Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU3963

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-11-2011
Datum publicatie
10-11-2011
Zaaknummer
24-002230-10
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2013:BZ4482, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ4482
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van vijf roofovervallen, twee autodiefstallen en verboden wapenbezit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren, met aftrek van het voorarrest, en oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Het hof heeft overwogen dat de verschillende factoren zorgvuldig zijn gewogen en het hof daarbij meer gewicht aan de verminderde toerekeningsvatbaarheid toekent dan de advocaat-generaal en voorts de consequenties van een andere bewezenverklaring in acht neemt. De algemene veiligheid van personen en goederen eist de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling alsmede verpleging van overheidswege. Nu in artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat voor een terbeschikkingstelling met voorwaarden slechts plaats is indien een gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren wordt opgelegd en het hof een gevangenisstraf van zeven jaren passend en geboden acht, is er voor een terbeschikkingstelling met voorwaarden geen plaats.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002230-10

Uitspraak d.d.: 10 november 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 16 september 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1988],

thans verblijvende in PI Noord, gevangenis De Marwei te Leeuwarden.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 12 januari 2011 en 27 oktober 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg op

2 september 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 t/m 9 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van tien jaren, met aftrek van het voorarrest, en oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen zal toewijzen en op het beslag zal beslissen zoals de rechtbank heeft gedaan. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.P. Plasman, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging en mondelinge aanvulling ervan ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 12 november 2008, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in en/of uit het bedrijfspand (van coffeeshop "[coffeeshop 1]", gevestigd aan of bij het [straat],) heeft weggenomen een hoeveelheid geld (te weten een bedrag van (ongeveer) 875,80 euro uit de kassa en/of 250 euro muntgeld uit de kluis en/of (ongeveer) 200 euro aan fooiengeld uit de kluis) en/of een hoeveelheid weed (hennep), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan coffeeshop "[coffeeshop 1]" en/of [slachtoffer 11] en/of een hoeveelheid geld, toebehorende aan een of meerdere klanten van die coffeeshop, in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] (een medewerkster) en/of [slachtoffer 12] en/of [getuige 1] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15], te weten klanten van die coffeeshop, en/of een of meerdere andere klant(en)/perso(o)n(en) gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- in die coffeeshop de woorden heeft gezegd/geroepen:"Dit is een overval.", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- [slachtoffer 12] een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) (op korte afstand) op het hoofd heeft gericht en/of

- die [slachtoffer 12] de woorden heeft toegevoegd: "Dit is een overval, geef wat je hebt.", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer 12] tegen het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] in een hoek van de bar heeft geduwd en/of

- een mes aan die [slachtoffer 1] en/of die een of meerdere klant(en) van die coffeeshop heeft getoond en/of

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) aan die [slachtoffer 1] en/of die een of meerdere klant(en) van die coffeeshop heeft getoond en/of heeft gericht op die [slachtoffer 1] en/of die een of meerdere klant(en) en/of

- die [slachtoffer 1] aan haar kleding heeft meegetrokken in de richting van de in die coffeeshop aanwezige kluis en/of

- die [slachtoffer 1] een mes in de zij heeft geduwd/gedrukt en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "Maak de kluis open en snel.", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die een of meerdere klant(en) de woorden heeft toegevoegd: "Pak allemaal geld uit jullie broekzak." en/of "Beurs op tafel. Schiet op, ik heb geen tijd." en/of "Alle zakken leeg, ik wil alles op tafel zien.", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking;

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 2:

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 12 november 2008 en 13 november 2008 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (van het merk Ford, type Escort (kenteken [kenteken])), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 3:

hij op of omstreeks 22 november 2008, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (van coffeeshop "[coffeeshop 2]", gevestigd aan of bij het [straat],) heeft weggenomen een hoeveelheid (meerdere zakjes) weed en/of een hoeveelheid voorgedraaide weedjoints en/of een beurs met geld (ongeveer 500/600 euro) en/of een hoeveelheid geld uit de kassa (ongeveer 100 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of coffeeshop "[coffeeshop 2]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een medewerker van coffeeshop "[coffeeshop 2]", te weten [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [benadeelde 1] heeft gericht en/of

- die [benadeelde 1] de woorden heeft toegeroepen: "Geld, geld." en/of "Waar is de hash.", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op een klant (een onbekend gebleven persoon) van die coffeeshop heeft gericht (welke op dat moment de coffeeshop binnenkwam) en/of die klant heeft toegevoegd: "Liggen, liggen.", althans woorden van gelijke aard of strekking;

