Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BW9724

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
28-06-2012
Zaaknummer
200.027.909-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Redelijke prijs voor op grond van een aannemingsovereenkomst verrichte werkzaamheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 26 juni 2012

Zaaknummer 200.027.909/01

(zaaknummer rechtbank: 85649/HA ZA 07-856)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

1. [appellante 1],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [appellante 1],

2. [appellant 2],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [appellant 2],

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],

advocaat: mr. J.M.E. Hamming, kantoorhoudende te Drachten,

tegen

[geïntimeerde]

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. E.T. van Dalen, kantoorhoudende te Groningen.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 28 juni 2011 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De deskundige heeft op 1 november 2011 zijn rapport ter griffie gedeponeerd.

Beide partijen hebben een memorie na deskundigenbericht genomen, waarbij [appellanten] hun eis hebben verminderd.

Vervolgens hebben beide partijen wederom de stukken aan het hof overgelegd en hebben zij arrest gevraagd.

De verdere beoordeling

1. Het hof heeft een deskundigenbericht gelast met betrekking tot het redelijke uurtarief voor de door [geïntimeerde] verrichte werkzaamheden en het redelijk opslagpercentage ten aanzien van de door [geïntimeerde] geleverde materialen.

2. De deskundige is tot de conclusie gekomen dat het door [geïntimeerde] gehanteerde uurloon van € 31,- exclusief BTW redelijk is. Uit de memories na deskundigenbericht blijkt dat beide partijen zich daarin kunnen vinden. Het hof zal daarom in de verdere beoordeling van dit uurloon uitgaan.

3. Dit betekent dat [appellanten] aan werkloon een totaalbedrag van 791¾ uur x € 31,- BTW exclusief BTW, ofwel € 24.544,25 exclusief BTW, zijnde € 29.207,66 inclusief BTW aan [geïntimeerde] verschuldigd zijn.

4. Voor wat betreft de materialen heeft de deskundige bericht dat een opslagpercentage van 15% over de netto kosten van de geleverde materialen en de (hier niet relevante) in onderaanneming verrichte werkzaamheden redelijk is. Onder netto kosten wordt daarbij volgens hem verstaan: bruto kosten minus eventuele aannemersprovisie en/of andere kortingen.

5. Uit de memorie na deskundigenbericht tevens akte vermindering eis van [appellanten] blijkt dat zij zich in het door de deskundige genoemde opslagpercentage van 15 % kunnen vinden. [geïntimeerde] heeft het door de deskundige genoemde opslagpercentage niet gemotiveerd weersproken. Het hof zal daarvan dan ook uitgaan.

6. Tussen partijen stond reeds vast dat dit percentage dient te worden berekend over de inkoopprijs van de materialen. [appellanten] hebben in hun memorie na deskundigenbericht een berekening gemaakt van het aldus voor de materialen te betalen bedrag. Daarbij zijn [appellanten] net als in hun akte in het geding brengen stukken van 25 augustus 2008 uitgegaan van een inkoopprijs van de materialen van € 33.711,08 exclusief BTW. Nu [geïntimeerde] daartegen niet is opgekomen zal ook het hof daarvan uitgaan.

7. [appellanten] zijn daarmee voor de materialen aan [geïntimeerde] een totaalbedrag van 1,15 x € 33.711,08 ofwel € 38.767,74 exclusief BTW, zijnde € 46.133,61 inclusief BTW verschuldigd.

8. Daarmee dienen [appellanten] in totaal een bedrag van € 29.207,66 +

€ 46.133,61, ofwel € 75.341,27 inclusief BTW, te betalen voor het door [geïntimeerde] verrichte werk.

9. Niet in geschil is dat [appellanten] voorafgaand aan de procedure aan [geïntimeerde] € 66.176,- hebben betaald, zodat [geïntimeerde] ten tijde van de dagvaarding in eerste aanleg nog een vordering op [appellanten] had van € 75.341,27 minus € 66.176,-, ofwel € 9.165,27.

10. Op grond daarvan slagen de grieven 5 en 6 en falen de grieven 2, 3 en 9.

11. [appellanten] hebben in de memorie na deskundigenbericht tevens akte vermindering van eis verklaard hun vordering in reconventie, die strekt tot betaling door [geïntimeerde] aan [appellanten] van een bedrag van € 5.000,-, in te trekken. De op die vordering betrekking hebbende grieven 7 en 8 behoeven daarom geen bespreking meer.

