Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6425

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-11-2011
Datum publicatie
30-11-2011
Zaaknummer
24-000741-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een auto beschadigd door de achterruit eruit te slaan en een deuk in de motorkap te slaan. Volgt veroordeling wegens beschadiging tot een geldboete, met gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000741-11

Uitspraak d.d.: 23 november 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 december 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1983],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Flevoland, Unit 3 Lelystad te Lelystad.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 november 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een geldboete van honderdtachtig euro, subisidiair drie dagen hechtenis en tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.M.M. Pater, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 1 juli 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 1 juli 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, toebehorende aan [benadeelde], heeft beschadigd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 1 juli 2010 de personenauto van [benadeelde] beschadigd door een deuk in de motorkap van die auto te slaan en het achterruit van die auto kapot te slaan. Door het plegen van dit feit heeft verdachte die [benadeelde] (financiële) schade berokkend.

Uit het verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 4 oktober 2011 blijkt dat verdachte vóór het bewezen verklaarde feit eenmaal eerder ter zake van het plegen van een soortgelijk strafbaar feit met justitie in aanraking is geweest.

Op grond van het voorgaande acht het hof oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde straf passend.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 2.239,88. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof een deel van de schade betwist. Het gaat daarbij met name om dat deel van de vordering, waarbij schade wordt opgevoerd die niet rechtstreeks lijkt samen te hangen met de door verdachte erkende handelingen, te weten het vernielen van de achterruit van de auto en het slaan van een deuk in de motorkap. Verdachte erkent de vordering voor zover deze samenhangt met deze door hem toegegeven handelingen, en wel tot een bedrag van duizendzesentachtig euro en vierennegentig cent.

Verdachte is in ieder geval tot vergoeding van de door hem erkende schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 24c, 36f en 63 van de Wetboek van Strafrecht350.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 180,00 (honderdtachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] terzake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 1.086,94 (duizend zesentachtig euro en vierennegentig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], een bedrag te betalen van EUR 1.086,94 (duizend zesentachtig euro en vierennegentig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. L.T. Wemes, voorzitter,

mr. G. Dam en mr. G.M. Meijer-Campfens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier,

en op 23 november 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.