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 4:

hij op of omstreeks 13 december 2008, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in en/of uit een winkelpand (van juwelierszaak "[juwelierszaak]", gevestigd aan of bij de [straat],) heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden (gouden kettingen/armbanden, geschat op een waarde tussen de 50.000 en 70.000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] (verkoopster), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- dat winkelpand met een bivakmuts over het hoofd is binnengegaan en/of

- een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), tegen/op het hoofd van die [slachtoffer 5] heeft gezet en/of gehouden en/of

- die [slachtoffer 5] de woorden heeft toegevoegd: "Kassa open!", althans woorden van gelijke aarde of strekking, en/of

- een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), omhoog heeft gehouden en/of getoond aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of

- een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) in dat winkelpand heeft afgevuurd en/of

- met een moker/hamer, althans een voorwerp, een of meerdere vitrine(s) in dat winkelpand heeft vernield;

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 5:

hij op of omstreeks 23 januari 2009, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in en/of uit een winkelpand (van juwelierszaak "[juwelierszaak]", gevestigd aan of bij de [straat],) heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden (te weten onder meer kettingen en/of armbanden en/of ringen (geschat op een waarde tussen de 225.000 en 250.000 euro) en/of een luchtdrukpistool, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 4] heeft vastgepakt en/of tegen de grond heeft geduwd en/of

- die [slachtoffer 4] in de nek heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 4] een mes tegen de keel/hals heeft gehouden en/of (daarbij)

- die [slachtoffer 4] de woorden heeft toegevoegd: "Waar is de Kluis.", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- met een moker/hamer, althans een voorwerp, een of meerdere vitrine(s) en/of een ruit in/van dat winkelpand heeft vernield;

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 6:

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 22 januari 2009 en 23 januari 2009 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (van het merk Ford, type Escort, voorzien van het kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 7:

hij op of omstreeks 2 februari 2009 te [plaats 3], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een woning, (gelegen aan of bij de [straat], aldaar,) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en/of een hoeveelheid geld (ongeveer 1200 euro) en/of een of twee mobiele telefoon(s) (van het merk Nokia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] en/of [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 5] en/of [benadeelde 4], met als gevolg zwaar lichamelijk letsel voor de heer [benadeelde 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 5] en/of [benadeelde 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een (kluis)sleutel, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [benadeelde 5] en/of [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal,

- tegen die [benadeelde 5] en/of [benadeelde 4] heeft gezegd:

* "Dit is een overval!" en/of

* "Ik maak je dood! Geld! De Kluis!" en/of

* "Waar is de kluis, waar is de kluis." en/of

* "Geef de (kluis)sleutel!" en/of "Waar is de kluis/sleutel?!" en/of

* "Er moet meer geld zijn. Ik maak je dood!" en/of

* "Niet kijken!" en/of

* "Plat liggen!" en/of

* "Ik schiet/maak je dood!",

althans, (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, gericht heeft (gehouden) op, althans heeft getoond aan, genoemde [benadeelde 5] en/of [benadeelde 4] en/of

- die [benadeelde 4] met een mes heeft gestoken en/of gesneden, althans verwond, in elk geval gewapend met een mes heeft belaagd, en/of

- tegen/aan het lichaam van die [benadeelde 5] en/of [benadeelde 4] heeft geduwd en/of getrokken en/of

- die [benadeelde 5] en/of [benadeelde 4] aan het lichaam en/of de kleding heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- die [benadeelde 5] en/of [benadeelde 4] heeft gedwongen om op de grond te knielen en/of liggen, althans plaats te nemen (met de kleding over het hoofd) en/of

- die [benadeelde 5] en/of [benadeelde 4] tegen het hoofd en/of het lichaam en/of in het gezicht heeft geschopt en/of getrapt en/of geslagen en/of gestompt en/of

- met een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [benadeelde 4] heeft geslagen en/of

- die [benadeelde 5] heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) mee naar beneden (kelder) getrokken en/of

- de broek van die [benadeelde 4] naar beneden heeft getrokken en/of

- de polsen en/of voeten van die [benadeelde 4] heeft vastgetapet;

met als gevolg zwaar lichamelijk letsel voor de heer [benadeelde 4],

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 8:

hij op of omstreeks 5 februari 2009, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in en/of uit een winkelpand (van juwelierszaak "[juwelierszaak]", gevestigd aan of bij de [straat],) heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden (te weten onder meer armbanden, kettingen, ringen, oorbellen en horloges), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of [benadeelde 6] (een medewerkster) en/of [benadeelde 2] (een klant), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s), meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer 4] een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) getoond en/of een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [slachtoffer 4] gericht en/of

