Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BW8474

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-06-2012
Datum publicatie
15-06-2012
Zaaknummer
200.094.332/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Incident. Verzet wijziging eis. Oorspronkelijk eiser wijzigt haar eis bij memorie van antwoord in die zin dat zij de wettelijke rente ex art. 6:119 a BW vordert. Deze eiswijziging is toelaatbaar omdat oorspronkelijk gedaagde/appellante hierdoor niet in haar verdediging is geschaad en deze eiswijziging bovendien niet tot onredelijke vertraging van het geding leidt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 12 juni 2012

Zaaknummer 200.094.332/01

(zaaknummer rechtbank: 176251/HA ZA 10-1318)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in het incident verzet wijziging eis in de zaak van:

[appellante],

gevestigd te Balkbrug,

appellante in het principaal en geïntimeerde in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. H.N. s'Jacob, kantoorhoudende te Zwolle,

tegen

[geïntimeerde],

gevestigd te Balkbrug,

geïntimeerde in het principaal en appellante in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. H.W. Bongers, kantoorhoudende te Ommen.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 8 november 2011 wordt hier overgenomen.

Het (verdere) procesverloop

Er is een comparitie van partijen gehouden. Hiervan is proces-verbaal d.d.

11 januari 2012 opgemaakt, dat zich bij de door [appellante] gefourneerde processtukken bevindt. Tijdens deze comparitie hebben partijen geen schikking bereikt.

[appellante] heeft een memorie van grieven genomen met als conclusie:

"bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d.

15 juni 2011, bekend onder zaaknummer/rolnummer 176251/HA ZA 10-1318, gewezen tussen appellante als gedaagde en geïntimeerde als eiseres (gedeeltelijk) te vernietigen en opnieuw recht doende alsnog de vordering(en) van geïntimeerde als eiseres af te wijzen en ongedaan te maken hetgeen door appellante aan geïntimeerde onverschuldigd is betaald ter uitvoering van het vonnis in eerste aanleg, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling, en geïntimeerde in de kosten van beide instanties te veroordelen, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het arrest, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het arrest, althans de 14 ? dag na de datum van het arrest tot aan de dag der algehele voldoening."

[geïntimeerde] heeft een memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel en wijziging van eis genomen met als conclusie:

"Dat Uw Gerechtshof het vonnis, waarvan beroep, bekrachtigt met uitzondering van de veroordeling m.b.t. de wettelijke rente zoals in incidenteel beroep bestreden, met veroordeling van [appellante] in de kosten van de procedure in beide instanties.

In incidenteel beroep:

Dat Uw Gerechtshof, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 15.06.2011, tussen partijen gewezen, vernietigt voor wat betreft de verwijzing naar art. 6:119 BW en opnieuw rechtdoende [appellante] alsnog veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in de artikelen ex art. 6:119a BW en art. 6:120 lid 2 met bevestiging van het vonnis voor het overige en met veroordeling van [appellante] in de kosten van de procedure in beide instanties."

Vervolgens heeft [appellante] een akte houdende bezwaar tegen wijziging van eis genomen.

Hierna hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest in het incident.

De beoordeling in het incident

1. Ingevolge artikel 130 lid 1 Rv - welke bepaling ingevolge artikel 353 lid 1 Rv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is - is een eiser, zolang nog geen eindvonnis is gewezen, bevoegd zijn eis of de gronden daarvan te wijzigen. Deze bevoegdheid is in hoger beroep beperkt in die zin dat de wijziging door een oorspronkelijk eiser in beginsel uiterlijk bij memorie van grieven respectievelijk van antwoord kan plaatsvinden. De wederpartij is bevoegd hiertegen bezwaar te maken, op grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde.

2. [geïntimeerde] heeft in hoger beroep bij de voor haar eerst mogelijke gelegenheid haar eis gewijzigd. De eiswijziging is daarmee tijdig gedaan.

