Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX1288

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-07-2012
Datum publicatie
12-07-2012
Zaaknummer
200.058.297/01 eindarrest
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering niet-ontvankelijk nu eiseres een niet (meer) bestaande rechtspersoon is. Derde (rechtsopvolger) wordt in de proceskosten veroordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2012-0148
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 10 juli 2012

Zaaknummer 200.058.297/01

(zaaknummer rechtbank: 399990 CV EXPL 09-1787)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[de bewindvoerder], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder in de schuldsanering van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. M.R. van der Veen, kantoorhoudende te Groningen,

tegen

de stichting Stichting Woningmaatschap XXXVIII,

gevestigd te 's-Gravenhage,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: de stichting,

advocaat: mr. G. Janssen, kantoorhoudende te 's-Gravenhage.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 22 november 2011 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Ter rolle van 20 december 2011 is zijdens [appellant] medegedeeld dat op [appellant] de WSNP van toepassing is.

Ter rolle van 14 februari 2012 is het betreffende WSNP vonnis d.d. 11 oktober 2011 overgelegd en is van de zijde van [appellant] meegedeeld dat de bewindvoerder ([de bewindvoerder]) met toestemming van de betrokken rechter-commissaris het geding (op basis van het bepaalde in artikel 27 Fw) overneemt.

De stichting heeft een akte genomen.

[appellant] heeft een antwoordakte genomen.

Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. Nu blijkens de rolgeschiedenis (kenbaar uit de rolkaart en de onderliggende correspondentie) de bewindvoerder in de schuldsanering van [appellant] de procedure met toestemming van de rechter-commissaris heeft overgenomen en de procesadvocaat van [appellant] in zijn antwoordakte bovendien heeft verklaard de akte in opdracht van de bewindvoerder te hebben opgesteld en te hebben overgelegd, gaat het hof voorbij aan hetgeen de stichting in haar akte op dit punt naar voren heeft gebracht.

2. In zijn tussenarrest van 22 november 2011 heeft het hof onder 12 onder meer het volgende overwogen:

"Het hof houdt het er - zonder anders luidende berichten - op dat als feitelijke opdrachtgever de Stichting Bewaarder Vastgoedfondsen heeft te gelden. Als niet duidelijk wordt wie de feitelijke opdrachtgever tot het voeren van de procedure is, is het hof voornemens de advocaat van de stichting (mr. Janssen) te veroordelen in de kosten van de procedure in beide instanties."

3. Nu uit hetgeen zijdens de stichting bij akte nader is aangevoerd niet blijkt van "anders luidende berichten" als door het hof in zijn tussenarrest van 22 november 2011 bedoeld (de advocaat van de stichting geeft enkel aan de stichting en de Stichting Bewaarder Vastgoedfondsen als een juridisch geheel te beschouwen), houdt het hof het ervoor dat de Stichting Bewaarder Vastgoedfondsen de feitelijke opdrachtgever is tot het voeren van de onderhavige procedure. Het hof zal de Stichting Bewaarder Vastgoedfondsen op voet van het bepaalde in artikel 245 lid 1 Rv veroordelen in de kosten van het geding in beide instanties (salaris advocaat in hoger beroep: 2,5 punt tarief II).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis d.d. 18 augustus 2009, waarvan beroep

en opnieuw rechtdoende:

verklaart de stichting niet ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt de Stichting Bewaarder Vastgoedfondsen (statutaire zetel te 's Gravenhage), adres: Lange Houtstraat 8, 2511 CW te 's Gravenhage, in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [appellant] in eerste aanleg op nihil, en

in hoger beroep op € 332,57 aan verschotten en € 2.235,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

bepaalt dat van voormelde bedragen aan de griffier dient te worden voldaan € 266,82 aan verschotten en € 2.235,- voor geliquideerd salaris voor de advocaat, die daarmee zal handelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 243 RV;

verklaart dit arrest voor wat de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. K.E. Mollema, voorzitter, H. de Hek en M.C.D. Boon-Niks en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 10 juli 2012 in bijzijn van de griffier.