Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6136

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-11-2011
Datum publicatie
28-11-2011
Zaaknummer
24-000809-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt vrijgesproken van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag. Tevens wordt de verdachte vrijgesproken van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Overweging met betrekking tot de strafbaarheid van de verdachte. De verdachte wordt wegens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met aftrek van voorarrest. Tevens worden de vorderingen tenuitvoerlegging toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000809-09

Uitspraak d.d.: 23 november 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 12 maart 2009 en de van dat vonnis deeluitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, parketnummers 17-756127-06, 17-758143-07, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1959],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 3 september 2009, 9 november 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde (met toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht) tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, een proeftijd van 2 jaren en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals die door de rechtbank zijn opgelegd. Voorts heeft de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis in de zaak met parketnummer voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden en de bij vonnis in de zaak met parketnummer voorwaardelijk opgelegde geldboete van 200 euro. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. H.C.L. Crozier, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt en zal opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 13 november 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] (met kracht) een knietje in de ribbenkast heeft gegeven, (mede) ten gevolge waarvan die [slachtoffer] op de grond is gevallen en/of/vervolgens die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met kracht en/of gebalde vuist(en) tegen het lichaam heeft gestompt/geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 13 november 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] (met kracht) een knietje in de ribbenkast heeft gegeven, (mede) tengevolge waarvan die [slachtoffer] op de grond is gevallen en/of/vervolgens die [slachtoffer] (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met kracht en/of gebalde vuist(en) tegen het lichaam heeft gestompt/geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 13 november 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik draai je nek om, ik maak je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft betoogd dat het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De raadsman van verdachte daarentegen betoogd dat zowel de poging doodslag als de subsidiair ten laste gelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel niet bewezen kan worden.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat er in de woning van [slachtoffer] een schermutseling tussen verdachte en [slachtoffer] heeft plaatsgevonden. De aanleiding voor dit treffen was een conflict over een betonmolen van verdachte die [slachtoffer] had geleend. Dat er over en weer fysiek contact heeft plaatsgevonden tussen verdachte en [slachtoffer] staat genoegzaam vast. Het hof is er echter niet van overtuigd dat verdachte met geschoeide voet (klomp) tegen het hoofd heeft geschopt en dat dit met kracht is gebeurd. Om die reden dient vrijspraak te volgen van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag. Tevens heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat verdachte [slachtoffer] zodanig met kracht heeft geschopt en/of geslagen dat dit tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde kan leiden. Derhalve dient verdachte ook van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

hij op 13 november 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik draai je nek om, ik maak je af".

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Het hof heeft kennis genomen van de omtrent verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapportages van psychiater C.J.F. Kemperman d.d. 9 februari 2009 en psycholoog H.A. de Jonge d.d. 7 februari 2009.

Beide deskundigen komen - zakelijk weergegeven - onder meer tot de conclusie dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde leed aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis. Wegens de ontkennende proceshouding van verdachte heeft psycholoog De Jonge zich niet uitgelaten over de mate van toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Psychiater Kemperman is van mening dat verdachte als volledig toerekeningsvatbaar kan worden aangemerkt indien het ten laste gelegde bewezen wordt geacht.

Het hof verenigt zich met de conclusies van psycholoog De Jonge en psychiater Kemperman en neemt deze over. Het hof acht verdachte volledig toerekeningsvatbaar.

Nu er ook anderszins geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht het hof verdachte strafbaar.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer]. Deze bedreiging heeft verdachte geuit toen hij in de woning van [slachtoffer] en zijn gezin was. De bedreiging vond plaats in het bijzijn van de vriendin van [slachtoffer] en hun kinderen die destijds 6 en 8 jaar oud waren, en tijdens een schermutseling. Door aldus te handelen heeft verdachte gevoelens van angst veroorzaakt bij [slachtoffer], maar ook bij zijn vriendin en hun kinderen.

Blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 14 september 2011 is verdachte meermalen onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten, waar onder voor bedreiging.

Het hof heeft gelet op de inhoud van een vroeghulprapport van Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) d.d. 24 november 2008 en een door psychiater B.T. Takkenkamp opgemaakt rapport d.d. 11 december 2008 inzake een door hem verricht trajectconsult.

Ook heeft het hof bij de strafoplegging betrokken het voorlichtingsrapport van de reclassering d.d. 3 februari 2009. Uit dit rapport komt onder meer naar voren dat er bij verdachte sprake is van alcoholmisbruik en problematiek op het psychische en maatschappelijke vlak. De reclassering onthoudt zich van een strafadvies omdat verdachte het ten laste gelegde ontkent. Ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de koopwoning van verdachte executoriaal is verkocht. Verdachte was vanuit zijn situatie in voorlopige hechtenis niet in staat om de maandelijkse lasten te voldoen. Dit heeft naast financiële schade ook voor veel stress en onrust bij verdachte geleid.

Het hof heeft voorts kennis genomen van de hiervoor genoemde Pro Justitia rapportages van psychiater C.J.F. Kemperman d.d. 9 februari 2009 en psycholoog H.A. de Jonge d.d. 7 februari 2009. Op basis van deze rapporten is het hof van oordeel dat verdachte als volledig toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd. Psychiater Kemperman is van mening dat de kans op recidive matig tot hoog is. De Jonge geeft aan dat te verwachten valt dat zich in de toekomst agressieve delicten zullen voordoen.

Op grond van de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het hof is voor het bewezen verklaarde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken het uitgangspunt.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van een maand passend en geboden is. Met name in de omstandigheid dat de bedreiging heeft plaatsgevonden in de woning van het slachtoffer en zijn gezin en de documentatie van verdachte, ziet het hof aanleiding om een hogere straf op te leggen dan de hiervoor genoemde strafduur van twee weken.

Het hof heeft geconstateerd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM in hoger beroep met ruim 7 maanden is overschreden. Nu het hof een gevangenisstraf zal opleggen die de duur van een maand niet overschrijdt, zal het hof volstaan met de constatering dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de Politierechter te Leeuwarden van 14 augustus 2006, parketnummer 17-756127-06, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Op grond van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de Politierechter te Leeuwarden van 14 maart 2008, parketnummer 17-758143-07, opgelegde voorwaardelijke een geldboete van EUR 200,00. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 14i, 14j, 23, 24, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Leeuwarden van 4 februari 2009, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden van 14 augustus 2006, parketnummer 17-756127-06, voorwaardelijk opgelegde

gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden van 14 maart 2008, parketnummer 17-758143-07, te weten van: een geldboete van EUR 200,00 (tweehonderd euro).

Aldus gewezen door

mr. B.J.J. Melssen, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. E. Pennink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse, griffier,

en op 23 november 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.