Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU8133

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
13-12-2011
Datum publicatie
14-12-2011
Zaaknummer
200.017.663/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Compensatie van proceskosten als "sanctie" ingevolge art. 22 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 13 december 2011

Zaaknummer 200.017.663/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

1. TBN Bronbemaling en Raketboringen B.V.,

gevestigd te Schoonebeek, gemeente Emmen,

hierna te noemen: TBN,

2. [appellante 2],

gevestigd te Schoonebeek, gemeente Emmen,

hierna te noemen; [appellante 2],

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,

advocaat: mr. A.H. Lanting, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

[geïntimeerde],

gevestigd te De Groeve, gemeente Tynaarlo,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J.J. Gevers, kantoorhoudende te Groningen.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 27 april 2010 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

[geïntimeerde] heeft, blijkens haar brief van 1 september 2011, door overlijden van haar directeur moeten afzien van het leveren van het haar opgedragen bewijs.

Vervolgens heeft [geïntimeerde] de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. [geïntimeerde] heeft niet het van haar verlangde bewijs geleverd. Het gevolg daarvan is dat niet is komen vast te staan dat zij met [appellante 2] is overeengekomen dat [appellante 2] naast TBN gehouden is haar facturen te betalen.

Grief II dient gegrond te worden verklaard.

2. De door [geïntimeerde] gevorderde hoofdsom met rente is daarom niet jegens [appellante 2] toewijsbaar en het vonnis waarvan beroep dient op dit punt te worden vernietigd.

Het hof laat evenwel de proceskostenveroordeling in eerste aanleg in stand, omdat [appellante 2] zelf in eerste aanleg geen onderscheid heeft gemaakt tussen haar positie en die van TBN, terwijl de veroordeling van TBN in stand blijft.

3. Met betrekking tot de proceskosten in hoger beroep zal het hof overgaan tot compensatie van kosten gelet op de niet-ontvankelijkheid van TBN, en omdat het hof dit, gelet op art. 22 Rv, in dit geval een gepaste reactie vindt op het niet voldoen aan de opdracht van het hof aan [appellante 2] om zich op de rolzitting van 25 mei 2010 bij akte uit te laten.

De slotsom.

Het vonnis in conventie, waarvan beroep, dient te worden vernietigd voor zover onder punt 1 van het dictum daarvan [appellante 2] hoofdelijk is veroordeeld, en te worden bekrachtigd voor het overige, onder compensatie van proceskosten in het geding in hoger beroep.

De beslissing

Het gerechtshof:

- vernietigt het vonnis in conventie, waarvan beroep, voor zover onder punt 1 van het dictum [appellante 2] hoofdelijk is veroordeeld tot betaling van € 32.373,80;

- bekrachtigt dat vonnis in conventie voor het overige;

- compenseert de proceskosten in hoger beroep, zodat iedere partij de aan eigen zijde gevallen kosten dient te dragen;

- wijst af wat meer of anders is gevorderd.

Aldus gewezen door mrs. J.H. Kuiper, voorzitter, R.A. Zuidema en M.E.L. Fikkers, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 13 december 2011 in bijzijn van de griffier.