Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX0450

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-03-2012
Datum publicatie
05-07-2012
Zaaknummer
200.100.140
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Dat de envelop op een latere dag is afgestempeld dan de dag waarop de betrokkene het beroepschrift in de brievenbus heeft gedaan, komt voor rekening en risico van de betrokkene.

Wetsverwijzingen
Algemene termijnenwet 1, geldigheid: 2012-03-20
Algemene wet bestuursrecht 6:6, geldigheid: 2012-03-20
Algemene wet bestuursrecht 6:8, geldigheid: 2012-03-20
Algemene wet bestuursrecht 6:9, geldigheid: 2012-03-20
Algemene wet bestuursrecht 7:24, geldigheid: 2012-03-20
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9, geldigheid: 2012-03-20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 200.100.140

20 maart 2012

CJIB 144522480

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht

van 14 november 2011

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard, omdat het niet tijdig is ingesteld.

2. De betrokkene voert aan dat hij het beroepschrift op 1 april 2011 heeft geschreven en op dezelfde dag, voor 18.00 uur, heeft gepost. Mogelijkerwijs heeft ten gevolge van een te vroege lichting bezorging op 2 april 2011 niet plaats kunnen vinden. De volgende lichtingen vonden plaats op 3 april 2011 en 4 april 2011. Dit kan ertoe hebben geleid dat het beroepschrift eerst op 6 april 2011 door de CVOM is ontvangen. Deze vertraging is niet aan de betrokkene te wijten.

3. Ingevolge het bepaalde in artikel 9, eerste lid, WAHV in verbinding met de artikelen 6:7 en 6:8 Algemene wet bestuursrecht (Awb), dient het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de beslissing van de officier van justitie aan de betrokkene is toegezonden. Voorts bepaalt artikel 6:9 Awb dat het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen, alsmede dat bij verzending per post het beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

4. Blijkens de gedingstukken is de beslissing van de officier van justitie op 19 februari 2011 aan de betrokkene toegezonden. De beroepstermijn eindigde derhalve, met toepassing van de Algemene termijnenwet, op 4 april 2011. Het beroepschrift is gedateerd 1 april 2011. De envelop waarin het beroepschrift is verzonden is, blijkens het daarop geplaatste poststempel, op 5 april 2011 afgestempeld. De betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat het beroepschrift eerder dan op 5 april 2011 ter post is bezorgd. De enkele stelling van de betrokkene is daartoe onvoldoende. Dat de envelop op een latere dag is afgestempeld dan de dag waarop het beroepschrift in de brievenbus is gedaan, is een omstandigheid die voor rekening en risico van de betrokkene komt. Het beroep is derhalve niet tijdig ingesteld. Aangezien niet gebleken is dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, heeft de kantonrechter het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.

5. De klacht van de betrokkene, dat de kantonrechter zich niet heeft gehouden aan de beslistermijn van 16 weken, treft geen doel. Naar het hof begrijpt beroept de betrokkene zich hiermee op de in artikel 7:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedoelde beslistermijn van 16 weken. Deze beslistermijn is een termijn van orde voor de officier van justitie die op het administratief beroep dient te beslissen en geldt niet voor de behandeling van beroepen door de kantonrechter.

6. Het hof zal de bestreden beslissing daarom bevestigen en kan dus, net als de kantonrechter, niet toekomen aan een beoordeling van de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.