- die [slachtoffer 4] tegen de grond heeft gegooid en/of geduwd en/of

- die [slachtoffer 4] tegen het lichaam gestompt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer 4] een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), tegen/bij het hoofd heeft gehouden en/of op het hoofd heeft gericht en/of

- die [slachtoffer 4] heeft toegeschreeuwd; "Doe't open!" en/of "Doe die kassa open!", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking en/of

- op en/of tegen de kassa heeft geslagen en/of

- heeft staan vloeken en/of schreeuwen en/of

- (met een moker/hamer) een of meerdere vitrines in dat winkelpand heeft vernield en/of

- die [benadeelde 6] een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), heeft getoond en/of

- die een [benadeelde 6], toen deze zich had ingesloten in een toiletruimte, de woorden heeft toegevoegd: "Doe die deur open.", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- met een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), althans een voorwerp, tegen de deur van die toiletruimte heeft gestompt en/of geslagen en/of een gat in die deur heeft geslagen/gemaakt en/of

- een pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), aan die [benadeelde 2], heeft getoond en/of

- een moker/hamer heeft opgeheven in de richting van die [benadeelde 2];

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 9:

hij op of omstreeks 13 februari 2009, te [plaats 2] (in een woning, perceel [adres]), een wapen van categorie II, te weten (enkelschots hagel)geweer, voorzien van de aanduiding "MONDIAL", kaliber 12-65 (hagelpatroon), voorhanden heeft gehad.

Het hof heeft de tenlastelegging van het onder 1 ten laste gelegde feit verbeterd gelezen, in die zin dat waar "[slachtoffer 12]" stond "[slachtoffer 12]" is gelezen. Er is hier sprake van een kennelijke misslag, waarbij de voor- en achternaam van die [slachtoffer 12] zijn omgedraaid.

Indien in de tenlastelegging nog andere taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is door het vorenstaande niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak ter zake van feit 3

De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde, omdat hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Op 22 november 2008 is coffeeshop "[coffeeshop 2]" te [plaats 1] overvallen door twee mannen.

Uit het dossier volgt dat medeverdachte [medeverdachte 1], na diverse ontkennende verklaringen, op 31 maart 2009 tegenover de politie heeft verklaard dat zowel hij als verdachte betrokken is geweest bij deze overval.

Nu de belastende verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] geen steun vindt in ander bewijsmateriaal, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs ter zake van de feiten 1 en 2

De raadsman heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijsproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde en daartoe het volgende aangevoerd. Cliënt is vanaf zijn aanhouding consistent geweest in zijn ontkenning. Cliënt heeft verklaard dat hij op 12 november 2008 inderdaad in [plaats 1] is geweest, alsook bij zijn vader, maar stelt dat hij daarna zijn eigen weg is gegaan en de andere mannen ook. Nu de medeverdachte [medeverdachte 1] liegt over de betrokkenheid van cliënt bij feit 3 mag aan zijn belastende verklaring ten aanzien van feit 1 geen waarde worden gehecht. Bovendien is [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris teruggekomen op zijn belastende verklaring. Met het wegvallen van de verklaring van [medeverdachte 1] als volstrekt leugenachtig is de verklaring van cliënt niet in strijd met de overige bewijsmiddelen. Het wettig bewijs ontbreekt, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder als volgt.

Op 12 november 2008 omstreeks 22.45 uur is coffeeshop "[coffeeshop 1]" te [plaats 1] overvallen door drie mannen. Daarnaast is tussen 12 november 2008 te 20.15 uur en

13 november 2008 te 06.15 uur een personenauto gestolen in [plaats 1].

Verdachte ontkent dat hij de overval op de coffeeshop en de diefstal van de auto heeft gepleegd.

Uit het dossier volgt dat medeverdachte [medeverdachte 1], na diverse ontkennende verklaringen, op 22 maart 2009 tegenover de politie een gedetailleerde bekennende verklaring heeft afgelegd over de overval op coffeeshop "[coffeeshop 1]" en de daaraan voorafgegane diefstal van een personenauto. Hierbij heeft [medeverdachte 1] verdachte genoemd als een van de mededaders. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft - kort weergegeven - verklaard dat hij samen met verdachte en [medeverdachte 2] (bijnaam '[medeverdachte 2]') met de trein naar [plaats 1] is gegaan. Dat zij vervolgens naar de woning van de vader van verdachte zijn gegaan, maar dat verdachte ruzie kreeg met zijn vader en dat ze daar die nacht niet konden blijven slapen. In de omgeving van de woning van de vader van verdachte hebben zij een auto, merk Ford Escort, gestolen. Vervolgens hebben zij met z'n drieën de coffeeshop overvallen. De auto werd in [plaats 4] achtergelaten.

