Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU9101

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-12-2011
Datum publicatie
22-12-2011
Zaaknummer
24-001323-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt wegens het in vereniging plegen van twee diefstallen met geweld veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt deels toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voorts is er een beslissing genomen met betrekking tot het beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001323-11

Uitspraak d.d.: 22 december 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 20 juni 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1986],

ingeschreven te [woonplaats], [adres],

thans preventief gedetineerd in P.I. HvB Ter Apel te Ter Apel.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 4 augustus 2011, 31 oktober 2011, 8 december 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest en dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 3.555,82 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 45 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat de in beslag genomen panty en het mes worden onttrokken aan het verkeer en dat de in beslag genomen schoenen worden teruggegeven aan verdachte. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. Th. U. Hiddema, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 februari 2011 te omstreeks 02.50 uur, in de gemeente [gemeente], op de openbare weg, het [straat], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en/of een of meer telefoons en/of een agenda, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, vermomd, althans met onherkenbaar gemaakt of moeilijk herkenbaar gemaakt gelaat, een mes heeft gehouden in de richting van en/of getoond aan die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of meegevoerd en/of heeft toegevoegd: "Ik wil je geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

EN/OF

hij op of omstreeks 24 februari 2011 te omstreeks 02.50 uur, in de gemeente [gemeente], op de openbare weg, het [straat], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en/of een of meer telefoons en/of agenda, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s), vermomd, althans met onherkenbaar gemaakt of moeilijk herkenbaar gemaakt gelaat, een mes heeft gehouden in de richting van en/of getoond aan die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of meegevoerd en/of heeft toegevoegd: "Ik wil je geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 24 februari 2011 te omstreeks 07.29 uur, in de gemeente [gemeente], op de openbare weg, het [straat], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en/of een pinautomaat en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, vermomd, althans met onherkenbaar gemaakt of moeilijk herkenbaar gemaakt gelaat, een mes heeft gehouden in de richting van en/of getoond aan die [benadeelde] en/of die [benadeelde] heeft vastgepakt en/of meegevoerd en/of heeft toegevoegd: "Je portemonnee", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

EN/OF

hij op of omstreeks 24 februari 2011 te omstreeks 7:29 uur, in de gemeente [gemeente], op de openbare weg, het [straat], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en/of een pinautomaat en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s), vermomd, althans met onherkenbaar gemaakt of moeilijk herkenbaar gemaakt gelaat, een mes heeft gehouden in de richting van en/of getoond aan die [benadeelde] en/of die [benadeelde] heeft vastgepakt en/of meegevoerd en/of heeft toegevoegd: "Je portemonnee", althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging verkregen, dat verdachte het onder 1 (diefstal met geweld) en 2 (diefstal met geweld) ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op 24 februari 2011 te omstreeks 02.50 uur, in de gemeente [gemeente], op de openbare weg, het [straat], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en telefoons en een agenda, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader, vermomd, een mes heeft gehouden in de richting van die [slachtoffer] en die [slachtoffer] heeft vastgepakt en meegevoerd en heeft toegevoegd: "Ik wil je geld".

2.

hij op 24 februari 2011 te omstreeks 07.29 uur, in de gemeente [gemeente], op de openbare weg, het [straat], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en een pinautomaat en een telefoon, toebehorende aan [benadeelde], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander, vermomd, een mes heeft getoond aan die [benadeelde] en die [benadeelde] heeft vastgepakt en meegevoerd en heeft toegevoegd: "Je portemonnee".

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder overweegt het hof als volgt.

Verdachte heeft zich in een periode van enkele uren samen met zijn mededader op de openbare weg schuldig gemaakt aan twee diefstallen met geweld. Uit het dossier komt naar voren dat verdachte hierbij een initiërende rol heeft gehad. Beide keren is dezelfde werkwijze gehanteerd: er werd een taxi gebeld, verdachte en zijn mededader vermomden zich, de taxichauffeur werd onverhoeds door hen benaderd en vastgepakt, werd fysiek met een mes bedreigd en er werd gesommeerd, totdat verdachte en zijn mededader de betreffende goederen konden wegnemen. Bij [benadeelde] is niet alleen gedreigd met het mes, maar is het mes ook daadwerkelijk gebruikt door het in haar zij te drukken.

