Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX0398

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-07-2012
Datum publicatie
04-07-2012
Zaaknummer
200.081.115/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Werkzaamheden architect. Gebruikelijk of redelijk loon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 3 juli 2012

Zaaknummer 200.081.115/01

(zaaknummer rechtbank 78144 / HA ZA 10-148)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

GBS Zweedse Kwaliteitsbouw B.V.,

gevestigd te Akkrum,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: GBS,

advocaat: mr. A.H. van der Wal, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

1. [geïntimeerde 1],

wonende te [woonplaats],

2. [geïntimeerde 2],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden ],

advocaat: mr. J. Bolt, kantoorhoudende te Groningen.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 14 april 2010 en 6 oktober 2010 door de rechtbank Assen.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 5 januari 2011 is door GBS hoger beroep ingesteld van het vonnis van 6 oktober 2010 met dagvaarding van [geïntimeerden ] tegen de zitting van

15 februari 2011.

De conclusie van de memorie van grieven, waarbij GBS haar eis heeft verminderd, luidt:

"bij arrest uitvoerbaar bij voorraad:

- Geïntimeerden te veroordelen tot betaling aan appellante van de hoofdsom ad € 11.305,--

althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de buitengerechtelijke

incassokosten ad € 904,--, de beslagkosten ad € 551,13 en de wettelijke rente over de

hoofdsom vanaf 20 september 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, zulks met

veroordeling van geïntimeerden in de kosten van deze procedure alsook in de kosten van

de procedure in eerste aanleg, met veroordeling van geïntimeerden tot terugbetaling van

de door appellante betaalde proceskosten in eerste aanleg, ter hoogte van € 1.239,--;

- Tot veroordeling van geïntimeerden om aan appellante te betalen het nasalaris van de

advocaat ad € 131,-- voor zover betaling wordt verkregen zónder dat betekening van het

te wijzen arrest nodig is respectievelijk € 199,-- voor zover betaling binnen 14 dagen na

aanschrijving uitblijft en betekening van het in dezen te wijzen arrest nodig is.

[geïntimeerden ] hebben geen memorie van antwoord genomen. Hiervan is akte van niet dienen verleend.

Ten slotte heeft GBS de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

1. GBS heeft drie als zodanig aangeduide grieven opgeworpen.

De beoordeling

2. Nu GBS haar eis heeft verminderd, aldus dat zij in hoofdsom thans € 11.305,- vordert in plaats van € 14.280,- zal het hof recht doen op basis van de gewijzigde eis.

3. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, althans niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, zal het hof van de volgende feiten uit gaan.

3.1. GBS is een bouwonderneming die zich heeft gespecialiseerd in de bouw van Zweedse houten woningen. Zij werkt samen met architect [architect] (hierna: [architect]), die voor haar ontwerpen, schetsen en bouwtekeningen maakt.

3.2. [geïntimeerden ] zijn sinds 2001 eigenaren van een perceel grond in [plaats] (gemeente [gemeente]), waar zij een woonboerderij (hierna: de woning) met twee bijgebouwen willen laten bouwen. Dit plan stuit op bezwaren van de gemeente.

3.3. Vanaf 15 november 2006 vinden er tussen partijen meerdere contacten plaats om tot de bouw door GBS van de woning met bijgebouwen te komen. Die contacten leiden er toe dat in een bespreking op 13 februari 2007 tussen GBS en Reuvekamp een zogeheten programma van eisen wordt opgesteld, dat nog dezelfde dag is doorgezonden aan [architect].

3.4. [architect] maakt naar aanleiding hiervan een - gratis - schetsplan. Dit schetsplan wordt op 1 maart 2007 gepresenteerd aan [geïntimeerden ]

3.5. Op 13 maart 2007 vindt een eerste gesprek plaats met de heer [medewerker ] (hierna: [medewerker]), technisch medewerker van Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente [gemeente].

