Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2012:2694

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
07-02-2014
Zaaknummer
WAHV 200.102.059
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

artikel 8 Besluit voertuigen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.102.059

20 juni 2012

CJIB 148767368

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Alkmaar

van 23 december 2011

betreffende

[de betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te Egmond aan Zee.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Alkmaar genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1.

Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 100,- opgelegd ter zake van “Voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder is geen keuringsbewijs afgegeven”, welke gedraging blijkens een registercontrole van de RDW zou zijn verricht op 7 januari 2011 met het voertuig met het kenteken [kenteken]

2.

De betrokkene erkent dat hij er voor had moeten zorgen dat het voertuig op tijd APK gekeurd was maar verzoekt rekening te houden met een aantal verzachtende omstandigheden. Het betreft namelijk een [merk] van 26 juli 2006 die op

30 augustus 2010 vanuit Frankrijk in Nederland is ingevoerd en die de betrokkene op

10 september 2010 heeft gekocht en op zijn naam heeft gezet. In dit kader is het voertuig aangeboden bij een RDW-station. Omdat het nog zo'n nieuwe auto was, hebben de betrokkene, de verkoper noch de garagehouder er op dat moment aan gedacht dat de auto ook nog APK gekeurd moest worden. En omdat de auto is ingevoerd, heeft de betrokkene hierover ook geen bericht van de RDW ontvangen. Verder merkt de betrokkene op dat de gedraging niet juist in de beschikking van de kantonrechter staat vermeld en doet hij vanwege zijn beperkte financiële situatie een dringend beroep op het draagkrachtbeginsel.

3.

De onderhavige gedraging is gebaseerd op artikel 72, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Dit artikel luidt:

"1. Voor een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een kenteken is opgegeven dan wel dient te zijn opgegeven, dient een keuringsbewijs te zijn afgegeven. (…)

3.

Voor overtreding van het eerste lid en het bepaalde bij of krachtens het tweede lid zijn aansprakelijk:

a. voor zover het betreft een motorrijtuig, de eigenaar of houder, alsmede in het geval dat met dat motorrijtuig over de weg wordt gereden, de bestuurder."

4.

Artikel 1, derde lid, WVW 1994 houdt in:

“Degene aan wie een kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig of een aanhangwagen wordt, tenzij anders blijkt, voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet beschouwd als eigenaar of houder van dat motorrijtuig of die aanhangwagen.”

5.

Voorts is in deze zaak van belang artikel 8 van het Besluit voertuigen (hierna: Bv), dat luidt, voor zover hier van belang:

"Artikel 72, eerste lid, van de wet geldt niet voor een ander motorrijtuig dan in de artikel 5 tot en met 7 bedoeld ten aanzien van: (…)

b. motorrijtuigen, niet zijnde motorrijtuigen als bedoeld onder a, zolang sinds de datum van eerste toelating van het motorrijtuig nog geen vier jaren zijn verstreken."

6.

Tot de stukken van het geding behoort het zaakoverzicht van het CJIB. Dit zaakoverzicht vermeldt als voertuigjaar 2006, als eerste inschrijvingsdatum 30 augustus 2010, als registratiedatum aansprakelijkheid 10 september 2010 en als vervaldatum keuring 26 juli 2010. De juistheid van deze gegevens is door de betrokkene niet betwist. De betrokkene heeft gesteld dat het voertuig uit Frankrijk komt en van 26 juli 2006 is. Het hof begrijpt dat de betrokkene hiermee doelt op de datum eerste toelating, de datum waarop het voertuig (waar ter wereld) voor het eerst is geregistreerd. De eerste inschrijvingsdatum betreft de datum waarop het kentekenbewijs voor het eerst in Nederland is te naam gesteld. De registratiedatum aansprakelijkheid geeft aan op welke datum de laatste eigenaar of houder van het voertuig in het kentekenregister is geregistreerd.

7.

