Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BW8462

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-05-2012
Datum publicatie
15-06-2012
Zaaknummer
200.024.760/01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLEE:2008:BF0362
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vraag aan Oostenrijkse autoriteit of arbitragebeding rechtsgeldig is naar Oostenrijks recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 29 mei 2012

Zaaknummer 200.024.760/01

(zaaknummer rechtbank: 89023/ HA ZA 08-361)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

I.S.S. Tanks B.V.,

gevestigd te Drachten,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: ISS,

advocaat: mr. R.S. van der Spek, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

CMB Maschinenbau & Handels GmbH,

gevestigd te Gratkorn (Oostenrijk),

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: CMB,

advocaat: mr. Chr.F. Kroes, kantoorhoudende te Amsterdam.

Het verdere verloop het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit het tussenarrest van

17 augustus 2010 van dit hof.

Door zowel CMB als ISS is gelijktijdig een akte genomen waarop beide partijen vervolgens nog een antwoordakte hebben genomen.

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. In zijn tussenarrest van 17 augustus 2010 heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op vragen en stukken welke het hof voornemens is voor te leggen aan de Oostenrijkse autoriteit in de zin van de op 7 juni 1968 te Londen gesloten Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht. Het hof had de volgende vragen geformuleerd:

a. Is het arbitragebeding geldig tot stand gekomen in het licht van:

• de al eerder tussen partijen gewisselde stukken waaronder met name de door ISS aan CMB gezonden algemene voorwaarden (zonder arbitragebeding maar met een forumkeuzebeding)?

• de tussen partijen reeds geruime tijd lopende onderhandelingen?

• het feit dat ISS op toezending van de Bestellung met daarin het arbitragebeding niet uitdrukkelijk afwijzend of bevestigend heeft gereageerd?

• de vorm waarin en de wijze waarop het arbitragebeding tussen partijen is gewisseld?

b. Sluiten het arbitragebeding in de Bestellung van CMB en het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden van ISS elkaar over en weer uit?

c. Indien vraag b. met ja dient te worden beantwoord is dan het gevolg daarvan dat een van beide bedingen of beide bedingen niet geldig zijn?

d. Geven de verstrekte stukken, aangaande de geldigheid van het arbitraal beding bezien naar Oostenrijks recht, aanleiding tot andere opmerkingen?

2. In zijn tussenarrest heeft het hof de volgende stukken aangewezen als te verzenden stukken in de zin van artikel 67 Rv:

a. alle uitspraken, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, die in deze zaak zijn gedaan, daaronder het onderhavige arrest begrepen;

b. alle tussen partijen in het kader van de totstandkoming van de overeenkomst gewisselde correspondentie, daaronder begrepen de Engelse versie van de Metaalunievoorwaarden, de Bestellung en de inkoopvoorwaarden van CMB;

3. Partijen hebben uitgebreid van de hen gegeven mogelijkheid gebruik gemaakt om te reageren op de genoemde vragen en opsomming van stukken. Zij hebben daarbij tevens inhoudelijk hun standpunten aangaande de door het hof te nemen beslissingen kenbaar gemaakt.

4. Het hof overweegt dienaangaande het volgende. Voorop staat dat het aan het hof is welke vragen het wenst voor te leggen aan de Oostenrijkse autoriteit en hoe die vragen dienen te worden geformuleerd. Daar waar het hof zulks nuttig acht, zal het daarbij rekening houden met de door partijen gemaakte opmerkingen.

5. CMB betoogt, aangaande de door het hof in zijn arrest van 17 augustus 2010 geformuleerde vraagstelling, dat het hof eerst een keus moet maken inzake de vraag of de algemene voorwaarden van ISN dan wel de in de Bestellung van CMB vervatte bepalingen van toepassing zijn. Door op dit punt niet eerst te beslissen zou, aldus CMB, een voorschot worden genomen op de uitkomst van de te stellen vragen.

6. Aan dit bezwaar gaat het hof voorbij. In het tussenarrest van 17 augustus 2010 is voorop gesteld dat het bevoegdheidsincident waarom het hier gaat haar aanleiding vindt in een door CMB gedaan beroep op de onbevoegdheid van de rechter, welk beroep door CMB (primair) is gebaseerd op een arbitraal beding in de Bestellung.

7. Of de Metaalunie voorwaarden van ISS van toepassing zijn, is een vraag die mogelijk na beantwoording van de bevoegdheidsvraag aan de orde zal komen. Thans is echter uitsluitend aan de orde het bevoegdheidsincident dat door CMB is opgeworpen en de gronden waarop dit berust. Die brengen mee dat het hof zich eerst dient te laten voorlichten over het Oostenrijks recht.

