Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU7559

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-11-2011
Datum publicatie
15-12-2011
Zaaknummer
200.077.578/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Een professioneel bewindvoerder moet zo spoedig mogelijk een machtiging vragen om te mogen afwijken van de aanbevelingen van het LOK. Verschillende werkwijzen van de kredietbanken waar het gaat om de eisen aan de werkzaamheden van de bewindvoerder, komt het hof niet praktisch voor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking d.d. 22 november 2011

Zaaknummer: 200.077.578

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kompas Zuidlaren BV,

gevestigd te Zuidlaren,

appellant,

hierna te noemen: de bewindvoerder,

advocaat mr. E.P. Groot, kantoorhoudende te Groningen,

Belanghebbende:

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de rechthebbende.

Het hof verwijst naar zijn tussenbeschikking van 31 mei 2011 waarbij de bewindvoerder is verzocht om nadere inlichtingen te verstrekken.

Het verdere procesverloop

Na de tussenbeschikking is op 25 augustus 2011 een brief (met bijlagen) van de bewindvoerder binnengekomen bij de griffie van het hof gedateerd 22 augustus 2011.

Het hof heeft een nadere behandeling ter zitting achterwege gelaten.

De beoordeling

1. Gelet op de inhoud van de voormelde brief van 22 augustus 2011 en de daarbij gevoegde onderbouwing, acht het hof zich thans voldoende geïnformeerd voor het nemen van een beslissing op het verzoek zoals dat aan het hof is voorgelegd. In de brief is antwoord gegeven op de door het hof in zijn tussenbeschikking van

31 mei 2011 gestelde vragen.

2. Ter beoordeling staat of de kantonrechter al dan niet terecht en op goede gronden het verzoek van de bewindvoerder om machtiging te verlenen voor het in rekening brengen van extra kosten, door de bewindvoerder in het inleidend verzoekschrift begroot op € .1980,- excl. BTW, ten laste van het vermogen van de rechthebbende, heeft afgewezen.

3. Ter zitting van het hof op 23 mei 2011 is door de bewindvoerder toegelicht dat het verzoekschrift betrekking heeft op de totale verrichte werkzaamheden ten behoeve van de rechthebbende vanaf de instelling van het bewind in augustus 2007 tot de acceptatie van de aanvraag voor een schuldregeling door de GKB Friesland in mei 2010.

4. In de brief van 22 augustus 2011 is door de bewindvoerder onder meer ingegaan op de wijze waarop door de diverse kredietbanken wordt omgegaan met een aanvraag schuldregeling (meer in bijzonder de verschillende eisen die aan de aanlevering van een dergelijke aanvraag worden gesteld), de in dit geval ten behoeve van de rechthebbende verrichte werkzaamheden, hetgeen dient te worden verstaan onder een problematische schuldsituatie en tenslotte het antwoord op de vraag waarom eerst achteraf om de hier bedoelde machtiging is gevraagd en niet vooraf aan de te verrichten werkzaamheden zoals voorgeschreven in de 'Aanbevelingen Meerderjarigenbewind van het Landelijk Overleg Kantonsectorvoorzitters' (verder te noemen: de Aanbevelingen van het LOK).

5. Zoals het hof in zijn tussenbeschikking van 31 mei 2011 heeft overwogen, dient bij een verzoek als het onderhavige in de regel acht te worden geslagen op de genoemde Aanbevelingen van het LOK, die zijn opgesteld met het oog op landelijke uniformering van de rechtstoepassing in bewindzaken.

6. Blijkens de Aanbevelingen van het LOK is, na toetsing op draagvlak bij professionele bewindvoerders, gekomen tot een systeem waarbij de beloning wordt gemaximeerd en de daarvoor te verrichten werkzaamheden nauwkeurig zijn omschreven. Voor werkzaamheden die daarbuiten vallen geldt dat deze in uitzonderlijke gevallen, met voorafgaande machtiging van de toezichthoudende kantonrechter, ten laste van het vermogen van de rechthebbende kunnen worden gebracht, eveneens tegen een gemaximeerd tartief. Ten tijde van de instelling van het bewind in de onderhavige zaak waren de Aanbevelingen van het LOK al vastgesteld.