3.6. Eind maart 2007 zendt GBS aan [geïntimeerden ] een zogeheten intentieverklaring waarin onder meer het volgende is opgenomen:

(…)

"1. Partijen de intentie hebben tot het aangaan van een koopovereenkomst voor de levering door GBS van een Zweedse kwaliteitswoning. Dat de onderhandelingen in een dermate vergevorderd stadium verkeren dat GBS kosten moet maken c.q. verplichtingen moet aangaan ter voorbereiding van de volgende fase.

2. Overwegende dat het afsluiten van een definitieve koopovereenkomst, voor de opdrachtgever in dit stadium niet wenselijk is, doch dat de kosten ter voorbereiding van een eventuele overeenkomst redelijkerwijs niet toe te rekenen zijn aan GBS.

3. Partijen zijn overeengekomen dat de door GBS gemaakte en te maken kosten door de opdrachtgever zullen worden vergoed, met dien verstande dat indien de overeenkomst wel tot stand komt, de kosten in de aanneemsom zullen worden verrekend.

4. De kosten zullen betrekking hebben op de volgende fasen;

Fase 1

Ontwerpfase/voorlopig schetsplan

- vooroverleg met cliënt, programma van eisen en wensen;

- eventueel vooroverleg met gemeente inzake stedenbouwkundige invulling en randvoorwaarden;

- voorlopig ontwerp door Zweedse fabrikant technisch laten toetsen;

- eventuele wijzigingen van ontwerp naar aanleiding van technische stedenbouwkundige toets, dan wel aanscherping eisen en wensen klant.

Kosten 1e fase 4.000,- euro

Fase 2

Definitieve ontwerpfase/welstandsaanvraag

- definitieve ontwerpfase uitwerken op de computer;

- welstandsprocedure en overige overleg structuren binnen ambtelijke diensten;

- aanleveren technische gegevens fabrikant en toetsing door constructeur;

Kosten 2e fase 4000,- euro

Fase 3

Bestektekening fase/bouwaanvraag

- blad 1 definitief ontwerp / bestektekening, gevels, plattegronden, 1:100;

- constructieoverzicht + riolering etc.

- bouwbesluit + EPN-berekening

- situatietekening schaal 1:500;

- hoogte- en dwarsdoorsnede;

- principe detail;

- kleurenschema en materiaaloverzicht;

- architectonische uitgangspunten, keuzebepaling en advisering materialen;

- constructieberekeningen en tekeningen door fabrikant;

- het creëren van een tuinontwerpplan(alleen in het 't noorden)

Kosten 3e fase 4.000,- euro

Totaal architectkosten 12.000,- euro excl. BTW zijn voor rekening van de opdrachtgever en vallen binnen de aanneemsom indien tot de koop van het ontworpen huis wordt overgegaan."

(…)

3.7. [geïntimeerden ] weigeren de intentieverklaring te ondertekenen.

3.8. Bij brief van 5 april 2007 schrijven [geïntimeerden ] aan GBS, onder meer:

(…)

"Wij zijn nu in een fase aangeland om na te gaan of de afgifte van een bouwvergunning daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. De kosten voor de uitvoering van dit haalbaarheidsonderzoek (incl. schetstekening) inzake de woning en bijgebouwen zijn door u geschat op € 3000. Ongeacht de uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek zijn wij overeengekomen van onze kant 50% van het kostenbedrag (€ 1500) voor onze rekening te nemen.

U kunt deze brief als opdrachtbevestiging beschouwen en wij zien uw verdere berichten met belangstelling tegemoet. "

3.9. De in de brief van 5 april 2007 (r.o. 3.8.) genoemde schetstekening voor de woning is gemaakt.

3.10. In april 2007 vinden er vervolgens verschillende besprekingen plaats. Op

17 april 2007 vindt een gesprek plaats tussen de heer [medewerker GBS] (medewerker GBS) en [geïntimeerden ] over de door [architect] aangepaste schetstekening. Op

18 april 2007 vindt een gesprek plaats met [medewerker] om het aangepaste ontwerp te bespreken. Op 24 en 26 april 2007 vinden gesprekken plaats tussen

[geïntimeerden ], [medewerker GBS] en [medewerker], alsmede de afdeling VROM/RO van de gemeente waarbij de gemeente instemt met de ruwe opzet van de gebouwen en de locatie daarvan.

