Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU5311

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-11-2011
Datum publicatie
22-11-2011
Zaaknummer
24-000068-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft onder invloed van alcohol twee personen op straat afgeperst. De wijze waarop lijkt wellicht enigszins amateuristisch maar het zeer bedreigende effect ervan op de aangevers was er niet minder om. Verdachte kan zich er niets meer van herinneren. Persoonlijke omstandigheden. Volgt veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, proeftijd twee jaren, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt het meewerken aan een onderzoek door de AFPN. Daarnaast legt het hof een werkstraf op van 120 uur, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000068-11

Uitspraak d.d.: 21 november 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 5 januari 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1987],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof

van 7 november 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van vier maanden, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met tevens als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt dat verdachte zal meewerken aan het stellen van een diagnose en/of aan een ambulante behandeling bij de AFPN of een soortgelijke instelling. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M.C. van Linde, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 16 september 2009, in de gemeente [gemeente], meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (telkens) heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval (telkens) van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3], in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte (telkens) zijn, verdachtes, riem in de hand heeft gepakt en/of vast had, die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] de dreigende woorden heeft toegevoegd : "Heb je geld?" en/of "Ik wil geld anders trek ik hem" en/of "Ik trek hem! Ik trek hem!" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (daarbij) zijn, verdachtes hand in zijn binnenzak heeft gestoken en/of dat verdachte naast die [slachtoffer 3] is (blijven) lopen en/of door zijn wijze van optreden en/of door zijn houding tegenover die [slachtoffer 1], die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] (telkens) een dreigende sfeer heeft geschapen en/of een zodanige druk op die [slachtoffer 1], die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft uitgeoefend waardoor die [slachtoffer 1], die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] (telkens) heeft/hebben toegegeven aan zijn, verdachtes, wens;

subsidiair

hij op of omstreeks 16 september 2009, in de gemeente [gemeente], meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen, in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal (telkens) werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin bestond(en) dat verdachte (telkens) zijn, verdachtes, riem in de hand heeft gepakt en/of vast had, die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] de dreigende woorden heeft toegevoegd: "Heb je geld?" en/of "Ik wil geld anders trek ik hem" en/of "Ik trek hem!

Ik trek hem!" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (daarbij) zijn, verdachtes hand in zijn binnenzak heeft gestoken en/of naast die [slachtoffer 3] is gaan lopen.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 16 september 2009, in de gemeente [gemeente], telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, toebehorende aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte telkens zijn, verdachtes, riem in de hand heeft gepakt en/of vast had, die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] de dreigende woorden heeft toegevoegd : "Heb je geld?" en/of "Ik wil geld anders trek ik hem" en/of "Ik trek hem! Ik trek hem!" en door zijn wijze van optreden en door zijn houding tegenover die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] telkens een dreigende sfeer heeft geschapen waardoor die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] telkens hebben toegegeven aan zijn, verdachtes, wens.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezenverklaarde levert op:

afpersing, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft, op de openbare weg en onder invloed van alcohol, twee willekeurige personen gedwongen tot afgifte van geld door te dreigen met geweld. Hij heeft zich in woord en gebaar dreigend jegens aangevers opgesteld, met in zijn hand een riem. Aangever [slachtoffer 1] heeft daarbij tevens verklaard dat verdachte ten tijde van het plegen van het feit zijn hand in zijn binnenzak deed terwijl hij zei: "Ik trek hem! Ik trek hem!". Verdachte heeft daarmee gesuggereerd dat hij een wapen bij zich had. De wijze waarop verdachte de aangevers geld heeft afgeperst lijkt wellicht enigszins amateuristisch, maar het zeer bedreigende effect ervan op de aangevers was er niet minder om.

Verdachte heeft daarmee ernstige strafbare feiten gepleegd. Hij heeft het gevoel van veiligheid van de aangevers en van de samenleving aangetast. Het is algemeen bekend dat dergelijke afpersingen op straat als erg verontrustend worden ervaren en gedurende langere tijd een bijzonder ongunstige invloed kunnen hebben op de psychische gesteldheid van slachtoffers.

Het hof heeft rekening gehouden met het de verdachte betreffend uittreksel van de

justitiële documentatie van 22 september 2011 waaruit is gebleken dat verdachte eerder

is veroordeeld is voor andersoortige delicten.

Tevens neemt het hof kennis van de rapportage van de reclassering van 2 november 2011

en van hetgeen door verdachte en diens raadsman ter terechtzitting verder over de persoonlijke omstandigheden van verdachte naar voren is gebracht. Hieruit is gebleken

dat verdachte geen opleiding heeft kunnen afronden, weinig werkervaring heeft en geen inkomen. Hij heeft schulden. Verdachte woont thans samen met zijn vriendin en zijn zoontje en leeft van het inkomen van zijn vriendin. Verdachte heeft zelf aangegeven graag psychisch onderzocht te willen worden, aangezien hij vermoedt dat er bij hem al langer een belastende psychische problematiek speelt die zijn handelen negatief beïnvloedt. De reclassering heeft het hof onder meer geadviseerd om aan verdachte reclasseringstoezicht op te leggen met een meldingsgebod en een behandelverplichting bij de AFPN of een soortgelijke instelling.

Gelet op vorenstaande is voor het bewezenverklaarde feit als uitgangspunt een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen. Gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden zou het opleggen van onvoorwaardelijke gevangenisstraf de aanpak van de problemen van verdachte en zijn mogelijke psychische behandeling echter kunnen frustreren. In plaats van onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal daarom een werkstraf worden opgelegd van na te noemen duur.

Tevens zal een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur worden opgelegd, met daarbij als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. Dit teneinde verdachte er van te weerhouden om opnieuw over te gaan tot het plegen van strafbare feiten.

Ondanks dat het hof komt tot een mindere bewezenverklaring dan waarvan de advocaat-generaal is uitgegaan bij zijn vordering tot strafoplegging, ziet het hof op grond van de bijzondere ernst van het bewezenverklaarde geen reden om een lagere straf op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van Stichting Reclassering Nederland te Groningen en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven ook als dat inhoudt dat verdachte dient mee te werken aan een onderzoek naar zijn geestesgesteldheid en/of dat verdachte een ambulante behandeling dient te volgen bij de AFPN of een soortgelijke instelling.

Geeft eerstgenoemde instelling opdracht de verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren werkstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter,

mr. H. Heins en mr. B.F. Keulen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.D. Raven, griffier,

en op 21 november 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. B.F. Keulen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.