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de verklaring van [medeverdachte 1] van 22 maart 2009 als betrouwbaar kan worden aangemerkt. Deze verklaring vindt steun in ander bewijsmateriaal, is gedetailleerd en hij heeft zichzelf in deze verklaring ook belast.

Zo heeft verdachte tegenover de politie eveneens verklaard dat hij op 12 november 2008 samen met medeverdachte [medeverdachte 1] (bijnaam '[medeverdachte 1]') en [medeverdachte 2] (bijnaam '[medeverdachte 2]') met de trein naar [plaats 1] is gereisd, dat zij samen naar de woning van zijn vader zijn gegaan en dat zijn vader niet wilde dat hij bleef slapen. Ook de vader van verdachte, getuige [verdachte], heeft tegenover de politie verklaard dat zijn zoon een keer met een paar Antillianen bij hem aan de deur is geweest en vroeg of ze bij hem konden slapen. Toen vader dit weigerde is verdachte boos weggegaan, aldus [verdachte].

Verder heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij de enige blanke jongen is in de groep waarmee hij overvallen heeft gepleegd. Uit de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] volgt dat zij hebben gezien dat één van de drie overvallers een blanke huidskleur had. De overvallers droegen weliswaar een bivakmuts, maar door de opening bij de ogen hebben de getuigen toch de huidskleur van de overvallers kunnen waarnemen. Ook uit de verklaring van [medeverdachte 1] volgt dat van de door hem genoemde daders alleen verdachte een blanke huidskleur heeft.

Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 april 2009 blijkt bovendien dat bedoelde personenauto, merk Ford Escort, op 25 november 2008 door de politie in [plaats 4] werd aangetroffen.

Gelet op het vorenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1:

hij op 12 november 2008, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het bedrijfspand van coffeeshop "[coffeeshop 1]", gevestigd aan of bij het [straat], heeft weggenomen een hoeveelheid geld, te weten een bedrag van 875,80 euro uit de kassa en 250 euro muntgeld uit de kluis en (ongeveer) 200 euro aan fooiengeld uit de kluis en een hoeveelheid weed (hennep), toebehorende aan coffeeshop "[coffeeshop 1]" en een hoeveelheid geld, toebehorende aan klanten van die coffeeshop, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] (een medewerkster) en [slachtoffer 12] en [getuige 1] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] en [slachtoffer 15], te weten klanten van die coffeeshop, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededaders

- in die coffeeshop de woorden heeft gezegd/geroepen:"Dit is een overval." en

- [slachtoffer 12] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op korte afstand op het hoofd heeft gericht en

- die [slachtoffer 12] de woorden heeft toegevoegd: "Dit is een overval, geef wat je hebt." en

- die [slachtoffer 12] tegen het lichaam heeft gestompt en

- die [slachtoffer 1] in een hoek van de bar heeft geduwd en

- een mes aan die [slachtoffer 1] heeft getoond en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] en die klanten van die coffeeshop heeft getoond en heeft gericht op die [slachtoffer 1] en die klanten en

- die [slachtoffer 1] aan haar kleding heeft meegetrokken in de richting van de in die coffeeshop aanwezige kluis en

- die [slachtoffer 1] een mes in de zij heeft gedrukt en

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "Maak de kluis open en snel." en

- die klanten de woorden heeft toegevoegd: "Pak allemaal geld uit jullie broekzak." en "Beurs op tafel." en "Alle zakken leeg, ik wil alles op tafel zien.",

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 2:

hij in de periode omvattende de dagen 12 november 2008 en 13 november 2008 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto van het merk Ford, type Escort kenteken [kenteken], toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak,

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 4:

hij op 13 december 2008, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand van juwelierszaak "[juwelierszaak]", gevestigd aan de [straat], heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, gouden kettingen/armbanden, geschat op een waarde tussen de 50.000 en 70.000 euro, toebehorende aan [slachtoffer 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] (verkoopster), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededader(s)

- dat winkelpand met een bivakmuts over het hoofd is binnengegaan en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen/op het hoofd van die [slachtoffer 5] heeft gezet en

- die [slachtoffer 5] de woorden heeft toegevoegd: "Kassa open!" en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp omhoog heeft gehouden en getoond aan die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in dat winkelpand heeft afgevuurd en

- met een moker/hamer vitrines in dat winkelpand heeft vernield;