3. Het gaat om de volgende eiswijziging.

In eerste aanleg heeft [geïntimeerde] - voor zover thans van belang - gevorderd dat [appellante] wordt veroordeeld tot betaling van € 87.500,00, zijnde de contractuele boete die [appellante] volgens [geïntimeerde] krachtens de tussen partijen gesloten koopovereenkomst ter zake van twee bedrijfspanden c.a. verschuldigd was, verhoogd met de wettelijke rente vanaf

15 juni 2006 tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank heeft in haar eindvonnis d.d. 15 juni 2011 waarvan beroep de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW toegewezen.

De (enige) incidentele grief van [geïntimeerde] houdt in dat de rechtbank ten onrechte de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW heeft toegekend. Aangezien het hier om een rechtshandeling tussen twee besloten vennootschappen gaat, maakt [geïntimeerde] aanspraak op de wettelijke rente ex art. 6:119a BW. Veiligheidshalve wijzigt zij haar eis in deze zin, aldus [geïntimeerde].

4. [appellante] voert de volgende bezwaren aan tegen de eiswijziging.

Volgens haar heeft de rechtbank in eerste aanleg toegewezen wat [geïntimeerde] had gevorderd, namelijk de wettelijke rente ex art. 6:119 BW. Aldus is sprake van een wijziging van de vordering. In dit licht bezien is geen sprake van een duidelijk geformuleerde grief. Bovendien is het instellen van een nieuwe vordering in dit geval tardief en in strijd met de goede procesorde, aldus [appellante].

5. Zoals het hof hiervoor heeft overwogen, is de eiswijziging tijdig ingediend, namelijk bij de voor [geïntimeerde] eerste mogelijkheid in hoger beroep (de memorie van antwoord). Het hof verwerpt dan ook het bezwaar van [appellante] dat de eiswijziging tardief is.

6. De toelaatbaarheid van een eiswijziging moet mede worden beoordeeld in het licht van de herstelfunctie van het hoger beroep. De grenzen van het toelaatbare worden echter overschreden indien een eiswijziging leidt tot onredelijke vertraging van het geding en/of tot onredelijke bemoeilijking van de verdediging.

7. Nu [appellante] op geen enkele wijze heeft onderbouwd dat sprake zou zijn van strijd met de goede procesorde in de hiervoor bedoelde zin, terwijl zonder nadere toelichting ook niet valt in te zien dat de onderhavige eiswijziging leidt tot onredelijke vertraging van het geding en/of tot onredelijke bemoeilijking van de verdediging, zal het hof aan dit bezwaar voorbijgaan.

8. Terecht merkt [appellante] op dat de eiswijziging, nu deze gericht is op een ander dictum dan het dictum in eerste aanleg, dient te worden aangemerkt als een incidentele grief. Als zodanig heeft [geïntimeerde] haar bezwaar tegen het eindvonnis van de rechtbank ook geformuleerd, waarbij zij tevens "veiligheidshalve" haar eis heeft gewijzigd. Naar het oordeel van het hof had [appellante] redelijkerwijs dienen te begrijpen dat [geïntimeerde] zich primair op het standpunt stelde dat de rechtbank haar vordering tot vergoeding van de wettelijke rente had dienen op te vatten als een vordering tot vergoeding van de wettelijke rente ex art. 6:119a BW, terwijl zij subsidiair - "veiligheidshalve" - haar eis in deze zin wijzigde. Het hof verwerpt dan ook het bezwaar van [appellante] dat sprake zou zijn van een onduidelijk geformuleerde grief.

9. Gelet op het hiervoor overwogene zal het hof de eiswijziging toestaan, zodat in hoger beroep recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis.

10. Het hof zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden tot de beslissing omtrent de kosten in de hoofdzaak.

De beslissing

Het gerechtshof:

In het incident

wijst de bezwaren van [appellante] tegen de eiswijziging van [geïntimeerde] af;

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan tot de beslissing omtrent van de kosten in de hoofdzaak;

In de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 24 juli 2012 voor het nemen van een memorie van antwoord in incidenteel appel door [appellante];

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mrs. M.W. Zandbergen, voorzitter, W. Breemhaar en K.M. Makkinga en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 12 juni 2012 in bijzijn van de griffier.