiële documentatie van [appellant] kan verkrijgen en inzien."

5 [appellant] heeft onder meer bezwaar gemaakt tegen het niet vermelden door (de advocaat van) [geïntimeerde] in de kop van haar memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, noch in het H3-formulier, dat bedoeld processtuk mede een eiswijziging bevat.

6 Het hof overweegt als volgt. Op grond van art. 130 lid 1 Rv juncto art. 353 lid 1 Rv komt aan [geïntimeerde] de bevoegdheid toe haar eis of de gronden daarvan te wijzigen. De toelaatbaarheid van een eiswijziging moet, zo nodig ambsthalve, mede worden beoordeeld in het licht van de herstelfunctie van het hoger beroep. De grenzen van het toelaatbare worden echter overschreden indien de eiswijziging leidt tot onredelijke vertraging van het geding en/of tot onredelijke bemoeilijking van de verdediging. De bevoegdheid om de eis of de gronden daarvan te wijzigen, is in hoger beroep in die zin beperkt dat de eiswijziging niet later dan bij memorie van grieven of antwoord dient plaats te vinden.

7 Aan [appellant] kan worden toegegeven dat voormelde memorie van [geïntimeerde] niet voldoet aan art. 2.9 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr), waarin is bepaald dat een partij die haar eis of de grondslag daarvan verandert, dit vermeldt in de kop van het processtuk en op het H-formulier. Het hof gaat aan dit bezwaar evenwel voorbij, aangezien [appellant] hierdoor niet in zijn processuele belangen is geschaad. Kennelijk heeft [appellant] uit de woorden "tot betaling van een bedrag inclusief de vermeerdering van eis" in de memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, gelezen in samenhang met de inhoud van bedoelde memorie de juiste conclusie getrokken. Uit zijn memorie van antwoord in incidenteel appel, tevens bezwaar tegen (poging tot) eiswijziging, tevens akte overlegging producties, blijkt immers dat [appellant] de eisvermeerdering van [geïntimeerde] (schadevergoeding van € 2.500,- en afgifte van een vrijwaringsbewijs) als zodanig heeft onderkend en daar inhoudelijk op heeft kunnen reageren. In de jurisprudentie is bovendien aanvaard dat een eiswijziging betrekkelijk verscholen kan geschieden (HR 5 december 1986, LJN: AB9246, NJ 1987/383).

8 Voor zover door [appellant] is gesteld dat het te laat is voor de eiswijziging, stuit dit bezwaar erop af dat [geïntimeerde] haar eis bij eerste memorie in appel en derhalve tijdig heeft gewijzigd. Het hof ziet ambtshalve geen grond voor het oordeel dat [appellant] door de wijziging van de vordering van [geïntimeerde] onredelijk in zijn verdediging wordt bemoeilijkt of dat het geding er onredelijk door zal worden vertraagd. Of de gewijzigde eis kan worden toegewezen is een andere vraag. De inhoudelijke argumenten die hieromtrent zijn gewisseld, zullen door het hof bij de beoordeling van de hoofdzaak worden betrokken.

9 De beslissing omtrent de kosten van het incident zal worden gereserveerd tot de einduitspraak.

in de hoofdzaak

10 Het hof merkt voor de volledigheid op dat ook [appellant] in zijn memorie van grieven een eiswijziging heeft genomen. Dit betreft evenwel de vordering tot ongedaan¬making die in appel mag worden ingesteld ook als in eerste aanleg in het geheel niets is gevorderd.

11 In haar laatste akte geeft [geïntimeerde] aan dat zij een half jaar in het ziekenhuis heeft gelegen vanwege chemokuren, maar thans zodanig hersteld is dat zij weer in staat is om ter zitting van het hof te verschijnen. Dat laatste, zo geeft zij aan, wil ze ook graag.

12 Het hof ziet, mede gelet op de stand van het geding, aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Ieder van partijen zal in de gelegenheid worden gesteld om haar standpunt toe te lichten, desgewenst aan de hand van een ter zitting over te leggen nota die uit maximaal twee bladzijden bestaat. Voorts zullen inlichtingen worden ingewonnen en zal eventueel een schikking worden beproefd.

13 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

Het gerechtshof:

in het incident:

wijst het bezwaar van [appellant] tegen de eiswijziging van [geïntimeerde] af;

bepaalt dat over de kosten van het incident zal worden beslist bij einduitspraak in de (hoofd)zaak.

in de hoofdzaak:

beveelt een verschijning van partijen - [appellant] en [geïntimeerde] in persoon, desgewenst vergezeld van de raadslieden - tot het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking;

bepaalt dat deze verschijning van partijen zal worden gehouden in het Paleis van Justitie, Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden, op een nog nader te bepalen dag en uur voor mr. A.M. Koene, hiertoe benoemd tot raadsheer commissaris;

verwijst de zaak naar de rolzitting van 17 juli 2012 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en – zonodig – van hun raadslieden voor de periode van drie maanden na bovengenoemde rolzitting, waarna de raadsheer-commissaris dag en uur van de verschijning zal vaststellen;

verstaat, voor het geval één van partijen zich tijdens vorenbedoelde comparitie wenst te beroepen op de inhoud van schriftelijke bescheiden, dat deze bescheiden ter comparitie bij akte in het geding moeten worden gebracht, alsmede dat een kopie van die akte uiterlijk veertien dagen voor de datum van de comparitie moet worden gezonden aan de griffie van het hof en aan de wederpartij;

verstaat dat de advocaat van [appellant] uiterlijk twee weken voor de verschijning zal plaatsvinden een kopie van het volledige procesdossier ter griffie van het hof doet bezorgen, bij gebreke waarvan de advocaat van [geïntimeerde] alsnog de gelegenheid heeft uiterlijk één week voor de vastgestelde datum een kopie van de processtukken over te leggen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mrs. J.H. Kuiper, voorzitter, H. de Hek en A.M. Koene en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 19 juni 2012 in bijzijn van de griffier.