Gelet op genoemde datum eerste toelating en de termijn van artikel 8 Bv diende het onder 1. genoemde voertuig uiterlijk op 26 juli 2010 APK-gekeurd te zijn. Voorts volgt uit het voorgaande dat de betrokkene als eigenaar/geregistreerd kentekenhouder van dat voertuig met ingang van 10 september 2010 verantwoordelijk is geworden voor de naleving van deze keuringsplicht. Derhalve staat vast dat de onder 1. beschreven gedraging is verricht.

8.

Het hof dient vervolgens te beoordelen of de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden waaronder de gedraging is verricht en waarin hij verkeert, van dien aard zijn dat deze het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken, dan wel aanleiding geven de sanctie te matigen. Daarbij dient vooropgesteld te worden dat de in hoge mate tariefsmatige afdoening van gedragingen als bedoeld in artikel 2 WAHV meebrengt dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts in het geval van bijzondere omstandigheden bestaat er aanleiding voor het matigen of op nihil stellen van de sanctie.

9.

De omstandigheid dat de betrokkene in de veronderstelling was dat het voertuig, gelet op het bouwjaar, (nog) niet APK-gekeurd hoefde te zijn, is niet als zodanig aan te merken. Zoals hiervoor is overwogen werd de betrokkene, zodra hij kentekenhouder van het voertuig werd, verantwoordelijk voor naleving van de keuringsplicht als bedoeld in artikel 72 WVW 1994. Dat brengt mee dat van de betrokkene mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de voorschriften hieromtrent en dat hij er op bedacht is het voertuig (tijdig) voor een APK-keuring aan te bieden. De betrokkene had de uiterste datum van de eerst komende keuring bij de overdracht van het voertuig uit de kentekenpapieren kunnen afleiden; hierin staat namelijk de datum van eerste toelating vermeld. Indien een en ander voor de betrokkene niet duidelijk was, had het op zijn weg gelegen om zich hierover te laten voorlichten door de RDW (thans: Dienst wegverkeer). Gelet hierop dient het voor eigen rekening en risico van de betrokkene te komen dat hij in de veronderstelling was dat het voertuig (nog) niet APK-gekeurd hoefde te zijn.

10.

Dat de RDW de betrokkene ten tijde van het onderzoek ter verkrijging van een (Nederlands) kentekenbewijs noch nadien heeft gewezen op de APK-keuringsplicht, leidt niet tot een ander oordeel. Weliswaar is de RDW (en thans de Dienst wegverkeer) belast met de uitvoering van bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 en andere wetten opgedragen taken en biedt deze dienst in dat kader ook bij wijze van serviceverlening praktische informatie en ondersteuning aan het publiek, maar dat ontslaat de betrokkene niet van zijn eigen verantwoordelijkheid in deze. Raadpleging van de website van deze dienst leert overigens dat particulieren die een personenauto invoeren uit een EU-lidstaat er nadrukkelijk op worden gewezen dat die auto, indien (bijna) APK-plichtig, goedgekeurd moet zijn voor de APK, en ook dat het onderzoek van die auto ter verkrijging van een (Nederlands) kentekenbewijs niet die APK-keuring betreft.

11.

De omstandigheid dat de betrokkene geen waardevast pensioen blijkt te hebben en hij dientengevolge weinig inkomen heeft, kan evenmin als een zodanig bijzondere omstandigheid gelden dat zou moeten worden afgeweken van het vaste tarief.

12.

Gelet op het voorgaande ziet het hof in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat de sanctie achterwege moet blijven of moet worden gematigd.

13.

Met de betrokkene kan worden vastgesteld dat in de beslissing van de kantonrechter in overweging 3 ten onrechte is vermeld dat de sanctie is opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren". Het hof stelt vast dat, gelet op de inleidende beschikking, sprake is van een kennelijke schrijffout. Nu niet gebleken is dat de betrokkene door die verschrijving in enig te respecteren belang is geschaad, is dit geen reden is om de beslissing van de kantonrechter te vernietigen.

14.

Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.