Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BW2566

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
07-10-2011
Datum publicatie
17-04-2012
Zaaknummer
200.089.476t
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De afwijzing van het aanhoudingsverzoek van de -zieke- betrokkene is onvoldoende gemotiveerd en de verbalisanten zijn ten onrechte buiten aanwezigheid van de betrokkene als getuigen ter zitting gehoord. De betrokkene en de verbalisanten worden opgeroepen om op een zitting van het hof te worden gehoord.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.089.476

7 oktober 2011

CJIB 140000395

Gerechtshof te Leeuwarden

Tussenarrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch

van 30 mei 2011

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 160,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 maart 2010 om 13:10 uur op de Broekakkerseweg te Eindhoven.

2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht en is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. De betrokkene acht het onjuist dat de verbalisanten buiten zijn aanwezigheid zijn gehoord.

3. Uit het dossier blijkt het volgende. Bij beslissing d.d. 31 januari 2011 heeft de kantonrechter de behandeling van het beroep van de betrokkene aangehouden tot de terechtzitting van 21 maart 2011 teneinde de verbalisanten als getuigen te horen. Bij schrijven d.d. 8 april 2011 heeft de griffier van de rechtbank de betrokkene meegedeeld dat zijn beroep op de terechtzitting van 16 mei 2011 te 09.00 uur zou worden behandeld. Uit een zich in het dossier bevindend emailbericht d.d. 16 mei 2011 te 07:56 uur blijkt dat de echtgenote van de betrokkene die ochtend heeft gebeld met een verzoek om uitstel van de behandeling van het beroep. De betrokkene lag ziek te bed en liet via zijn echtgenote weten dat hij graag bij de behandeling van zijn zaak aanwezig wilde zijn. Uit het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter d.d. 16 mei 2011 blijkt dat twee verbalisanten ter zitting zijn gehoord. De beslissing van de kantonrechter op het beroep houdt - voor zover het betreft het aanhoudingsverzoek van de betrokkene - in:

"Met betrekking tot het verzoek van appellant om uitstel van de behandeling van de zaak in verband met ziekte beslist de kantonrechter dat uitstel niet wordt gegeven. Appellant heeft zijn standpunt duidelijk gemaakt: hij meent dat de verbalisanten niet stilstonden voor het rode overweglicht, maar in de verte kwamen aanrijden en dat hij niet voorbij het rode licht is gereden, maar dat het belsignaal en vervolgens het licht aanging toen hij al op de spoorwegoverweg aanwezig was.

Appellant heeft die stellingen niet aannemelijk gemaakt, noch heeft hij feiten en/of omstandigheden aangevoerd die zijn gronden aannemelijk zouden kunnen maken. Het aanhouden van de zaak om appellant de gelegenheid te geven commentaar te geven op de verklaringen van de verbalisanten zullen niet toe- of afdoen aan de hier door de rechter geformuleerde overwegingen."

4. Het hof stelt voorop dat in WAHV-zaken de kantonrechter niet in alle gevallen is gehouden om in te stemmen met een verzoek om uitstel. Van een betrokkene die om uitstel verzoekt of doet verzoeken mag in beginsel worden verwacht dat hij dit verzoek schriftelijk en met redenen omkleed indient op een zodanig tijdstip dat de kantonrechter in staat is tot een behoorlijke afweging van alle in het geding zijnde belangen, waaronder het belang van afdoening van een zaak binnen redelijke termijn. In geval van verhindering door ziekte van een betrokkene kan de kantonrechter verlangen dat - indien dat redelijkerwijs mogelijk is - ter ondersteuning daarvan een medische verklaring wordt overgelegd.

5. Het hof leidt uit de overwegingen van de kantonrechter, zoals onder 3. vermeld, af dat de betrokkene niet wordt tegengeworpen dat hij, ter ondersteuning van zijn verzoek om uitstel, geen medische verklaring heeft overgelegd. Evenmin heeft de kantonrechter het belang van afdoening van de zaak binnen een redelijke termijn aan de afwijzing van het verzoek ten grondslag gelegd. Verder heeft de kantonrechter, bij zijn beslissing op het verzoek tot uitstel, geen rekening gehouden met het - in het kader van een behoorlijke rechtspleging - zwaarwegende belang van de betrokkene om bij het verhoor van de verbalisanten aanwezig te zijn, hen desgewenst vragen te stellen en op hun verklaringen te reageren. De afwijzing van het verzoek om uitstel is daarom onvoldoende gemotiveerd.

6. Gegeven het vorenstaande zal het hof partijen, alsmede de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] oproepen om op een zitting van het hof te worden gehoord. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.

Beslissing

Het gerechtshof:

bepaalt dat de zaak ter zitting van 13 januari 2012 om 13.30 uur zal worden behandeld;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.