Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX1287

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-07-2012
Datum publicatie
12-07-2012
Zaaknummer
200.077.903/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Materiële geschil is geëindigd (grotendeels) in een vaststellingsovereenkomst. Tav enkele resterende punten een beslissing van het hof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 10 juli 2012

Zaaknummer 200.077.903/01

(zaaknummer rechtbank: 74970 / HA ZA 06-169)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. J.S. Bauer, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

1. [de V.O.F.] ,

gevestigd te Leeuwarden,

2. [geïntimeerde sub 2],

wonende te [woonplaats],

3. [geïntimeerde sub 3],

wonende te [woonplaats],

hierna te gezamenlijk ook wel te noemen: [geïntimeerden],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: eisers in conventie en verweerders in reconventie,

hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden],

advocaat: mr. R.H. Knegtering, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Het (verdere) verloop van de procedure in hoger beroep

Het verloop van het geding in hoger beroep volgt uit het tussenarrest van het hof van 28 februari 2012. De inhoud van dat arrest wordt hier beschouwd als herhaald ingelast.

Ingevolge het genoemde tussenarrest heeft op 31 mei 2012 een comparitie van partijen plaats gevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

Vervolgens is de zaak verwezen naar de rol voor het wijzen van arrest. Partijen hebben het hof verzocht dit arrest te wijzen op basis van het ten behoeve van de comparitie overgelegde dossier.

De verdere beoordeling

1. In het tussenarrest van 28 februari 2012 heeft het hof overwogen dat de vorderingen van [geïntimeerden] zullen worden afgewezen en dat [geïntimeerden] zullen worden veroordeeld in de proceskosten in beide instanties gevallen aan de zijde van [appellant].

2. De zaak is ter beslissing op de (oorspronkelijk) reconventionele vordering van [appellant] voor een bedrag van € 219,06 voortgezet. In dat verband heeft een comparitie plaats gevonden. Ter comparitie is tussen partijen een vaststellingsovereenkomst overeengekomen. Daarin is afgesproken dat uitsluitend om verdere kosten te voorkomen [geïntimeerden] aan [appellant] een bedrag van € 200,- zal betalen, waarmee de vordering in (oorspronkelijke) reconventie tussen partijen is geregeld. Omdat partijen van mening zijn dat door hen ingenomen standpunten ten aanzien van de (oorspronkelijk) reconventionele vordering ook van belang zijn met het oog op de oorspronkelijk conventionele vordering hebben zij zich uitdrukkelijk op het standpunt gesteld dat zij door het tot standbrengen van de van de vaststellingsovereenkomst op geen enkele wijze door hen ingenomen standpunten prijsgeven.

3. Om die reden heeft [appellant] zich op het standpunt gesteld dat hij zijn (oorspronkelijk) reconventionele vordering niet wenst in te trekken maar heeft hij de voorkeur gegeven aan afwijzing van die vordering door het hof (het hof verstaat: bekrachtiging van de afwijzing van die vordering).

4. Ter comparitie hebben [geïntimeerden] het hof verzocht terug te komen op de in zijn arrest van 28 februari 2012 genomen bindende eindbeslissingen, zoals hiervoor weergegeven onder 1. Volgens [geïntimeerden] heeft het hof hun standpunten onjuist begrepen. In hetgeen daartoe ter comparitie is aangevoerd ziet het hof echter geen aanleiding terug te (kunnen) komen van zijn reeds gegeven oordelen.

5. Voorts hebben [geïntimeerden] het hof verzocht het te wijzen arrest niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Daartoe voeren [geïntimeerden] aan dat zij overwegen beroep in cassatie in te stellen. Ook aan dit verzoek gaat het hof voorbij nu niet is gebleken dat [geïntimeerden] bij dit verzoek een voldoende belang hebben. Het hof heeft immers overwogen dat het de (aanvankelijk) conventionele vordering zal afwijzen. Daarnaast zal op grond van de genoemde vaststellingsovereenkomst de afwijzing van de (oorspronkelijk) reconventionele vordering worden bekrachtigd.

6. De uitvoerbaarheid bij voorraad zou derhalve hooguit kunnen zien op de gevorderde verplichting tot terugbetaling door [geïntimeerden] van hetgeen [appellant] hen, op grond van het vonnis in eerste aanleg, reeds heeft voldaan alsmede op de op de thans uit te spreken proceskostenveroordeling. Nu die betalingen door [geïntimeerden] juist zijn geïncasseerd omdat het vonnis in eerste aanleg uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, valt niet in te zien waarom [appellant] niet zonder uitstel aanspraak zou kunnen maken op terugbetaling daarvan nu zij door het hof in het gelijk gesteld is. De enkele omstandigheid dat [geïntimeerden] overwegen beroep in cassatie in te stellen is onvoldoende om de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad te weigeren. Ook aan dit verzoek van [geïntimeerden] zal het hof derhalve voorbij gaan.

7. Slotsom

De grieven 2, 4 en 5 slagen en de grieven 3 en 6 t/m 9 behoeven geen bespreking meer (zie het tussenarrest onder 6). Voor zover de grieven zien op de (oorspronkelijk) reconventionele vordering, kunnen zij buiten behandeling blijven nu partijen dienaangaande een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten, waarin is verzocht de afwijzing van de hier bedoelde vordering te bekrachtigen.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoende de vorderingen van [geïntimeerden] afwijzen en de afwijzing van de vordering van [appellant] met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van de procedure in eerste aanleg in coneventie, voor zover gevallen aan de zijde van [appellant] begroot op 4 punten, tarief III en verschotten, alsmede in de kosten van het hoger beroep voor zover gevallen aan de zijde van [appellant] begroot op 2,5 punt, tarief III en verschotten.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis van 13 augustus 2008 van de rechtbank Leeuwarden (zaaknummer / rolnummer 74970 / HA ZA 06-169) voor zover daarin (in conventie) de vorderingen van [geïntimeerden] zijn toegewezen;

en in zoverre opnieuw rechtdoende wijst de vorderingen van [geïntimeerden] af met veroordeling van [geïntimeerden] aan [appellant] terug te betalen hetgeen hij ter voldoening aan het tegen hem gewezen vonnis in eerste aanleg heeft betaald, vermeerderd met de over dat bedrag verschenen rente vanaf de dag der voldoening aan dat vonnis;

veroordeelt [geïntimeerden] in de proceskosten in eerste aanleg voor zover gevallen aan de zijde van [appellant] begroot op € 384,- voor verschotten en € 2.316,- voor geliquideerd salaris van de advocaat;

voor het overige wordt het vonnis waarvan beroep bekrachtigd;

veroordeelt [geïntimeerden] de kosten van het hoger beroep gevallen aan de zijde van [appellant] en begroot op € 896,80 voor verschotten en € 1.737,- voor geliquideerd salaris van de advocaat.

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de daarin vervatte vernietiging en veroordelingen;

wijst af het anders of meer gevorderde.

Aldus gewezen door mrs. L. Janse, voorzitter, M.M.A. Wind en G. van Rijssen en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 10 juli 2012 in bijzijn van de griffier.