Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX0447

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
07-03-2012
Datum publicatie
05-07-2012
Zaaknummer
200.093.880
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Uitleg onderbord “AB-AB-00 ma t/m zo 09.00 – 18.00h” bij bord E6 (gehandicaptenparkeerplaats). Buiten de aangegeven uren is de aldus aangeduide parkeerplaats geen gehandicaptenparkeerplaats. Gedraging niet verricht.

Wetsverwijzingen
Besluit proceskosten bestuursrecht 2, geldigheid: 2012-03-07
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2012-03-07
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13a, geldigheid: 2012-03-07
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 200.093.880

7 maart 2012

CJIB 144810631

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam

van 2 augustus 2011

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 160,- opgelegd ter zake van “parkeren op gehandicaptenparkeerplaats anders dan met motorvoert. op meer dan 2 wielen met geldige gehand. parkeerkaart”, welke gedraging zou zijn verricht op 4 augustus 2010 om 22.30 uur op de Meent te Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-ABA-0].

2. De gemachtigde ontkent namens de betrokkene dat de gedraging is verricht en voert daartoe het volgende aan. De betreffende parkeerplaats is van maandag tot en met zondag van 9.00 uur tot 18.00 uur gereserveerd voor kentekenhouder [AB-AB-00]. De betrokkene heeft hier buiten deze tijden geparkeerd. De kantonrechter heeft ten onrechte geconcludeerd dat de bebording bij de parkeerplaats en het kruis op de parkeerplaats duidelijk maken dat de parkeerplaats ook buiten de op het onderbord aangegeven tijden een gehandicaptenparkeerplaats is. Deze parkeerplaats is voorheen altijd een reguliere parkeerplaats geweest. Vervolgens is op enig moment het bord E6 met het betreffende onderbord bij de parkeerplaats geplaatst. Buiten de aangegeven tijdstippen is deze parkeerplek geen gehandicaptenparkeerplaats. Immers, het onderbord geeft aan onder welke omstandigheden er sprake is van het ''bovenbord''. Daarnaast heeft de betrokkene vaker buiten de aangegeven tijdstippen op deze plaats geparkeerd. Ondanks regelmatige controles is hij nooit eerder hiervoor geverbaliseerd. Inmiddels zijn beide borden verwijderd, hetgeen niet voor de hand ligt, als het om een reguliere gehandicaptenparkeerplaats zou gaan, aldus de gemachtigde. Ter onderbouwing van zijn betoog verwijst de gemachtigde naar een tweetal foto's van de situatie ter plaatse.

3. Artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 bepaalt:

"Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden."

4. Artikel 26 van het RVV 1990 bepaalt:

"Op een gehandicaptenparkeerplaats mag slechts worden geparkeerd:

a. een gehandicaptenvoertuig;

b. een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart is aangebracht of

c. indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig.''

5. Artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d, onder 1°, van het RVV 1990 bepaalt:

"De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een parkeergelegenheid, voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen;"

Het tweede lid van dat artikel houdt in:

"Indien onder de verkeersborden E4 tot en met E8, E12 en E13 van bijlage 1, op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of het onderbord voortvloeiende geboden of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren."

6. Uit hoofdstuk E van bijlage 1 van het RVV 1990 blijkt dat een gehandicaptenparkeerplaats wordt aangeduid met bord E6.

7. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in de aankondiging van beschikking houdt - zakelijk weergegeven - in dat de verbalisant op 4 augustus 2010 om 22:30 uur heeft waargenomen dat een zwarte personenauto, merk Audi, kenteken [00-ABA-0], op de Meent te Rotterdam op een gehandicaptenparkeerplaats geparkeerd stond, zonder dat in het voertuig een invalidenkaart zichtbaar was.

8. Uit de stukken van het dossier, waaronder de foto's die zijn overgelegd, blijkt dat het in deze zaak gaat om een bord E6, waaraan een onderbord is geplaatst met de tekst

''[AB-AB-00] ma t/m zo 09.00 -18.00h''.

9. Het onderbord geeft een nadere uitleg als bedoeld in artikel 67, eerste lid, onder a RVV 1990, van de door bord E6 aangeduide gehandicaptenparkeerplaats. Gelet op het bepaalde in het tweede lid van artikel 24 RVV 1990 is naar het oordeel van het hof daarmee aangegeven, dat de betreffende parkeerplaats slechts gedurende de bepaalde uren heeft te gelden als een gehandicaptenparkeerplaats, gereserveerd voor het voertuig met het aangegeven kenteken, en dat de werking van bord E6 eveneens beperkt is tot die aangegeven uren (vergelijk met betrekking tot bord E7: HR 18 april 2000, LJN ZD1913, VR 2001, 4). Dat de beperking van de beschikbaarheid van de parkeerplaats ten koste zou zijn gegaan van de beschikbaarheid van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen ligt ook niet voor de hand.

10. Op grond van het vorenstaande komt het hof tot de conclusie dat de gedraging niet is verricht. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen hij had behoren te doen: het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking vernietigen.

11. Het hof acht termen aanwezig om de door de betrokkene gemaakte kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand te vergoeden. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: het indienen van een beroepschrift bij de officier van justitie, het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift. Ingevolge de Bijlage bij het toepasselijke Besluit proceskosten bestuursrecht wordt aan het indienen van de beroepschriften 1 punt (elk) toegekend. Het hof zal derhalve 3 punten toekennen. De waarde per punt bedraagt € 437,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Het hof zal de advocaat-generaal derhalve veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 655,50 (3 x € 437,- x 0,5).

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 15 november 2010, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 144810631 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van € 166,-, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 655,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.