Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6815

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-12-2011
Datum publicatie
05-12-2011
Zaaknummer
24-000788-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugwijzing Hoge Raad. Schietpartij in Groningen.

Veroordeling wegens poging moord en verboden wapenbezit tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren.

Strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000788-08

Uitspraak d.d.: 2 december 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 11 augustus 2005 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1980],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is -na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad- gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 oktober 2009, 23 september 2011 en 18 november 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 2.800,-, vermeerderd met € 90 als vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. C. Eenhoorn, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van dit hof

d.d. 26 april 2006 - tenlastegelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 11 april 2005 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade

[slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met een vuurwapen een of meer schoten heeft afgevuurd op, althans in de richting van, die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 11 april 2005 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door hen/hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met elkaar en/of een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, tezamen en in vereniging met zijn/hun mededader(s), althans alleen, met een vuurwapen een of meer schoten heeft/hebben afgevuurd op, althans in de richting van, die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 april 2005 in de gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest doordat hij toen en daar tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, opzettelijk

- voor en/of met die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] naar die [slachtoffer] op zoek is/zijn gegaan, en/of

- voor en/of met die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] die [slachtoffer] heeft/hebben helpen vinden/zoeken en/of hen/hem daartoe in een door hem, verdachte, bestuurde auto heeft/hebben (rond)gereden/vervoerd, en/of hem/hen daartoe zijn, verdachtes, auto ter beschikking heeft/hebben gesteld, en/of

- een brommer/snorfiets en/of een (brom)scooter, althans een of meer vervoersmiddelen, voor die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] heeft/hebben opgehaald/geregeld en/of aan hen/hem ter beschikking heeft/hebben gesteld, en/of

- die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] heeft/hebben vervoerd/(rond)gereden naar en/of van de plaats des misdrijfs, en/of

- het wapen waarmee op die [slachtoffer] is geschoten, heeft/hebben meegenomen en/of heeft/hebben overgenomen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 11 april 2005 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade aan een persoon genaamd [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, met een vuurwapen een of meer schoten heeft afgevuurd op, althans in de richting van, die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 11 april 2005 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door hen/hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met elkaar en/of een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade aan een persoon genaamd

[slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, tezamen en in vereniging met zijn/hun mededader(s), althans alleen, met een vuurwapen een of meer schoten heeft/hebben afgevuurd op, althans in de richting van, die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 april 2005 in de gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest doordat hij toen en daar tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, opzettelijk

- voor en/of met die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] naar die [slachtoffer] op zoek is/zijn gegaan, en/of

- voor en/of met die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] die [slachtoffer] heeft/hebben helpen vinden/zoeken en/of hen/hem daartoe in een door hem, verdachte, bestuurde auto heeft/hebben (rond)gereden/vervoerd, en/of hem/hen daartoe zijn, verdachtes, auto ter beschikking heeft/hebben gesteld, en/of

- een brommer/snorfiets en/of een (brom)scooter, althans een of meer vervoersmiddelen, voor die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] heeft/hebben opgehaald/geregeld en/of aan hen/hem ter beschikking heeft/hebben gesteld, en/of

- die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] heeft/hebben vervoerd/(rond)gereden naar en/of van de plaats des misdrijfs, en/of

- het wapen waarmee op die [slachtoffer] is geschoten, heeft/hebben meegenomen en/of heeft/hebben overgenomen;

feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 11 april 2005 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (merk Starlite), en/of munitie van categorie III, te weten een of meer patronen (kaliber 6.35 mm), voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het onder 1 primair ten laste gelegde

Nadat verdachte tegenover de politie1 en de rechtbank2 heeft verklaard dat en waarom hij op 11 april 2005 op aangever [slachtoffer] heeft geschoten, heeft hij die bekentenis op 2 februari 2006 ten overstaan van het hof ingetrokken. Verdachte heeft toen verklaard dat de politie 'dat' er van gemaakt zou hebben en dat verdachte dacht dat hij 'maar' twee jaar gevangenisstraf zou krijgen als hij zou zeggen dat hij geschoten zou hebben. Medeverdachte [medeverdachte 3] zou echter hebben geschoten. Op de zittingen van 29 oktober 2009 en 18 november 2011 heeft verdachte volhard in zijn ontkenning.

Ter terechtzitting van het hof 13 april 2006 zijn medeverdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] gehoord. [medeverdachte 3] heeft ontkend dat hij op aangever heeft geschoten. De drie getuigen hebben verklaard dat hun tegenover de politie afgelegde verklaringen kloppen. Ze hebben tegenover de politie verklaard over verdachtes en hun eigen betrokkenheid voor en/of bij de schietpartij. [medeverdachte 2] heeft tegenover de politie verklaard dat verdachte ('[verdachte]') achter aangever ('[slachtoffer]') aanrende en dat verdachte in zijn rechterhand een pistool had. [medeverdachte 2] zag dat verdachte het pistool (weer) richtte op de hard weglopende [slachtoffer], dat verdachte schoot tijdens het rennen en dat verdachte drie à vier keer schoot.3

Ter terechtzitting van het hof, d.d. 23 september 2011, zijn de bij het strafrechtelijk onderzoek jegens verdachte en zijn medeverdachten betrokken verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3] als getuigen gehoord. [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben indertijd de verhoren van verdachte en medeverdachte afgenomen. Zij hebben beiden verklaard dat verdachte niet is voorgehouden dat hij maar beter kon bekennen.

