Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:BV3926

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-02-2012
Datum publicatie
14-02-2012
Zaaknummer
200.072.198/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Incident eiswijziging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 14 februari 2012

Zaaknummer 200.072.198/01

(zaaknummer rechtbank 94335 / HA ZA 09-77)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in het incident met betrekking tot verzet tegen de eiswijziging in de zaak van:

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante in het principaal en geïntimeerde in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in het principaal en appellant in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J.M.E. Hamming, kantoorhoudende te Drachten.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 12 mei 2010 door de rechtbank Leeuwarden.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 11 augustus 2010 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 24 augustus 2010.

Het petitum van de dagvaarding in hoger beroep luidt:

"bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden d.d. 12 mei 2010, gewezen onder zaaknummer 94335 / HA ZA 09-77, tussen appellante als eiseres in conventie, gedaagde in reconventie en geïntimeerde als gedaagde in conventie, eiser in reconventie, en opnieuw rechtdoende, zonodig onder aanvulling en verbetering der gronden de vorderingen van appellante alsnog integraal toe te wijzen en geïntimeerde alsnog in diens vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans diens vorderingen alsnog af te wijzen, zulks met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van het geding in beide instanties."

De conclusie van de memorie van grieven tevens vermeerdering van eis luidt:

"bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis waarvan beroep te vernietigen en opnieuw rechtdoende, zo nodig onder aanvulling en verbetering van de gronden de vorderingen van [appellante] alsnog integraal toe te wijzen - en [geïntimeerde] tevens te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellante] te betalen het hiervoor in grief 3 genoemde bedrag ad € 2.500,00 (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro) terzake van de gezamenlijke Alex beleggingsrekeningen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum deze memorie tot die der algehele voldoening - en [geïntimeerde] alsnog in diens vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans diens vorderingen alsnog af te wijzen, zulks met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties."

[geïntimeerde] heeft zich niet verzet tegen de eiswijziging van [appellante].

Bij memorie van antwoord, tevens akte uitlating vermeerdering van eis, tevens memorie van grieven en akte wijziging eis in incidenteel appel is door [geïntimeerde] verweer gevoerd en incidenteel geappelleerd met als conclusie:

"In principaal appèl

Dat uw Hof de vorderingen van [appellante] in conventie, behoudens voor zover deze reeds door [geïntimeerde] zijn erkend, afwijst als zijnde ongegrond, onbewezen en/of niet-ontvankelijk, met veroordeling van [appellante] in de kosten van dit geding.

In incidenteel appèl/vermeerdering /wijziging eis

1. Dat uw hof de wijziging/vermeerdering van eis van [geïntimeerde] toestaat en in reconventie [geïntimeerde] alsnog ter zake het gebruik van de inboedel van [geïntimeerde] door [appellante] over de periode december 2007 tot en met half juni 2010 een vergoeding toekent van € 8.575,55 (zegge: achtduizend vijfhonderd en vijf en zeventig euro en vijf en vijftig cent), althans € 6.250,00 (zegge: zesduizend twee honderd en vijftig euro) in plaats van de eerder gevorderde € 3.750,00, zoals deze destijds was gevorderd en toegelicht in sub 24 van de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie zijdens [geïntimeerde],

2. Dat uw Hof [appellante] op grond van onrechtmatige daad (het niet tijdig vrijgeven van de inboedel) veroordeelt tot € 403,77 (zegge: vierhonderd en drie euro en zeven en zeventig cent) (buitengerechtelijke kosten) en € 1.189,00 (zegge: elfhonderd en negenentachtig euro) (dubbele transportkosten), vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van indiening dezer conclusie.

3. met veroordeling van [appellante] in de kosten van dit geding.."

[appellante] heeft zich bij akte uitlating wijziging van eis verzet tegen de door [geïntimeerde] gedane wijziging van eis.

Daarop heeft [geïntimeerde] een memorie van antwoord in incident tot verzet tegen vermeerdering/wijziging van eis genomen.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest in dit incident.

De beoordeling

In het incident

1. Ingevolge artikel 130 lid 1 Rv - welke bepaling ingevolge artikel 353 lid 1 Rv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is - is een eiser, zolang nog geen eindvonnis is gewezen, bevoegd zijn eis of de gronden daarvan te wijzigen. Deze bevoegdheid is in hoger beroep beperkt in die zin dat de wijziging door een oorspronkelijk eiser in beginsel uiterlijk bij memorie van grieven respectievelijk van antwoord kan plaatsvinden. De wederpartij is bevoegd hiertegen bezwaar te maken, op grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde.

2. [geïntimeerde] heeft in hoger beroep bij de voor hem eerst mogelijke gelegenheid zijn eis gewijzigd. De wijzigingen zijn daarmee tijdig gedaan.

3. Het gaat om de volgende eiswijzigingen:

[geïntimeerde] heeft allereerst in hoger beroep een hogere vergoeding over een langere periode gevorderd voor het gebruik door [appellante] van zijn inboedel in het appartement in Zuid-Afrika.

Daarnaast heeft [geïntimeerde] thans voor het eerst gevorderd dat [appellante] aan hem de schade zal vergoeden die voor hem is ontstaan door haar onrechtmatige weigering de voornoemde inboedel aan hem vrij te geven. Die schade bestaat volgens hem uit de in verband met die weigering gemaakte advocaatkosten en uit extra transportkosten van een deel van de inboedel naar Nederland.

Tot slot heeft [geïntimeerde] in onderdeel 62 van zijn memorie van antwoord, tevens akte uitlating vermeerdering van eis, tevens memorie van grieven en akte wijziging eis in incidenteel appel verzocht [appellante] te veroordelen tot betaling aan hem van € 45.822,00 ter zake "voorgeschoten kosten Zuid-Afrika".