8. Om reden van het vorenstaande ziet het hof evenmin aanleiding om aan de Oostenrijkse autoriteit twee alternatieve situaties voor te leggen, te weten enerzijds de situatie dat uitgegaan wordt van de toepasselijkheid van de Metaalunie voorwaarden en anderzijds die waarin uitgegaan wordt van toepasselijkheid van de in de Bestellung vervatte bepalingen. Uit de over te leggen correspondentie en uitspraken blijkt voorts voldoende duidelijk dat de verwijzing naar het arbitraal beding is gevolgd op de offerte waarin naar de Metaalunievoorwaarden wordt verwezen en welke bedingen er in die voorwaarden zijn opgenomen.

9. Voorts heeft CMB bezwaren geuit tegen de door het hof bij zijn formulering van de vragen gebruikte aanduidingen als ‘geruime tijd’ en ‘correspondentie’. Deze aanduidingen zijn volgens CMB te vaag. Ook maakt CMB er bezwaar tegen dat het hof in zijn vraagstelling feiten en omstandigheden heeft genoemd die, aldus CMB, tussen partijen nog in geschil zijn (met name dat sprake is geweest van onderhandelingen gedurende geruime tijd).

10. Ten slotte hebben partijen nog enige opmerkingen gemaakt van redactionele aard welke in hun visie zouden leiden tot een betere mogelijkheid voor de Oostenrijkse autoriteit om tot een gewogen beantwoording van de vragen te komen.

11. Het hof heeft in deze bezwaren en kanttekeningen van partijen aanleiding gezien de vraagstelling ten dele aan te passen, zodat deze komt te luiden zoals hierna vermeld.

12. Voor wat betreft de mee te zenden stukken heeft CMB bepleit dat ook de rechtsgeleerde opinies die door partijen in het geding zijn gebracht moeten worden meegezonden. ISS heeft daartegen gemotiveerd bezwaar gemaakt.

13. Het hof overweegt dienaangaande dat de Oostenrijkse autoriteit nu juist is ingeschakeld om naar Oostenrijkse recht de geldigheid van het arbitragebeding te beoordelen. Een door partijen ingebrachte opinie kan daaraan weinig anders toevoegen dan een mening of advies aangaande het Oostenrijkse recht waaraan, zonder bijzondere omstandigheden welke zijn gesteld noch gebleken, onvoldoende behoefte bestaat.

14. Het hof komt daarmee tot de volgende definitieve vraagstelling:

a. Is naar Oostenrijks recht het arbitragebeding in de Bestellung geldig tot stand gekomen, mede rekening houdend met de vorm waarin en wijze waarop het beding is gewisseld tussen partijen, de voordien en sindsdien tussen partijen gewisselde stukken (zoals gevoegd bij dit verzoek)?

b. Heeft het feit dat in de in de offerte van ISS van toepassing verklaarde Metaalunievoorwaarden die zij CMB zond voorafgaand aan de ontvangst van de Bestellung een forumkeuzebeding is opgenomen, invloed op de geldigheid van het arbitragebeding naar Oostenrijks recht? Zo ja, wat is het gevolg van dat feiten naar Oostenrijks recht voor de geldigheid van het arbitragebeding?

c. Komt bij beantwoording van vraag a. betekenis toe aan het feit dat ISS de Bestellung met daarin het arbitragebeding niet voor akkoord heeft ondertekend en geretourneerd aan CMB?

d. Geven de verstrekte stukken u, aangaande de geldigheid van het arbitraal beding, aanleiding tot andere opmerkingen?

15. De over te leggen stukken zijn de volgende:

a. Alle uitspraken die rechtbank en hof in deze procedure tot op heden hebben gedaan;

b. de tussen partijen gewisselde stukken overgelegd in deze procedure te weten:

a. Offerte van ISS van 13 mei 2005 (prod. 11 incidentele antwoord conclusie)

b. Offerte van ISS van 29 juni 2006 (prod. 12 incidentele antwoord conclusie)

c. Offerte van ISS van 24 juli 2006 (prod. 13 incidentele antwoord conclusie)

d. Offerte van ISS van 24 juli 2006 (prod. 14 incidentele antwoord conclusie)

e. Offerte van 20 september 2006 van ISS (prod. 1 dagvaarding eerste aanleg)

f. Bestellung van 9 oktober 2006 door CMB (prod. 2 dagvaarding eerste aanleg)

g. Bestellung van 9 maart 2007 door CMB (prod. 3 dagvaarding eerste aanleg)

h. Bestellung van 10 oktober 2007 door CMB (prod. 4 dagvaarding eerste aanleg)

i. Bij bovengenoemde Bestellungen gevoegde inkoopvoorwaarden van CMB

j. Metaalunievoorwaarden van ISS (prod. 5 dagvaarding eerste aanleg)

k. Facturen van 11 december 2006, 10 januari 2007 en 30 oktober 2007

l. E-mail van 26 juni 2007 ISS aan CMB (prod. 5 incidentele conclusie)

m. Faxbericht van 19 september 2007 van ISS aan CMB (prod. 7 incidentele conclusie)

n. De brief van 9 januari 2008 van CMB aan ISS (prod. 10 dagvaarding eerste aanleg)