Uit deze verklaringen volgt naar het oordeel van het hof dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte door de politie is 'overgehaald' om te bekennen. Evenmin is daaruit gebleken of aannemelijk geworden dat medeverdachte [medeverdachte 3] de schutter is geweest. Uit die verklaringen blijkt van beide het tegendeel.

Het hof acht de bij de politie en de ter terechtzitting van de rechtbank afgelegde bekennende verklaringen van verdachte dan ook geloofwaardig en in overeenstemming met de waarheid.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging verkregen, dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1 primair:

hij op 11 april 2005 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen schoten heeft afgevuurd op die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2:

hij op 11 april 2005 in de gemeente [gemeente] een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk Starlite), en munitie van categorie III, te weten een patroon (kaliber 6.35 mm), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot moord.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 11 april 2005 geprobeerd [slachtoffer] te vermoorden. Verdachte was al langer van plan om [slachtoffer] te pakken te nemen en had zich daartoe voorzien van een vuurwapen. Verdachte is die dag bewust op zoek gegaan naar [slachtoffer] en heeft hem een geruime tijd gevolgd. Uiteindelijk heeft verdachte meermalen op de openbare weg met een pistool op [slachtoffer] geschoten en heeft hem daarbij in de achterzijde van de linkerbovenarm geraakt. Dat [slachtoffer] daarbij niet dodelijk werd getroffen is louter toeval.

Het handelen van verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor het leven en de gezondheid van een ander. De ervaring leert dat slachtoffers van een delict als het onderhavige hiervan (langdurig) psychisch nadelige gevolgen kunnen ondervinden. Vaststaat dat [slachtoffer] fysieke gevolgen heeft ondervonden. Uit zijn opgave in het kader van de schadevergoeding blijkt dat hij door de kogel in zijn arm veel pijn heeft geleden en zijn arm door krachtverlies niet goed kon gebruiken. Daarnaast heeft [slachtoffer] blijvende littekens op zijn lichaam.

Verdachte had een pistool met munitie van kaliber 6.35 millimeter in zijn bezit. Dit is verboden omdat het voorhanden hebben van een vuurwapen zeker samen met daarbij behorende munitie, zoals hier het geval was, een onaanvaardbaar risico vormt voor de veiligheid van personen, hetgeen door verdachtes gedragingen treffend is geïllustreerd.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 21 juli 2011, waaruit blijkt dat hij niet eerder wegens misdrijven is veroordeeld.

Verdachte heeft geprobeerd een medemens te vermoorden. Dergelijke gedragingen kunnen op geen andere manier worden bestraft dan door oplegging van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren een passende en noodzakelijke bestraffing is.

De Hoge Raad heeft bij arrest van 4 maart 2008 de zaak terug gewezen naar het hof. De eerste zitting van het hof nadien was op 29 oktober 2009. Het hof heeft het onderzoek toen voor onbepaalde tijd geschorst. Het onderzoek is pas op 23 september 2011 hervat. Op 18 november 2011 heeft wederom een zitting plaatsgevonden en is het onderzoek gesloten. Het hof doet derhalve ongeveer na drie jaar en 9 maanden einduitspraak.

Het hof ziet hierin aanleiding om de op te leggen gevangenisstraf met één jaar te verminderen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.800,00, bestaande uit € 300,- materiële schade en € 2.500,- immateriële schade De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en staat derhalve weer ter beoordeling in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte heeft de hoogte van de schade niet betwist. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Gelet hierop dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 57 en 289 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] terzake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 2.800,00 (tweeduizend achthonderd euro) bestaande uit EUR 300,00 (driehonderd euro) materiële schade en EUR 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], een bedrag te betalen van EUR 2.800,00 (tweeduizend achthonderd euro) bestaande uit EUR 300,00 (driehonderd euro) materiële schade en EUR 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 38 (achtendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. P. Koolschijn, voorzitter,

mr. J. Hielkema en mr. R.E.A. Toeter, raadsheren,

in tegenwoordigheid van S. van Krugten, griffier,

en op 2 december 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Verklaring verdachte, d.d. 21 april 2005, bijlage 15.5, p. 2.

2 Proces-verbaal zitting rechtbank Groningen, d.d. 28 juli 2005.

3 Verklaring [medeverdachte 2], d.d. 20 april 2005, bijlage 13.1, p. 6.