12. [appellanten] hebben onweersproken gesteld ter voldoening aan het vonnis van 17 december 2008 aan [geïntimeerde] te hebben betaald het bedrag van € 15.576,49, vermeerderd met rente, het bedrag van € 2.167,85 in verband met de proceskostenveroordeling in conventie en het bedrag van € 226,- in verband met de proceskostenveroordeling in reconventie. Thans vorderen [appellanten] deze bedragen terug, met dien verstande dat zij ten aanzien van de hoofdsom hetgeen zij ten onrechte hebben voldaan hebben teruggevorderd.

13. Nu het bedrag van € 6.411,22 niet is weersproken door [geïntimeerde] kan het door [appellanten] teveel betaalde bedrag van € 6.411,22 (€ 15.576,49 -/- € 9.165,27) met de door [appellanten] daarover betaalde rente als sequeel van de uit te spreken vernietiging van de beroepen vonnissen, voor zover gewezen in conventie, worden toegewezen.

14. Aangezien partijen in de oorspronkelijke conventie over en weer in het gelijk zijn gesteld zullen de proceskosten van de procedure in eerste aanleg in conventie en van de procedure in hoger beroep worden gecompenseerd in die zin dat [appellanten] de helft van de kosten van de deskundige aan [geïntimeerde] zullen dienen te voldoen, nu [geïntimeerde] die kosten heeft voorgeschoten, en dat voor het overige iedere partij de eigen kosten draagt. Daarom zal [geïntimeerde] tevens worden veroordeeld tot terugbetaling van het ter zake de proceskostenveroordeling in eerste aanleg in conventie van [appellanten] ontvangen bedrag van € 2.167,85.

15. [appellanten] hebben zich niet uitgelaten over de ingangsdatum van de door hen gevorderde wettelijke rente over de terug te betalen bedragen. Om die reden zal het hof die datum bepalen op 2 maart 2009, zijnde de dag waarop de appeldagvaarding met de vordering tot terugbetaling aan [geïntimeerde] is betekend.

Slotsom

16. De vonnissen van 14 mei 2008 en 17 december 2008, voor zover in conventie gewezen, zullen worden vernietigd voor zover meer is toegewezen dan een bedrag van € 9.165,27, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 5 juli 2007 tot aan de dag van algehele voldoening. [geïntimeerde] zal worden veroordeeld om aan [appellanten] terug te betalen een bedrag van € 6.411,22 vermeerderd met de door [appellanten] aan hem betaalde rente en een bedrag van € 2.167,85, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2009 tot de dag van algehele voldoening. Het hof zal [appellanten] veroordelen tot betaling aan [geïntimeerde] van de helft van de kosten van de deskundige. De proceskosten in beide instanties zullen in die zin worden gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt.

17. De beroepen vonnissen zullen voor het overige in conventie alsmede voor zover zij in reconventie zijn gewezen, worden bekrachtigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de vonnissen van 14 mei 2008 en 17 december 2008, voor zover in conventie meer is toegewezen dan een bedrag van € 9.165,27, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf

5 juli 2007 tot aan de dag van algehele voldoening;

bekrachtigt deze vonnissen voor het overige voor zover deze in conventie zijn gewezen;

veroordeelt [geïntimeerde] om aan [appellanten] terug te betalen:

- een bedrag van € 6.411,22 vermeerderd met de daarover door [appellanten] betaalde rente; en;

- een bedrag van € 2.167,85,

beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2009 tot aan de dag van terugbetaling door [geïntimeerde];

veroordeelt [appellanten] tot betaling van een bedrag van € 550,40 ter zake van de kosten van het deskundigenbericht aan [geïntimeerde];

compenseert de kosten van het geding in eerste aanleg en van het geding in hoger beroep voor het overige in die zin dat elke partij haar eigen kosten draagt;

verklaart vorenstaande veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

bekrachtigt de vonnissen van 14 mei 2009 en 17 december 2008, voor zover deze in reconventie zijn gewezen.

Aldus gewezen door mrs. M.W. Zandbergen, voorzitter, K.M. Makkinga en B.J.H. Hofstee en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 26 juni 2012 in bijzijn van de griffier.