Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BW1973

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-03-2012
Datum publicatie
12-04-2012
Zaaknummer
200.094.981/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geslachtsnaamwijziging minderjarig kind. De geslachtsnaam van een persoon behoort tot diens identiteits-en afstammingskenmerken. Hof gaat terughoudend om met een wijziging van de geslachtsnaam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2012/88 met annotatie van I.J. Pieters

Uitspraak

Beschikking d.d. 22 maart 2012

Zaaknummer: 200.094.981

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. A.P.E.M. Pover, kantoorhoudende te Meppel,

tegen

[geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

hierna te noemen: de moeder en de stiefvader,

advocaat mr. E. Blokzijl, kantoorhoudende te Meppel.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van de rechtbank Assen van 6 juli 2011 (zaaknummer 85896 / FA RK 11-876) zijn de moeder en de stiefvader gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarige [kind], geboren [in 2003] (hierna: [kind]) en is voorts de geslachtsnaam van [kind] gewijzigd aldus dat hij voortaan [kind naam stiefvader] zal heten.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 4 oktober 2011, heeft de vader verzocht om die beschikking te vernietigen, voor zover het de beslissing omtrent de geslachtsnaamwijziging betreft, en te bepalen dat de geslachtsnaam van [kind naam vader] zal zijn, althans een dusdanige beslissing te nemen als het hof juist acht, kosten rechtens.

Bij verweerschrift, binnengekomen bij de griffie op 24 oktober 2011, hebben de moeder en de stiefvader het verzoek van de vader in hoger beroep bestreden en geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring dan wel afwijzing ervan.

Het hof heeft geen kennisgenomen van de inhoud van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (de raad) van 1 april 2008 dat door de raad bij brief van

2 december 2011 aan het hof is toegezonden, omdat het onvoldoende recent is.

Ter zitting van 28 februari 2012 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de vader, bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de moeder en de stiefvader, bijgestaan door

mr. De Boer (kantoorgenoot van mr. Blokzijl).

De beoordeling

Feiten en achtergronden

1. [kind] is [in 2003] geboren uit de affectieve relatie die de moeder en de vader met elkaar hebben gehad. Hij is door de vader erkend.

2. Kort na de geboorte van [kind] heeft de moeder de relatie met de vader verbroken. [kind] heeft sindsdien zijn hoofdverblijf bij de moeder, die van rechtswege is belast met het ouderlijk gezag over [kind].

3. De moeder en de stiefvader hebben in 2004 een relatie met elkaar gekregen. In 2005 zijn zij gaan samenwonen en op 4 juni 2007 zijn de moeder en de stiefvader met elkaar gehuwd.

4. Bij verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank Assen op 1 april 2011, hebben de moeder en de stiefvader op de voet van artikel 1:253t van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht om hen gezamenlijk te belasten met het gezag over [kind] en voorts dat de geslachtsnaam van [kind] wordt gewijzigd naar de naam van de stiefvader ([naam stiefvader]). De vader heeft geen verweerschrift ingediend in eerste aanleg. Namens hem is mondeling verweer gevoerd.

5. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank op het verzoek beslist als hiervoor weergegeven onder het kopje "Het geding in eerste aanleg".

De standpunten, zakelijk weergegeven

6. In zijn eerste en enige grief tegen de bestreden beschikking voert de vader aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het belang van de minderjarige om zich te kunnen identificeren met zijn biologische vader niet opweegt tegen het belang van de gezinseenheid van de moeder en de stiefvader. Volgens de vader is de rechtbank voorbij gegaan aan het feit dat ten aanzien van de verzoeken tot geslachtsnaamwijziging zeer terughoudend dient te worden omgegaan. In dit geval dient volgens de vader het belang van [kind] om zich met de vader te kunnen identificeren zwaarder te wegen. De vader wijst er in dit verband op dat er geen sprake is van een solide en frequente omgangs- en contactregeling tussen de vader en [kind]. Er is weliswaar sprake van omgang maar deze is zeer beperkt en dient te worden uitgebouwd.

