Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BV2281

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
31-01-2012
Zaaknummer
200.081.633
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Door de administratiekosten op € 3,- te stellen, is de kantonrechter buiten zijn bevoegdheid getreden. Dat leidt tot gedeeltelijke vernietiging en wijziging van zijn beslissing.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Regeling vaststelling administratiekosten verkeersboetes 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 200.081.633

29 juni 2011

CJIB 141186300

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Leeuwarden

van 13 december 2010

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden genomen beslissing gedeeltelijk gegrond verklaard, de sanctie gematigd tot een bedrag van € 80,- en de administratiekosten verminderd tot € 3,-. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 15 juni 2011. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. A. Dijkstra.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 160,- opgelegd ter zake van “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”, welke gedraging zou zijn verricht op 1 april 2010 om 16:15 uur op de Groentemarkt te Leeuwarden.

2. De betrokkene stelt dat de sanctie hem ten onrechte is opgelegd. Hij heeft weliswaar tijdens het rijden een mobiele telefoon in de hand gehad, maar hij reed stapvoets en hij heeft zijn auto na een meter of 5 aan de kant gezet. De betrokkene had juist de intentie om een overtreding te vermijden. Hij is het niet eens met halvering van de sanctie en wil het gedrag van de verbalisant jegens hem aan de orde stellen. Ter zitting van het hof heeft de betrokkene gesteld dat de sanctie volstrekt onnodig is opgelegd nu het doel van het betreffende verkeersvoorschrift, de verkeersveiligheid, niet in het geding was.

3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt - voor zover hier van belang - in:

"Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden en op een telefoon gelijkend voorwerp met zijn linkerhand vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof. (…). Be (het hof leest: betrokkene) was boos en zou het voor laten komen (….). Verklaring betrokkene: ik kreeg net een telefoontje, krijg ik hiervoor een bekeuring, ik laat dat voorkomen".

4. De gedraging betreft een overtreding van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), inhoudende:

"Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden."

5. Nu de betrokkene de gedraging niet bestrijdt en het dossier geen aanleiding geeft tot een andersluidend oordeel, stelt het hof vast dat de gedraging is verricht. Gelet op het absolute karakter van voormeld verbod rechtvaardigt die enkele omstandigheid reeds het opleggen van een administratieve sanctie, ook indien naar het oordeel van de betrokkene de verkeersveiligheid niet in gevaar is gebracht. Daarbij komt dat de betrokkene er ook voor had kunnen kiezen om zijn auto te parkeren alvorens de telefonische oproep te beantwoorden.

6. Anders dan de kantonrechter ziet het hof in de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding tot matiging van de sanctie. Voor zover die omstandigheden de bejegening door de verbalisant betreffen is de WAHV-procedure niet de geëigende weg om klachten dienaangaande aan de orde te stellen. Daarom bestaat ook geen grond om de verbalisant ter zitting als getuige te horen, zoals de betrokkene wenst. Niettegenstaande het voorgaande zal het hof de door de kantonrechter toegepaste matiging van de sanctie in stand laten, uitsluitend om de betrokkene niet in een nadeliger positie te brengen dan hij zou zijn geweest wanneer hij geen hoger beroep zou hebben ingesteld.

7. De kantonrechter heeft in zijn beslissing het bedrag van de sanctie inclusief administratiekosten gesteld op € 83,-. Dat houdt in dat de kantonrechter niet alleen de oorspronkelijk opgelegde sanctie heeft gehalveerd, maar ook het bedrag van de administratiekosten. Dit laatste is in strijd met artikel 11a van het Besluit administratieve handhaving verkeersvoorschriften 1994 inhoudende dat de omvang van de administratiekosten wordt bepaald bij ministeriële regeling.

8. Bij artikel 1 van de Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 18 juni 2009, nr. 5600438, houdende vaststelling van de administratiekosten, bedoeld in artikel 11a van het Besluit administratierechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994 (Stcrt. 2 juli 2009, nr. 9745) zijn de administratiekosten vastgesteld op € 6,- per administratieve sanctie.

9. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter, voor zover hij het bedrag van de administratiekosten heeft gesteld op € 3,-, buiten zijn bevoegdheid is getreden en dat de beslissing in zoverre niet in stand kan blijven. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter voor zover het dit onderdeel betreft vernietigen en de door de kantonrechter gegeven beslissingen wijzigen zoals hieronder aangegeven.

10. De betrokkene heeft ter zitting aangegeven geen behoefte te hebben aan vergoeding voor gemaakte proceskosten.

Beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het bedrag van de administratiekosten is verminderd tot € 3,-, bepaalt dat het bedrag van de sanctie wordt gesteld op € 80,-, en dat van het door de betrokkene betaalde bedrag aan zekerheid een bedrag van € 80,-, moet worden gerestitueerd;

bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor het overige.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.