3.11. In de daarop volgende maanden wordt het ontwerp voor de woning verder uitgewerkt en aangepast en vinden er tussen betrokkenen meerdere besprekingen plaats.

3.12. GBS stuurt [geïntimeerden ] twee facturen gedateerd 30 oktober 2007 onder vermelding van eerste en tweede termijn architectkosten elk voor een bedrag van € 3.570,00 incl. BTW en een factuur d.d. 18 april 2008 onder vermelding van laatste termijn architectkosten volgens overeenkomst van

€ 7.140,00 incl. BTW. Ondanks herhaald verzoek en sommatie betalen [geïntimeerden ] deze facturen niet.

3.13. GBS brengt op 22 november 2007 aan [geïntimeerden ] een offerte uit voor de bouw van - uitsluitend - de woning voor een aanneemsom van € 421.205,-.

3.14. Bij brief van 26 november 2007 delen [geïntimeerden ] aan GBS mee de offerte niet te aanvaarden. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over een aanneemsom.

3.15. Op 27 november 2007 bericht [medewerker] per mail aan [architect] het volgende:

"Hedenmiddag heb ik uw ontwerp van de woning, [adres], als pu voorgelegd aan de welstand. Uw ontwerp is akkoord bevonden.

Ik ga er vanuit u hiermede van dienst te zijn geweest. Wij gaan er vanuit dat u na deze fase de definitieve stukken gaat indienen. In ieder geval dient u hierna volgende in te dienen: definitieve tekeningen (gevels, plattegronden, doorsneden, detailleringen, fundering, riolering, vloerenplannen, dakplannen), uw controlelijst bouwbesluit toetsing, daglicht berekening, ventilatieberekening met ventilatiebalans, EPC berekening (…), bodemonderzoek, constructieve berekeningen en tekeningen met het sonderingsrapport." (…).

Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4. GBS heeft in eerste aanleg gevorderd betaling door [geïntimeerden ] aan haar van een bedrag - in hoofdsom - van € 14.280,- te vermeerderen met rente en kosten. GBS heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen op basis waarvan zij werkzaamheden heeft verricht waarvoor voornoemd bedrag is verschuldigd, primair omdat dit bedrag is overeengekomen, subsidiair als redelijk loon in de zin van artikel 7:405 lid 2 BW. [geïntimeerden ] hebben verweer gevoerd en gesteld dat zij geen opdracht hebben gegeven tot werkzaamheden van de gestelde omvang en zij slechts een bedrag van € 1.500,- zijn verschuldigd, welk bedrag door hen is voldaan. De rechtbank heeft de vordering afgewezen, omdat GBS onvoldoende concrete feiten heeft gesteld waaruit volgt dat aan haar opdracht is gegeven bepaalde werkzaamheden te verrichten.

Met betrekking tot de grieven

5. Door GBS zijn drie grieven aangevoerd. De grieven hebben betrekking op de betekenis van de intentieverklaring voor de verhouding tussen partijen, tot welke werkzaamheden [geïntimeerden ] opdracht hebben gegeven en welk loon voor die werkzaamheden is verschuldigd. Het hof zal de grieven gezamenlijk behandelen.