7. De moeder en de stiefvader scharen zich achter de belangenafweging die de rechtbank heeft gemaakt en merken onder meer op dat de omgang tussen de vader en [kind] grillig verloopt omdat de vader dikwijls niet of te laat komt opdagen. De moeder en de stiefvader melden voorts dat de onduidelijkheid over de achternaam lastig is voor [kind] en ook voor instanties zoals de school van [kind]. Het verbaast de moeder en de stiefvader dat de vader in hoger beroep is gekomen omdat hij in eerste aanleg niet de moeite heeft genomen naar de zitting te komen. Volgens de moeder en de stiefvader wil [kind] zelf ook graag de achternaam [naam stiefvader] dragen.

De overwegingen van het hof

8. Het gaat hier om een verzoek om geslachtsnaamwijziging als bedoeld in artikel 1:253t lid 5 BW. Een dergelijk verzoek wordt, voor zover hier van belang, afgewezen indien het belang van de minderjarige zich tegen toewijzing ervan verzet.

9. Het hof is na weging van hetgeen partijen over en weer in de stukken en ter zitting van het hof hebben aangevoerd tot een andere conclusie gekomen dan de rechtbank in eerste aanleg.

10. Het hof onderschrijft het door de vader bepleite uitgangspunt dat terughoudend dient te worden omgegaan met een wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige en dat daartoe niet lichtvaardig dient te worden besloten, gelet op de gevolgen van een dergelijke wijziging. De geslachtsnaam van een persoon behoort tot diens identiteits- en afstammingskenmerken, die altijd bij hem blijven, ook na de periode gedurende welke die persoon afhankelijk is van zijn verzorgers.

11. Indien het verzoek om geslachtsnaamwijziging een minderjarig kind betreft zijn de belangen van het gezin waarin dat kind opgroeit in beginsel ondergeschikt aan het belang van dat kind bij het behoud van zijn identiteit. Dit geldt met name indien het, zoals hier, gaat om het wijzigen van de geslachtsnaam van een minderjarige in die van de gezagdragende nieuwe partner van één van de ouders. Hoewel de identiteit van een kind mede wordt gevormd door de verbondenheid met degene(n) die voor hem zorgt of zorgen, is een ander belangrijk facet van die identiteit gelegen in de afstamming van het kind. In dit verband staat vast dat, hoewel [kind] vanaf zeer jonge leeftijd tot het gezin van de moeder en de stiefvader behoort, de vader zeker niet uit beeld is. Tussen [kind] en de vader vindt min of meer regelmatig omgang plaats.

12. Voor zover de moeder en de stiefvader hebben aangevoerd dat [kind] zelf de wens heeft geuit van het voeren van de achternaam van de stiefvader, wat daar ook van zij, kent het hof daaraan geen doorslaggevende betekenis toe gelet op de nog zeer jonge leeftijd van [kind]. Het hof is van oordeel dat het belang van [kind] om zich te kunnen blijven identificeren met de vader zwaarder weegt dan het door de moeder en stiefvader aangevoerde belang van gezinseenheid. Het betoog van de moeder en de stiefvader dat het voeren van verschillende geslachtsnamen binnen één gezin dan wel het voeren van de naam [achternaam] in geval van [kind] tot verwarring leidt, treft geen doel omdat verscheidenheid in gezinssituaties niet ongewoon is in Nederland en [kind] zijn hele leven al de naam [achternaam] draagt. Het behoort tot de taak van de (gezagdragende) moeder en de stiefvader om op een verantwoorde manier invulling te geven aan de verscheidenheid binnen het gezin. Wijziging van de geslachtsnaam is mitsdien niet in het belang van [kind]. Hieraan doet niet af dat de moeder en de stiefvader [kind] kennelijk reeds hebben meegedeeld dat hij de naam [naam stiefvader] heeft dan wel zal krijgen - nog voor daaromtrent een onherroepelijke beschikking was gegeven -, zoals ter zitting van het hof is gebleken.

De slotsom

13. Het voorgaande betekent dat de bestreden beschikking, voor zover aan dit hoger beroep onderworpen, niet in stand kan blijven en dat het hof opnieuw zal beslissen als volgt.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Assen van 6 juli 2011 voor zover aan dit hoger beroep onderworpen;

en in zoverre opnieuw beslissende:

wijst af het verzoek van de moeder en de stiefvader tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige [kind] voornoemd.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.P. den Hollander, voorzitter, G.M. van der Meer en D.J. Buijs en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof op 22 maart 2012 in bijzijn van de griffier.