7. In het systeem van (forfaitaire) beloning en declaratie van kosten als omschreven in de Aanbevelingen van het LOK, is verdisconteerd dat in het ene geval door de professionele bewindvoerder meer en in het andere geval minder werkzaamheden dan gemiddeld dienen te worden verricht ten behoeve van een rechthebbende.

8. Gelet op de toelichting van de bewindvoerder in de brief van 22 augustus 2011 acht het hof het echter aannemelijk geworden dat in het onderhavige geval sprake is van een uitzonderlijk geval dat uitstijgt boven de verdiscontering in de Aanbevelingen van het LOK van de meer bewerkelijke gevallen, mede door de eisen die de GKB Friesland stelt aan de aanlevering van een aanvraag schuldregeling en de hoeveelheid en aard van de schuldeisers van de rechthebbende. Zo diende de bewindvoerder voor de rechthebbende te zorgen voor een financieel stabiele situatie, waarbij een verslag bijgevoegd moest worden over de aard en ontstaanswijze van de schulden van de rechthebbende, maar ook zaken zoals de meterstanden van de energie. Voorts werd door de GKB Friesland van de bewindvoerder verwacht dat van alle schuldeisers een actueel saldo van de vordering was bijgevoegd.

9. Dat verschillen bestaan tussen de werkwijzen van de verschillende gemeentelijke/gemeenschappelijke kredietbanken waar het gaat om de eisen die aan de werkzaamheden van een bewindvoerder worden gesteld in het kader van een aanvraag schuldregeling, komt het hof niet praktisch voor omdat dit tot dubbele werkzaamheden kan leiden en de overzichtelijkheid van de taakafbakening daarmee niet is gediend, maar dat valt op zichzelf verder buiten het bestek van deze procedure.

10. Ondanks dat de bewindvoerder in het onderhavige geval ten behoeve van de rechthebbende uitzonderlijke werkzaamheden heeft verricht die niet zijn verdisconteerd in het beloningssysteem - en de betreffende grief dus terecht is voorgedragen -, is het hof van oordeel dat het verzoek terecht is afgewezen door de kantonrechter.

11. Het door de bewindvoerder in de brief van 22 augustus 2011 gegeven antwoord op de vraag waarom niet, zoals voorgeschreven, voorafgaand aan de werkzaamheden machtiging is gevraagd, heeft het hof in dit verband niet overtuigd. Gelet op de toezichthoudende taak van de kantonrechter is het naar het oordeel van het hof geen onredelijke eis dat niet achteraf door de professionele bewindvoerder om de hier bedoelde machtiging wordt gevraagd. Dat pas in de loop van de werkzaamheden duidelijk wordt of en in hoeverre sprake is van noodzakelijke werkzaamheden die buiten de normale werkzaamheden vallen, ontslaat de bewindvoerder niet van de verplichting om dan in ieder geval zo spoedig mogelijk de machtiging te vragen. In het onderhavige geval is evenwel eerst na afronding van de werkzaamheden een verzoek ingediend om de hier bedoelde machtiging te verstrekken. Naar het oordeel van het hof kan in redelijkheid van de bewindvoerder worden verlangd dat hij zijn werkzaamheden zo inricht dat vooraf aan de extra werkzaamheden, en in ieder geval ten spoedigste, om de hier bedoelde machtiging wordt verzocht. Dit geldt te meer wanneer, zoals in dit geval, sprake is van een professionele bewindvoerder.

De slotsom

12. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de bestreden beschikking, met verbetering van de gronden waarop deze berust, dient te worden bekrachtigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, van

30 augustus 2010 waarvan beroep met verbetering van de gronden waarop deze berust.

Aldus gegeven door mrs. J.D.S.L. Bosch, voorzitter, A.H. Garos en J.G. Idsardi en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof op 22 november 2011 in het bijzijn van de griffier.