6. Tussen partijen is niet in geschil dat een overeenkomst tot opdracht met betrekking tot het haalbaarheidsonderzoek tot stand is gekomen, waarvoor [geïntimeerden ] een bedrag van € 1.500,- aan GBS dienden te voldoen. GBS heeft gesteld dat dit haalbaarheidsonderzoek overeenkomt met de werkzaamheden, zoals genoemd onder fase 1 van de intentieverklaring. [geïntimeerden ] hebben gesteld dat zij dit bedrag door middel van de levering van bomen aan [architect] hebben voldaan. GBS heeft dit betwist, stellende dat [architect] aan GBS factureerde en GBS aan [geïntimeerden ] GBS heeft van [geïntimeerden ] geen betaling ontvangen. Nu aldus GBS gemotiveerd betwist dat de vordering is voldaan, rust op [geïntimeerden ] de bewijslast en het bewijsrisico van hun stelling. Het betreft immers een bevrijdend verweer. [geïntimeerden ] hebben betreffende die voldoening in eerste aanleg noch in hoger beroep een bewijsaanbod gedaan. Het hof ziet ook geen aanleiding hen ambtshalve tot bewijslevering toe te laten. Het vorenoverwogene leidt ertoe dat [geïntimeerden ] het overeengekomen bedrag van € 1.500,- aan GBS dienen te voldoen.

7. Vervolgens dient het hof te beoordelen of de werkzaamheden die na voltooiing van het haalbaarheidsonderzoek door GBS zijn verricht, in opdracht van [geïntimeerden ] hebben plaatsgevonden. GBS heeft in haar toelichting op de grieven gesteld, dat [geïntimeerden ], nadat het haalbaarheidsonderzoek positief was afgerond, steeds mondeling opdracht hebben gegeven verder te gaan met de ontwikkeling van bouwplannen. Het hof acht het van belang om vast te stellen op welk moment het haalbaarheidsonderzoek was voltooid. Gelet op de inhoud van de brief van [geïntimeerden ] van 5 april 2007 (zie r.o. 3.8.): (…) "We zijn nu in een fase aangeland om na te gaan of de afgifte van een bouwvergunning daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. De kosten voor de uitvoering van dit haalbaarheidsonderzoek (incl. schetstekening) inzake de woning en bijgebouwen…" (…) was de inzet van het haalbaarheidsonderzoek om te kijken of er tot afgifte van een bouwvergunning kon worden gekomen. GBS heeft onweersproken gesteld dat op 24 en 26 april 2007 gesprekken hebben plaatsgevonden tussen [geïntimeerden ], [medewerker GBS] en [medewerker], alsmede de afdeling VROM/RO van de gemeente waarbij de gemeente heeft ingestemd met de ruwe opzet van de gebouwen en de locatie daarvan. Het hof is van oordeel dat toen duidelijk was dat de gemeente bereid was mee te werken aan het plan en op dat moment het haalbaarheidsonderzoek was voltooid.

8. GBS heeft in haar toelichting op de grieven gesteld dat na voltooiing van het haalbaarheidsonderzoek de ontwerptekening zes of zeven keer is gewijzigd. Die werkzaamheden heeft GBS onder voortdurend en nauw overleg met

[geïntimeerden ] verricht conform de in de intentieverklaring omschreven fasering van werkzaamheden om tot koop en bouw van de woning te komen. Dit heeft geleid tot een volledige bouwaanvraag (inclusief gedetailleerde bouwtekeningen), die gereed ligt voor indiening bij de gemeente [gemeente], aldus GBS. GBS heeft ter onderbouwing van haar stellingen overzichten overgelegd van besprekingen en werkzaamheden die hebben plaatsgevonden, alsmede urenoverzichten (prod. 10 bij dagvaarding, prod. 2, 3 en 4 bij memorie van grieven), alsmede enkele tekeningen, een aanvraagformulier bouwvergunning en berekeningen (overgelegd ter gelegenheid van de comparitie in eerste aanleg).