4. [appellante] heeft ten aanzien van alle eiswijzigingen aangevoerd dat zij niet kunnen worden toegestaan, omdat zij in strijd zijn met de eisen van een goede procesorde. Volgens [appellante] wordt zij onredelijk bemoeilijkt in haar verdediging indien deze eisvermeerderingen worden toegestaan. Zij is van mening dat zij in dat geval toetsing door één feitelijke instantie mist, omdat deze vorderingen respectievelijk vorderingsonderdelen in eerste aanleg niet aan de orde zijn geweest. Daarbij dient volgens [appellante] te worden bedacht dat [geïntimeerde] in verband met de door hem gepretendeerde vorderingen een afzonderlijke bodemprocedure kan volgen. Dit geldt volgens [appellante] ook voor zover [geïntimeerde] in hoger beroep een subsidiaire vordering heeft willen instellen ter zake van de huuropbrengsten van het appartement in Afrika. Voor wat betreft de vordering (advocaatkosten en extra transportkosten) in verband met de door [geïntimeerde] gestelde onrechtmatige weigering de inboedel aan hem vrij te geven heeft zij voorts aangevoerd dat deze niet op dezelfde juridische en feitelijke grondslag berust als de vordering(en) die [geïntimeerde] in eerste aanleg in reconventie heeft ingesteld.

5. Het hof overweegt allereerst dat de eiswijziging ten aanzien van de "voorgeschoten kosten Zuid-Afrika" niet volledig is opgenomen in het petitum van [geïntimeerde]' memorie van antwoord, tevens akte uitlating vermeerdering van eis, tevens memorie van grieven en akte wijziging eis in incidenteel appel. Deze vordering is echter in eerste aanleg reeds aan de orde geweest en uit het lichaam van de memorie van antwoord wordt voldoende duidelijk dat [appellante] zich in hoger beroep wederom tegen die vordering, maar dan voor een hoger bedrag, heeft te verweren. [appellante] heeft die eiswijziging blijkens onderdeel 18 van haar akte uitlating wijziging van eis ook onderkend en zich specifiek daartegen verzet. Het hof acht daarmee voor [appellante] voldoende duidelijk dat deze hogere vordering deel uitmaakt van het hoger beroep en zal in het onderstaande toetsen in hoeverre deze eiswijziging toelaatbaar is.

6. Voorts overweegt het hof dat [geïntimeerde] in onderdeel 57 van zijn memorie van antwoord, tevens akte uitlating vermeerdering van eis, tevens memorie van grieven en akte wijziging eis in incidenteel appel en in onderdeel 5 van zijn memorie van antwoord in incident tot verzet tegen vermeerdering/wijziging van eis heeft toegelicht dat hij in hoger beroep niet een gedeelte van de huuropbrengsten van het appartement in Zuid-Afrika vordert, maar een subsidiaire (berekening)grondslag geeft voor de in eerste aanleg reeds gevorderde gebruiksvergoeding voor de inboedel in dat appartement. Het hof zal uitgaan van de in die zin gewijzigde eis.

7. Voor wat betreft de toelaatbaarheid van de door [geïntimeerde] gedane eiswijzigingen overweegt het hof als volgt.

8. De toelaatbaarheid van een eiswijziging moet mede worden beoordeeld in het licht van de herstelfunctie van het hoger beroep. De grenzen van het toelaatbare worden echter overschreden indien een eiswijziging leidt tot onredelijke vertraging van het geding en/of tot onredelijke bemoeilijking van de verdediging.

9. Aan het wettelijk stelsel is voorts inherent dat op de gewijzigde eis alleen door het hof als feitelijke instantie recht wordt gedaan. Het gemis van een feitelijke instantie is op zichzelf dan ook niet doorslaggevend voor de toelaatbaarheid van een eiswijziging.

10. Het hof constateert dat aan de onderhavige wijzigingen van eis geen ander feitencomplex of een andere rechtsverhouding ten grondslag ligt dan in eerste aanleg het geval is geweest.

11. Voorts is het hof van oordeel dat de gevorderde vergoeding van advocaatkosten en transportkosten wegens het volgens [geïntimeerde] onrechtmatig weigeren van de afgifte aan hem van de inboedel in het appartement in Zuid-Afrika in het verlengde ligt van de door [geïntimeerde] in eerste aanleg gevorderde vergoeding voor het gebruik door [appellante] van die inboedel.

12. Het hof acht dan ook onvoldoende gebleken dat deze eiswijzigingen zullen leiden tot onredelijke vertraging van het geding dan wel dat [appellante] daardoor op enigerlei wijze in haar verdediging wordt geschaad. Ook anderszins is geen sprake van strijd met een goede procesorde.

13. De conclusie luidt dat de bezwaren tegen de eiswijzigingen worden gepasseerd, zodat in hoger beroep recht zal worden gedaan op de gewijzigde eisen van [geïntimeerde].

De slotsom

14. Het hof zal de eiswijzigingen toestaan. De beslissing omtrent de kosten van het incident zal worden aangehouden tot de beslissing omtrent de kosten in de hoofdzaak.

In de hoofdzaak

15. De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor voortprocederen.

De beslissing

Het gerechtshof:

in het incident:

wijst de bezwaren van [appellante] tegen de eiswijzigingen van [geïntimeerde] af;

bepaalt dat over de kosten van het incident zal worden beslist bij einduitspraak in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 27 maart 2012 voor memorie van antwoord in incidenteel appel aan de zijde van [appellante].

Aldus gewezen door mrs. M.W. Zandbergen, voorzitter, W. Breemhaar en K.M. Makkinga, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op dinsdag 14 februari 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.