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 5:

hij op 23 januari 2009, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een winkelpand van juwelierszaak "[juwelierszaak]", gevestigd aan de [straat], heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, te weten onder meer kettingen, armbanden en ringen, geschat op een waarde tussen de 225.000 en 250.000 euro, toebehorende aan [slachtoffer 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededaders

- die [slachtoffer 4] heeft vastgepakt en tegen de grond heeft geduwd en

- die [slachtoffer 4] in de nek heeft vastgepakt en vastgehouden en

- die [slachtoffer 4] een mes tegen de keel/hals heeft gehouden en (daarbij)

- die [slachtoffer 4] de woorden heeft toegevoegd: "Waar is de Kluis." en

- met een moker/hamer vitrines in dat winkelpand heeft vernield;

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 6:

hij in de periode omvattende de dagen 22 januari 2009 en 23 januari 2009 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto van het merk Ford, type Escort, voorzien van het kenteken [kenteken], toebehorende aan [benadeelde 3], waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak,

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 7:

hij op 2 februari 2009 te [plaats 3], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen, uit een woning, gelegen aan de [straat], aldaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en een hoeveelheid geld (ongeveer 1200 euro) en twee mobiele telefoons van het merk Nokia, toebehorende aan [benadeelde 5] en [benadeelde 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [benadeelde 5] en [benadeelde 4], met als gevolg zwaar lichamelijk letsel voor de heer [benadeelde 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde 5] en [benadeelde 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een kluissleutel, toebehorende aan genoemde [benadeelde 5] en

[benadeelde 4],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en zijn mededaders

- tegen die [benadeelde 5] en/of [benadeelde 4] heeft gezegd:

* "Dit is een overval!" en

* "Ik maak je dood! Geld! De Kluis!" en

* "Waar is de kluis, waar is de kluis." en

* "Geef de (kluis)sleutel!" en/of "Waar is de kluis/sleutel?!" en

* "Er moet meer geld zijn. Ik maak je dood!" en

* "Niet kijken!" en

* "Plat liggen!" en

* "Ik schiet/maak je dood!" en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, gericht heeft (gehouden) op genoemde [benadeelde 5] en [benadeelde 4] en

- die [benadeelde 4] gewapend met een mes heeft belaagd, en

- tegen/aan het lichaam van die [benadeelde 5] en [benadeelde 4] heeft geduwd en getrokken en

- die [benadeelde 4] aan het lichaam en de kleding heeft vastgepakt en

- die [benadeelde 5] en [benadeelde 4] heeft gedwongen om op de grond te knielen of liggen (met de kleding over het hoofd) en

- die [benadeelde 4] tegen het hoofd geslagen en in het gezicht heeft geschopt en die [benadeelde 5] tegen het hoofd geschopt en in het gezicht gestompt en

- met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [benadeelde 4] heeft geslagen en

- de broek van die [benadeelde 4] naar beneden heeft getrokken en

- de polsen en voeten van die [benadeelde 4] heeft vastgetapet;

met als gevolg zwaar lichamelijk letsel voor de heer [benadeelde 4],

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 8:

hij op 5 februari 2009, te [plaats 1], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een winkelpand van juwelierszaak "[juwelierszaak]", gevestigd aan de [straat], heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, te weten onder meer armbanden, kettingen, ringen, oorbellen en horloges, toebehorende aan [slachtoffer 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en [benadeelde 6] (een medewerkster) en [benadeelde 2] (een klant), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededaders,

- die [slachtoffer 4] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond en op die [slachtoffer 4] gericht en

- die [slachtoffer 4] tegen de grond heeft gegooid en

- die [slachtoffer 4] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd heeft gehouden en op het hoofd heeft gericht en

- die [slachtoffer 4] heeft toegeschreeuwd; "Doe't open!" en "Doe die kassa open!" en

- op de kassa heeft geslagen en

- heeft staan vloeken en schreeuwen en

- met een moker/hamer vitrines in dat winkelpand heeft vernield en

- die [benadeelde 6] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en

- die een [benadeelde 6], toen deze zich had ingesloten in een toiletruimte, de woorden heeft toegevoegd: "Doe die deur open." en

- met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de deur van die toiletruimte heeft geslagen en een gat in die deur heeft geslagen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [benadeelde 2], heeft getoond en

- een moker/hamer heeft opgeheven in de richting van die [benadeelde 2];

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

feit 9:

hij op 13 februari 2009, te [plaats 2], in een woning, perceel [adres], een wapen van categorie II, te weten enkelschots hagelgeweer, voorzien van de aanduiding "MONDIAL", kaliber 12-65 (hagelpatroon), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft en terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

het onder 8 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

het onder 9 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

Strafbaarheid van de verdachte

Het hof houdt rekening met het omtrent verdachte door M.J. van Haaren, psychiater in opleiding, onder supervisie van F.R. Kruisdijk, psychiater, en P.E. Geurkink, psycholoog, allen werkzaam bij het Pieter Baan centrum te Utrecht, op 17 oktober 2011 uitgebrachte Pro Justitia rapport.