9. Het hof is van oordeel dat uit de overgelegde overzichten en urenstaten blijkt dat ook na het voltooien van het haalbaarheidsonderzoek veelvuldig besprekingen hebben plaatsgevonden tussen [geïntimeerden ] enerzijds en [architect] en/of GBS anderzijds. Daarnaast was sprake van overige mondelinge en schriftelijke contacten, zoals blijkt uit de overgelegde overzichten met omschrijving van de aard en inhoud van die contacten. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een positief advies van de welstandcommissie. Het hof is van oordeel dat hiermee door GBS voldoende feiten en omstandigheden zijn gesteld, die de conclusie kunnen wettigen dat de verrichte werkzaamheden in opdracht van [geïntimeerden ] zijn verricht. Nu [geïntimeerden ] een en ander onvoldoende gemotiveerd hebben betwist houdt het hof deze feiten en omstandigheden voor juist.

10. Op grond van artikel 7:405 BW heeft een opdrachtnemer recht op een beloning voor de verrichte werkzaamheden. Indien daarover geen afspraken zijn gemaakt, dan heeft de opdrachtnemer recht op een gebruikelijke of redelijke beloning. Tussen partijen is niet in geschil dat de intentieovereenkomst en daarmee ook de daarin opgenomen beloning door [geïntimeerden ] van de hand is gewezen. De werkzaamheden die na het voltooien van het haalbaarheidsonderzoek zijn verricht kunnen naar het oordeel van het hof dan ook niet worden geacht - stilzwijgend - te zijn overeengekomen tegen de tarieven in de intentieverklaring. Nu partijen geen beloning hebben afgesproken, heeft GBS aanspraak op een gebruikelijke of redelijke beloning. Daarmee komt het hof toe aan de vraag of GBS voldoende heeft gesteld om, zoals zij vordert, een redelijke beloning te kunnen vaststellen. Gelet op de omvang van de verrichte werkzaamheden zoals blijkt uit de hiervoor onder 8. en 9. genoemde urenstaten en de genoemde uurtarieven van de architect is het hof van oordeel dat het gevorderde bedrag van € 8.000,- ex btw (€ 9.520,- incl. btw) alleszins redelijk is te noemen en zal het loon op dit bedrag worden vastgesteld. Dit bedrag zal worden toegewezen naast het hiervoor genoemde bedrag van € 1.500,- excl. btw (€ 1.785 incl. btw) terzake het haalbaarheidsonderzoek.

11. GBS heeft gesteld buitengerechtelijke kosten te hebben gemaakt en heeft vergoeding daarvan gevorderd. Het hof is van oordeel dat het gaat om redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt, zodat het hof de gevorderde vergoeding ad € 904,- zal toewijzen.

De slotsom

12. De grieven slagen. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. [geïntimeerden ] zullen worden veroordeeld tot betaling aan GBS van een bedrag van € 11.305,- voor de verrichte werkzaamheden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2008 en tot betaling van de beslagkosten ad

€ 551,13, nu die niet zijn weersproken, en buitengerechtelijke incassokosten ad

€ 904,-.

13. [geïntimeerden ] zullen voorts worden veroordeeld tot terugbetaling van een bedrag van € 1.239,-, nu GBS onweersproken heeft gesteld dat zij dit bedrag ter voldoening aan het vonnis in eerste aanleg heeft voldaan.

14. [geïntimeerden ] zullen als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties. De kosten van het geding worden voor wat betreft het geliquideerd salaris voor de advocaat begroot in eerste aanleg op € 1.296,- (tarief II / 3 punten) en in hoger beroep op € 894,- (tarief II / 1 punt).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [geïntimeerden ] tot betaling aan GBS van een bedrag van € 12.760,13 (€ 11.305,- en € 551,13 en € 904,-) vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 11.305,- van 20 september 2008 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [geïntimeerden ] tot betaling aan GBS tot een bedrag van € 1.239,-;

veroordeelt [geïntimeerden ] in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van GBS:

in eerste aanleg op € 420,65 aan verschotten en € 1.296,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat, in hoger beroep op € 1.845,31 aan verschotten en € 894,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat,

te vermeerderen met € 131,- voor nasalaris van de advocaat indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak is voldaan en € 199,- indien betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mrs. L. Janse, voorzitter, G. van Rijssen en I. Tubben en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 3 juli 2012 in bijzijn van de griffier.