16. Voor het overige houdt het hof alle beslissingen aan.

De beslissing

Het gerechtshof:

I. het gerechtshof te Leeuwarden verzoekt op grond van artikel 67 Rv. en de

op 7 juni 1968 gesloten overeenkomst nopens het verstrekken van

inlichtingen over buitenlands recht inlichtingen over het recht van

republiek Oostenrijk;

II. voor de feiten wordt verwezen naar het tussenarrest van dit hof van

17 augustus 2010, onder 1 (1.1 t/m 1.8);

III. het hof verzoekt inlichtingen omtrent de volgende vragen:

a. Is naar Oostenrijks recht het arbitragebeding in de Bestellung

geldig tot stand gekomen, mede rekening houdend met de vorm

waarin en wijze waarop het beding is gewisseld tussen partijen, de

voordien en sindsdien tussen partijen gewisselde stukken (zoals

gevoegd bij dit verzoek)?

b. Heeft het feit dat in de in de offerte van ISS van toepassing

verklaarde Metaalunievoorwaarden die zij CMB zond voorafgaand

aan de ontvangst van de Bestellung een forumkeuzebeding is

opgenomen, invloed op de geldigheid van het arbitragebeding naar

Oostenrijks recht? Zo ja, wat is het gevolg van dat feiten naar

Oostenrijks recht voor de geldigheid van het arbitragebeding?

c. Komt bij beantwoording van vraag a. betekenis toe aan het feit dat

ISS de Bestellung met daarin het arbitragebeding niet voor akkoord

heeft ondertekend en geretourneerd aan CMB?

d. Geven de verstrekte stukken u, aangaande de geldigheid van het

arbitraal beding, aanleiding tot andere opmerkingen?;

IV. het hof stelt ter beschikking de navolgende stukken, vertaald in de Duitse taal:

a. Alle uitspraken die rechtbank en hof in deze procedure tot op heden

hebben gedaan;

b. de tussen partijen gewisselde stukken overgelegd in deze procedure te

weten:

a. Offerte van ISS van 13 mei 2005 (prod. 11 incidentele antwoord

conclusie)

b. Offerte van ISS van 29 juni 2006 (prod. 12 incidentele antwoord

conclusie)

c. Offerte van ISS van 24 juli 2006 (prod. 13 incidentele antwoord

conclusie)

d. Offerte van ISS van 24 juli 2006 (prod. 14 incidentele antwoord

conclusie)

e. Offerte van 20 september 2006 van ISS (prod. 1 dagvaarding eerste

aanleg)

f. Bestellung van 9 oktober 2006 door CMB (prod. 2 dagvaarding eerste

aanleg)

g. Bestellung van 9 maart 2007 door CMB (prod. 3 dagvaarding eerste

aanleg)

h. Bestellung van 10 oktober 2007 door CMB (prod. 4 dagvaarding eerste

aanleg)

i. Bij bovengenoemde Bestellungen gevoegde inkoopvoorwaarden van

CMB

j. Metaalunievoorwaarden van ISS (prod. 5 dagvaarding eerste aanleg)

k. Facturen van 11 december 2006, 10 januari 2007 en 30 oktober 2007

l. E-mail van 26 juni 2007 ISS aan CMB (prod. 5 incidentele conclusie)

m. Faxbericht van 19 september 2007 van ISS aan CMB (prod. 7

incidentele conclusie)

n. De brief van 9 januari 2008 van CMB aan ISS (prod. 10 dagvaarding

eerste aanleg);

V. ter uitvoering van het onderhavige verzoek zal het hof een afschrift van dit arrest met bijlagen doen toekomen aan het Arrondissementsparket Den Haag, t.a.v. ZwaCri/Internationale Rechtshulp, Postbus 20302, 200 EH Den Haag;

VI. houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 13 november 2012 voor het nemen van een akte aan de zijde van ISS om zich uit te laten over de uitkomsten van voormeld verzoek;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mrs. L. Janse, voorzitter, G. van Rijssen en R. Ch.Verschuur en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 29 mei 2012 in bijzijn van de griffier.