Door beide deskundigen wordt geconcludeerd dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten een zodanige gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens bestond (in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, zwakbegaafdheid en ten minste misbruik van cannabis) dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Het hof neemt deze conclusie over en maakt die tot de zijne.

Nu niet is gebleken dat verdachte het ten laste gelegde in het geheel niet valt toe te rekenen en er ook anderszins geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht het hof verdachte strafbaar.

Op te leggen straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in een periode van drie maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan vijf roofovervallen, twee autodiefstallen en verboden wapenbezit.

Het eerste feit betreft een overval op coffeeshop "[coffeeshop 1]" op 12 november 2008, waarbij door gebruik van geweld en bedreiging met geweld (met een pistool en een mes) een geldbedrag en hennep werden buitgemaakt. Na de overval zijn verdachte en zijn mededaders gevlucht in de kort daarvoor gestolen auto.

Daarnaast heeft verdachte driemaal (op 13 december 2008, 23 januari 2009 en 5 februari 2009) de juwelierszaak "[juwelierszaak]" van juwelier [slachtoffer 4] overvallen. De overvallen werden zorgvuldig gepland. Voorzien van bivakmutsen, een hamer en een nepvuurwapen is verdachte met zijn mededader(s) de winkel binnengegaan. De overvallen gingen in toenemende mate gepaard met bedreiging met geweld en/of geweld tegen de juwelier en zijn medewerkers/klanten. Tijdens de derde beroving is [slachtoffer 4], een man van 82 jaar, zelfs tegen de grond gegooid en is het nepvuurwapen tegen zijn hoofd gehouden. De buit bestond telkens uit een grote hoeveelheid sieraden met een aanzienlijke waarde, die, nadat deze onder de verschillende verdachten waren verdeeld, werden verkocht. Het geld heeft verdachte opgemaakt aan zijn luxe levensstijl.

Het handelen van verdachte en zijn mededaders heeft niet alleen in financieel opzicht, maar ook in emotioneel opzicht, een enorme impact gehad op - met name - [slachtoffer 4]. Als gevolg van deze uiterst laffe daden heeft de juwelier na de laatste overval besloten te stoppen met zijn juwelierszaak.

Voorts werd voorafgaand aan de tweede overval op de juwelierszaak nog een personenauto gestolen.

Het meest gewelddadige feit betreft de overval in de woning op een echtpaar in [plaats 3] op 2 februari 2009. Wederom gedreven door geldelijk gewin zijn verdachte en zijn vier mededaders - gewapend met een nepvuurwapen, een mes en (twee) schroevendraaiers - de woning binnengedrongen. Onder bedreiging van het nepvuurwapen is aangeefster [benadeelde 5] de woning ingeduwd waar zij met haar vest over het hoofd op de grond moest liggen. [benadeelde 5] is tegen haar hoofd geschopt en gestompt. Vrijwel meteen werd ook haar echtgenoot, aangever [benadeelde 4], belaagd door de indringers. [benadeelde 4] is zozeer mishandeld dat hij zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen. Hij is door zijn belagers vele malen met het nepvuurwapen tegen zijn hoofd geslagen. Ook is hij in zijn gezicht geschopt en zijn zijn polsen en voeten vastgebonden met tape. Uit het medisch onderzoek blijkt dat [benadeelde 4] in totaal 44 verwondingen had, waarvan 21 aan het gezicht. Een verwonding aan de neus is gelijmd, meerdere verwondingen aan het hoofd zijn gehecht en geplakt en ook de doorgesneden oorschelp is chirurgisch gehecht. Uiteindelijk is er 'slechts' een geldbedrag van ongeveer € 1.200,- en twee mobiele telefoons buitgemaakt.

