Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BW2580

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
13-03-2012
Datum publicatie
17-04-2012
Zaaknummer
200.095.388
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De kantonrechter maakt in het bestreden tussenvonnis een spoorwissel naar het civiele recht (69 Rv). Het vonnis kan niet worden aangemerkt als een beslissing in de zin van de artikelen 14, 26a of 27, zesde lid juncto artikel 26a van de WAHV en kan daarmee ook niet op een lijn worden gesteld. Het hof is daarom onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:71, geldigheid: 2012-03-13
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 4, geldigheid: 2012-03-13
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14, geldigheid: 2012-03-13
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 23, geldigheid: 2012-03-13
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a, geldigheid: 2012-03-13
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 27, geldigheid: 2012-03-13
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 69, geldigheid: 2012-03-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 200.095.388

13 maart 2012

CJIB 144267445

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen het vonnis

van de kantonrechter van de rechtbank Haarlem

van 15 september 2011

betreffende

[betrokkene], wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De grondslag van het hoger beroep

De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis bevolen dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. Hij heeft de zaak daartoe op de civiele rol van 13 oktober 2011 geplaatst en iedere verdere beslissing aangehouden.

Het procesverloop

De gemachtigde van [betrokkene] heeft hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van [betrokkene] heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De gemachtigde van [betrokkene] voert aan dat de kantonrechter ten onrechte een spoorwissel naar het civiele recht maakt en in de hoedanigheid van civiele rechter heeft geoordeeld. Het bij de kantonrechter ingestelde beroep betreft het uitblijven van een dwangsombeschikking en een beslissing op het bezwaar tegen de afwijzing door de CVOM van een verzoek tot schadevergoeding in verband met verleende rechtsbijstand als gevolg van een onterechte verhoging op de voet van artikel 23 van de WAHV. Nu aan het beroep een beschikking als bedoeld in artikel 4 van de WAHV ten grondslag ligt moet de kantonrechter zich als WAHV-rechter, derhalve als bijzondere bestuursrechter, uitlaten over het ingediende beroep. De gemachtigde verzoekt de beslissing van de kantonrechter te vernietigen en de kantonrechter op te dragen alsnog op het beroep te beslissen.

2. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder meer overwogen:

"De kantonrechter is van oordeel, dat de beslissing van de bestuursrechter van 22 juli 2011, waarin Droog erop wordt gewezen dat hij 'zich tot de kantonrechter kan wenden', wel degelijk is aan te merken als een verwijzingsbeslissing, zoals bedoeld in artikel 7.81 (het hof leest 8:71) van de Algemene wet bestuursrecht. Nu de kantonrechter gebonden is aan deze verwijzing is daarmee zijn absolute bevoegdheid als burgerlijke rechter gegeven. (…)"

Vervolgens heeft de kantonrechter overwogen dat de zaak bij dagvaarding had moeten worden aangebracht en heeft hij met toepassing van artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevolen dat de procedure, in de stand waarin deze zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, de zaak op de civiele rol geplaatst van 13 oktober 2011 te 10.00 uur en iedere verdere beslissing aangehouden.

3. Het hof is bevoegd kennis te nemen van het hoger beroep dat is ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter in de zin van de artikelen 14, 26a of 27, zesde lid juncto artikel 26a van de WAHV. Het hoger beroep dient derhalve een beslissing van de kantonrechter met betrekking tot een opgelegde administratieve sanctie, het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel of het verzet tegen een kennisgeving van verhaal te betreffen.

4. Het onderhavige vonnis van de kantonrechter kan niet worden aangemerkt als een beslissing in de zin van de artikelen 14, 26a of 27, zesde lid juncto artikel 26a van de WAHV, noch kan dit daarmee op een lijn worden gesteld. Dat aan het beroep een beschikking als bedoeld in artikel 4 van de WAHV ten grondslag ligt, maakt dat niet anders. Het hof is niet bevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

5. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schuijlenburg, Dijkstra en Beswerda in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.