Taxichauffeurs zijn erg kwetsbaar omdat zij hun dienstverlenend beroep alleen uitoefenen. Van deze kwetsbaarheid hebben verdachte en zijn mededader op grove en slinkse wijze misbruik gemaakt. Door zo te handelen hebben zij een forse inbreuk gemaakt op de psychische integriteit van [slachtoffer] en [benadeelde]. [slachtoffer] heeft bij gelegenheid van zijn aangifte verklaard dat de overval diepe indruk op hem heeft gemaakt. [benadeelde] heeft ruim een week na haar aangifte verklaard nog steeds niet over de overval heen te zijn, dat het heel slecht met haar ging en dat ze er dagenlang van heeft moeten huilen. In haar enkele maanden later opgestelde vordering als benadeelde partij geeft zij onder meer aan enorm gekrenkt te zijn in haar zelfvertrouwen, last van onrust en angst te hebben. Verder is algemeen bekend dat het plegen van dergelijke gewelddadige feiten bijdraagt aan de versterking van de in de maatschappij bestaande gevoelens van onrust, angst en onveiligheid.

Blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 10 november 2011 is verdachte in 2007 wegens het plegen van soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Tevens is verdachte meermalen onherroepelijk veroordeeld voor andersoortige strafbare feiten.

Het hof heeft tevens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting en de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het hof in aanmerking genomen bij de bepaling van na te noemen straf.

De raadsman heeft namens verdachte betoogd dat een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, zoals aan de mededader van verdachte is opgelegd, voldoende en passend is. Er is geen aanleiding om een hogere straf aan verdachte op te leggen, nu aan daders van overvallen waarbij meer geweld is gehanteerd, doorgaans een minder hoge gevangenisstraf wordt opgelegd. Het hof dient voorts rekening te houden met het beeld dat bij de slachtoffers van die meer gewelddadige overvallen kan ontstaan als bij een minder ernstig delict een hogere straf wordt opgelegd, aldus de raadsman.

Het hof overweegt dat bij de strafoplegging gelet wordt op de ernst en de aard van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Daarnaast dient bij de strafoplegging rekening te worden gehouden met de persoon van de verdachte en zijn rol bij het delict. In elke zaak worden deze factoren gewogen en tegen elkaar afgewogen. Een vergelijking met de aan de mededader opgelegde straf kan niet één op één worden gemaakt, nu in beide zaken weliswaar de gepleegde delicten overeenkomen, maar de betrokkenheid van beiden bij de overvallen verschilt, maar ook de persoonlijke omstandigheden van beide personen. Hierin kan de rechtvaardiging worden gevonden voor verschillen in de opgelegde straf. Het feit dat door de rechtbank aan de mededader een gevangenisstraf van 42 maanden is opgelegd en aan verdachte een gevangenisstraf van 48 maanden, duidt hierop en vormt op zichzelf geen (afdoend) argument om een lagere straf dan de door de rechtbank opgelegde straf aan verdachte op te leggen.

Op grond van de hiervoor overwogen omstandigheden acht het hof een gevangenisstraf zoals de rechtbank in eerste aanleg heeft opgelegd, passend en geboden.

In beslag genomen goederen

De in beslag genomen (geprepareerde) panty en het mes met zwart hard foedraal, die nog niet zijn teruggegeven, behoren aan de verdachte toe. Zij zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de onder 1 en 2 begane misdrijven aangetroffen. Deze voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen in strijd is met het algemeen belang en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke strafbare feiten.

De onder verdachte in beslag genomen schoenen van het merk Nike Air Max zullen worden teruggegeven aan verdachte, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 3.555,82. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 1.500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De benadeelde partij heeft voor een bedrag van EUR 1.055,82 aan materiële schade gevorderd. Met betrekking tot de materiële schade overweegt het hof dat de vordering voldoende is onderbouwd en dat de vordering voor dit deel niet is weersproken door de verdediging. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden een bedrag van EUR 1.055,82.

De benadeelde partij heeft eveneens voor een bedrag van EUR 2.500,- aan immateriële schade gevorderd. De verdediging heeft betoogd dat een bedrag van EUR 1.500,- in dit geval passend is en dat er geen aanleiding bestaat om een hoger bedrag aan immateriële schade toe te wijzen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden. Het hof stelt de immateriële schade ex aequo et bono vast op een bedrag van EUR 1.500,-. Het overige deel van de vordering zal worden afgewezen.

Verdachte is tot vergoeding van voornoemde materiële en immateriële schade gehouden zodat de vordering tot een bedrag van in totaal EUR 2.555,82 zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36d, 36f, 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

geprepareerde panty;

mes met zwart hard foedraal.

Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

schoenen van het merk Nike Air Max.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] terzake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 2.555,82 (tweeduizend vijfhonderdvijfenvijftig euro en tweeëntachtig cent) bestaande uit EUR 1.055,82 (duizend vijfenvijftig euro en tweeëntachtig cent) materiële schade en EUR 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], een bedrag te betalen van EUR 2.055,82 (tweeduizend vijfenvijftig euro en tweeëntachtig cent) bestaande uit EUR 1.055,82

(vijfhonderdvijfenvijftig euro en tweeëntachtig cent) materiële schade en EUR 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. K. Lahuis, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. J. Hielkema, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse, griffier,

en op 22 december 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.