Door het plegen van deze feiten heeft verdachte blijk gegeven van een gebrek aan respect voor de eigendommen van anderen, maar vooral van een gebrek aan respect voor de (lichamelijke) integriteit van andere mensen. De verschillende slachtoffers werden blootgesteld aan geweld en/of bedreiging met geweld. Verdachte heeft kennelijk alleen aan zichzelf gedacht en heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelingen voor de slachtoffers. Dergelijk gewelddadig en bedreigend optreden versterkt bovendien de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Opvallend is dat verdachte ter zitting stelt dat hij erg geschrokken is van het door zijn medeverdachten gebruikte geweld in [plaats 3], terwijl hij drie dagen later op 5 februari 2009 met (een aantal van) hen opnieuw een gewelddadige overval heeft gepleegd. Hoewel verdachte ter zitting van het hof zijn spijt omtrent de bewezenverklaarde feiten heeft betuigd, is het hof niet overtuigd geraakt van de doorleefdheid van verdachtes spijt.

Voorts neemt het hof in aanmerking dat verdachte een behoorlijk aandeel in de feiten heeft gehad en bij sommige feiten ook een initiatiefnemende rol heeft gespeeld. Zo ging het initiatief bij de overvallen op de juwelierszaak, een in zijn ogen gemakkelijk doelwit, van verdachte uit. Ook betrekt het hof bij de strafoplegging dat verdachte - ook in hoger beroep - geen (complete) openheid van zaken heeft gegeven.

Naast voornoemde feiten heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan twee andere strafbare feiten die ad informandum op de dagvaarding zijn gevoegd en door verdachte ter zitting in hoger beroep zijn erkend. Het hof betrekt deze feiten bij de strafoplegging, zodat deze feiten hiermee zijn afgedaan.

Uit een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 4 oktober 2011, blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder vermogens- en geweldsdelicten.

Tevens houdt het hof rekening met het feit dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd. Daarbij komt uit de Pro Justitia rapportage van 17 oktober 2011 duidelijk naar voren dat de eerste ontwikkeling van verdachte ruw verstoord is door afwijzingen door moeder en vader en plaatsing in inrichtingen. Volgens psycholoog Geurkink is voor het leven van verdachte maar één typering mogelijk, namelijk verwaarlozing en verloedering. In feite is verdachte de kans op een normale ontwikkeling ontnomen. Hiermee zal het hof bij de strafoplegging in het voordeel van verdachte rekening houden.

Genoemde reeks van (gewelddadige) feiten is zo ernstig dat alleen een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf ter afdoening in aanmerking komt. De ernst van de feiten rechtvaardigt in beginsel de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf. Op grond van het voorgaande, waarbij de hiervoor genoemde factoren zorgvuldig zijn gewogen en het hof daarbij meer gewicht aan de verminderde toerekeningsvatbaarheid toekent dan de advocaat-generaal en het hof voorts de consequenties van een andere bewezenverklaring in acht neemt, acht het hof de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf van zeven jaren passend en geboden. Het hof merkt hierbij nog op dat de rechtbank weliswaar tot een andere bewezenverklaring kwam maar met slechts 1 ad informandum gevoegd feit rekening hield

Op te leggen maatregel

Verder dient het hof nog te beoordelen of de door de advocaat-generaal gevorderde maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd dient te worden. De verdediging betwist niet dat verdachte behandeling nodig heeft, maar heeft ter terechtzitting bepleit te volstaan met het opleggen van een terbeschikkingstelling met voorwaarden.

De deskundigen Van Haaren (onder supervisie van F.R. Kruisdijk) en Geurkink, beide voornoemd, adviseren de oplegging van een terbeschikkingstelling met voorwaarden, indien de strafmaat dat toelaat.

Zoals hiervoor al vastgesteld bestond bij verdachte ten tijde van het begaan van de delicten een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Er is voorts sprake van delicten die misdrijven betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld.

Het risico op herhaling wordt in het aan het hof uitgebrachte rapport van 17 oktober 2011 reëel geacht. Zo is in dit rapport onder meer het volgende gesteld door Van Haaren (onder supervisie van F.R. Kruisdijk) en Geurkink, beide voornoemd, zakelijk weergegeven:

Ten aanzien van de recidivekans en de weging van factoren die daarbij een rol spelen is de HCR-20 gescoord. Uit een scoring van de HCR-20 blijkt dat er bij betrokkene een hoge kans is op een recidive vooral op grond van de hoge score op de historische en daarmee dus statische items.

In voormeld rapport wordt voorts door Geurkink, voornoemd, gesteld - zakelijk weergegeven-:

Betrokkene heeft tijdens het onderhavige onderzoek een duidelijk doel, namelijk voorkomen dat er ter recidivebeperking voor de tweede keer een tbs met bevel tot verpleging van overheidswege wordt geadviseerd, zoals in 2009 ook is gebeurd en betrokkene conform dat advies is veroordeeld. Uit het psychologisch onderzoek komt betrokkene naar voren als een structuurloze, opportunistische en een intellectueel en emotioneel beperkte man, die maar beperkt in staat is tot mentaliseren en die vanuit zijn beperkingen dobbert op de golven van het leven.

