Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BW7339

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-05-2012
Datum publicatie
01-06-2012
Zaaknummer
200.098.802/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Somalisch huwelijk. Rechtbank verklaart vrouw niet-ontvankelijk. Aangaan huwelijk onvoldoende bewezen. Hof acht- gelet op het bepaalde in artikel 815 lid 6 RV- het bestaan van het huwelijk voldoende aangetoond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 10 mei 2012

Zaaknummer 200.098.802

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. D.J. van der Bij , kantoorhoudende te Drachten,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de man.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 20 september 2011 (zaaknummer 122563 / FA RK 10-2717) heeft de rechtbank Groningen de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot echtscheiding.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie op 14 december 2011, heeft de vrouw verzocht de beschikking van 20 september 2011 te vernietigen en opnieuw beslissende haar verzoek ontvankelijk te verklaren en primair de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en subsidiair de scheiding van tafel en bed uit te spreken.

Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, is van de man geen verweerschrift binnengekomen.

Het hof heeft tevens kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief met bijlagen van 3 januari 2012 van mr. Van der Bij.

Ter zitting van 30 maart 2011 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de vrouw en mr. Van der Bij. Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, is de man niet verschenen.

De beoordeling

De vaststaande feiten

1. Volgens de informatie van de gemeente is niet bekend welke nationaliteit partijen hebben.

2. In het Rapport van Eerste Gehoor van de IND van 18 december 2007 is vermeld dat partijen beide de Somalische nationaliteit hebben.

3. Uit het gestelde huwelijk van partijen zijn geen kinderen geboren.

4. Op 17 november 2010 heeft de vrouw bij de rechtbank een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend. De man heeft hiertegen geen verweer gevoerd.

5. Bij beschikking van 15 februari 2011 heeft de rechtbank de beslissing aangehouden om de vrouw in de gelegenheid te stellen bij akte het gestelde huwelijk te bewijzen.

6. Bij beschikking van 28 juni 2011 heeft de rechtbank de beslissing aangehouden om partijen over het gestelde huwelijk te horen.

7. De rechtbank heeft daarop beslist als hiervoor is vermeld onder het kopje "Het geding in eerste aanleg."

Het oordeel van het hof

De rechtsmacht

8. Deze zaak draagt een internationaal karakter. In de eerste plaats dient dan ook onderzocht te worden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.

9. Nu uit de overgelegde stukken blijkt dat de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevindt, komt op grond van het bepaalde in artikel 3, eerste lid sub a onder 1ste gedachtestreep van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het echtscheidingsverzoek.

Het toepasselijk recht

10. Ingevolge artikel 1 lid 4 van de Wet conflictenrecht inzake ontbinding van het huwelijk en scheiding van tafel en bed is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot echtscheiding, aangezien de man zich heeft gerefereerd in een referteverklaring aan de keuze van de vrouw voor Nederlands recht. Immers, daarin geeft de man aan kennis te hebben genomen van het inleidend verzoekschrift van de vrouw, waarin zij ook kiest voor de toepassing van Nederlands recht op haar verzoek tot echtscheiding.

De echtscheiding

11. Bij de stukken van het geding ontbreekt een afschrift of uittreksel van de huwelijksakte, als voorgeschreven in artikel 815 lid 5, aanhef en onder a. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De vrouw heeft gesteld dat zij niet over een huwelijksakte beschikt en niet in staat is om in het bezit hiervan te komen. Uit het Ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van 18 mei 2011, waarnaar de vrouw heeft verwezen, komt naar voren dat een huwelijk in Somalië wordt voltrokken door een religieus leider volgens de "sharia" in aanwezigheid van drie getuigen en dat echtparen vaak niet in het bezit van een huwelijkscertificaat zijn. De vrouw heeft verklaard dat zij de sjeik die het huwelijk heeft voltrokken en de getuigen die daarbij aanwezig waren, niet kan bereiken. Bij haar is onbekend waar deze mensen zich bevinden en of ze nog in leven zijn. Het dorp waarin zij woonde is door de oorlog verwoest en daarbij zijn veel mensen gedood. Uit het hiervoor genoemde Ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt dat de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Somalië nog altijd slecht is. De vrouw heeft voorts aangevoerd dat er geen overheidsinstellingen in Somalië zijn die kunnen worden benaderd om informatie te vragen. Gelet op het voorgaande is het hof dan ook van oordeel dat de vrouw aannemelijk heeft gemaakt dat het overleggen van de Somalische huwelijksakte redelijkerwijs niet mogelijk is.

12. Partijen zijn het erover eens dat zij in 2002 in Somalië op traditionele wijze met elkaar zijn gehuwd. Niet alleen heeft de man ter zitting bij de rechtbank verklaard dat hij met de vrouw is gehuwd, maar ook heeft hij dat in een schriftelijke verklaring en in zijn referteverklaring van 18 mei 2011 aangegeven. Bovendien komt uit het rapport van Eerste Gehoor van de IND van 18 december 2007 - dat tijdens de procedure in hoger beroep is overgelegd - naar voren dat partijen met elkaar zijn gehuwd. Tevens is in het Rapport van Nader Gehoor van de IND van 20 december 2007 vermeld dat de vrouw is gehuwd. In het kader van gezinshereniging is ten behoeve van de man en zijn kinderen een machtiging tot voorlopig verblijf bij de vrouw verleend. Daarnaast heeft de vrouw een gang van zaken tijdens de huwelijksvoltrekking aangegeven die in Somalië gebruikelijk is. Bovendien blijkt uit de stukken dat zowel de man als de vrouw in de gemeentelijke basisadministratie als gehuwd zijn aangemerkt. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat - gelet op artikel 815 lid 6 Rv - het bestaan van het huwelijk tussen partijen hiermee voldoende is aangetoond.

13. De man heeft in eerste aanleg een referteverklaring overgelegd, waarin hij heeft aangegeven in te stemmen met het verzoek van de vrouw tot echtscheiding. In hoger beroep heeft hij eveneens geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de vrouw tot echtscheiding. Nu als onweersproken vast staat dat het huwelijk tussen partijen duurzaam is ontwricht, zal het hof de echtscheiding tussen partijen uitspreken.

Slotsom

14. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep te worden vernietigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

en opnieuw beslissende:

spreekt de echtscheiding uit tussen de man en de vrouw, die in 2002 in Somalië zijn gehuwd.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.H. Garos, voorzitter, R. Feunekes en I.A. Vermeulen, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 10 mei 2012 in bijzijn van de griffier.