Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BW1528

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-04-2012
Datum publicatie
23-04-2012
Zaaknummer
24-001455-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof ziet ingevolge artikel 288, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, af van de oproeping van de niet verschenen getuigen, nu redelijkerwijs valt aan te nemen dat verdachte daardoor niet in zijn verdediging wordt geschaad.

Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot zware mishandeling. Ter zake van bedreiging met de dood wordt verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001455-11

Uitspraak d.d.: 10 april 2012

VERSTEK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 4 juli 2011 en de van dat vonnis deeluitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, parketnummers 18-670319-10 en 18-670541-09, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1991],

wonende te [adres]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 maart 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van voorarrest, en tot toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen en tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 30 april 2011, in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [naam] met een kapot geslagen bierflesje heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2:

hij op of omstreeks 30 april 2011, in de gemeente [gemeente], [naam] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam] dreigend een kapot geslagen bierflesje getoond en/of daarbij dreigend de woorden toegevoegd:"Ik snij jullie allemaal de nekken door, het maakt mij niet uit", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Getuigen

De raadsman heeft (tijdig) bij appelschriftuur van 22 juli 2011 verzocht om 3 getuigen te horen. De advocaat-generaal heeft de 3 betreffende getuigen opgeroepen ter terechtzitting van het hof te verschijnen. De getuigen zijn niet verschenen. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting uitdrukkelijk ingestemd met het afzien van hernieuwde oproeping van deze getuigen.

Van de zijde van de verdediging is slechts de (niet uitdrukkelijk gemachtigde) raadsman van verdachte verschenen. Derhalve heeft verdachte zich niet over het al dan niet opnieuw oproepen van de getuigen kunnen uitlaten.

Het hof ziet ingevolge artikel 288, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, af van de oproeping van de niet verschenen getuigen, nu redelijkerwijs valt aan te nemen dat verdachte daardoor niet in zijn verdediging wordt geschaad. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat noch de verdachte, noch een uitdrukkelijk gemachtigde raadsman ter terechtzitting aanwezig is, zodat van de zijde van de verdediging geen vragen aan de getuigen hadden kunnen worden gesteld als deze wel aanwezig waren geweest. Het Hof overweegt voorts dat de beslissingen die het blijkens de navolgende ten aanzien van beide ten laste gelegde feiten neemt, geen aanleiding hebben gegeven om op deze beslissing terug te komen. Van het eerste en zwaarste feit, waarvan de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg heeft betwist dat hij het heeft gepleegd, wordt verdachte vrijgesproken. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit overweegt het hof dat verdachte ter zitting in eerste aanleg heeft erkend dat hij heeft staan dreigen met een kapotte briefles, en voorts dat bij het instellen van het hoger beroep geen specifieke bezwaren tegen de bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit zijn opgegeven.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet de overtuiging bekomen dat verdachte aangever opzettelijk met een kapot bierflesje heeft gestoken/gesneden. Verdachte zal daarom van het onder 1 ten laste gelegde feit worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 2:

hij op 30 april 2011, in de gemeente [gemeente], [naam] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam] dreigend een kapot geslagen bierflesje getoond en daarbij dreigend de woorden toegevoegd: "Ik snij jullie allemaal de nekken door, het maakt mij niet uit".

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 30 april 2011 aangever [naam] met de dood bedreigd. Door zo te handelen heeft verdachte gevoelens van angst en onveiligheid bij [naam] veroorzaakt.

Ten nadele van verdachte spreekt dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 21 maart 2012, in het verleden meermalen (onherroepelijk) is veroordeeld ter zake van strafbare feiten. De straffen die hem in dat kader zijn opgelegd, waaronder gevangenisstraffen, hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand passend en geboden. Een lichtere strafmodaliteit is gezien verdachtes strafrechtelijk verleden niet aan de orde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de rechtbank Groningen van 4 juni 2010, parketnummer 18-670541-09, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft daarnaast de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de rechtbank Groningen van 27 januari 2011, parketnummer 18-670319-10, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Hoewel gebleken is dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, zal het hof niet de tenuitvoerlegging van voornoemde straf gelasten. Het hof overweegt hiertoe dat verdachte van het zwaarste van de ten laste gelegde feiten is vrijgesproken en er reeds een vordering tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van 60 dagen is toegewezen. Gelet daarop zal het hof de bij voornoemd vonnis vastgestelde proeftijd met 1 (één) jaar verlengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14f, 14g, 14h, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Groningen van 4 juni 2010, parketnummer 18-670541-09, te weten van:

gevangenisstraf voor de duur van 60 (zestig) dagen.

Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de meervoudige kamer te Groningen van 27 januari 2011 parketnummer 18-670319-10, met een termijn van 1 (een) jaar.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter,

mr. J. Hielkema en mr. B.F. Keulen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 10 april 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. B.F. Keulen is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.