De eerste grofweg zeven jaren van zijn leven zijn waarschijnlijk nog de meest stabiele periode voor hem geweest, waardoor de basale persoonlijkheids-, gewetens- en identiteitsopbouw nog wel plaats heeft gevonden en waardoor empathische vermogens zijn ontstaan en vermogens om contact te maken met anderen. De eerste redelijk positieve ontwikkeling is echter ruw verstoord door afwijzingen door moeder en vader en plaatsing in inrichtingen, waarbij mogelijk ook een vorm van ADHD en zijn intellectuele beperkingen het gehele proces nog verder negatief hebben beïnvloed. Ondanks enorme inspanningen van de hulpverlening is er maar één typering mogelijk voor het vervolg van zijn leven, dat is verwaarlozing en verloedering. Hierdoor is er nu een groot gebrek aan structuur en autonomie in zijn persoonlijkheid, waardoor hij opportunistisch dobbert op de golven van het leven. Dit blijkt ook uit de verschillende wijzen waar op hij wordt beschreven en uit wat hij zelf vertelt. Hij wordt getypeerd als leider, als volger, als beïnvloedbaar, als hard en hij neemt het niet nauw met de werkelijkheid. Dit lijkt vooral het gevolg van de context waar hij dan verblijft en zijn opportunistische overwegingen op dat moment. Dit verklaart ook zijn verschillende presentatie nu en tijdens het onderzoek in 2009, toen hij onverschillig was en het hem niets kon schelen. Nu heeft hij een heel ander doel en is hij ook anders. In grote lijnen afgezien van zijn gedragsmatige presentatie zien wij diagnostisch hetzelfde beeld bij betrokkene als tijdens het vorige onderzoek. Als we dat beeld gezien zijn leeftijd vertalen naar diagnostische termen die bij volwassenen worden gebruikt in tegenstelling tot wat bij het vorige onderzoek is gehanteerd, dan is er bij betrokkene sprake van zwakbegaafdheid, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en misbruik van cannabis.

Als betrokkene verder verloedert eroderen ook zijn in aanleg positieve vaardigheden en zijn in aanleg aanwezig geweten en komt de verharde antisociale persoonlijkheidsstoornis om de hoek kijken als diagnose. Als het betrokkene lukt om met hulp zijn leven een positieve wending te geven, dan kan de nu gediagnosticeerde pathologie, inclusief de intellectuele zwakbegaafdheid, langzaam verdwijnen, maar de vooruitzichten daartoe nu zijn somber.

Verder wordt door Van Haaren (onder supervisie van Kruisdijk), voornoemd, gesteld - zakelijk weergegeven-:

Er kan niet met zekerheid gesteld worden dat er sprake is van cannabisafhankelijkheid, wel kan er gesproken worden van cannabismisbruik. Op grond van het eigen onderzoek en de groepsobservaties, maar vooral gelet op de beschikbare informatie over zijn levensloop en zijn functioneren tijdens de frequente detenties, kan bij betrokkene gesproken worden van een persoonlijkheidsstoornis, gezien het duurzame patroon van zijn sociaal-maatschappelijk en interpersoonlijk disfunctioneren. Er is bij betrokkene reeds vanaf zeer jonge leeftijd sprake van gedragsproblemen, die geduid kunnen worden als een vroege (antisociale) gedragsstoornis. Al vroeg begeeft betrokkene zich in het criminele circuit. Schijnbaar zonder enige gewetenswroeging en, indien nodig, met het nodige geweld, gaat hij over tot verwervingscriminaliteit. Het voorgaande overziend kan worden gesteld dat bij betrokkene sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Voorts maakt betrokkene een beperkt intelligente indruk. Dit komt overeen met de uitslagen van het psychologisch testonderzoek waarbij een zwakbegaafd niveau van intellectueel functioneren wordt vastgesteld.

In het geval van betrokkene moet er, in classificerende zin, gesproken worden van zwakbegaafdheid, misbruik van cannabis en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De antisociale persoonlijkheidskenmerken uiten zich bij betrokkene in externaliserend gedrag, beperkte empathische vermogens en een gebrekkig geweten. Uit de collaterale informatie kan voorts worden gedestilleerd dat er een patroon is van schending van en gebrek aan respect voor de rechten van anderen en onverantwoordelijkheid.

Uit deze rapportage volgt dat verdachte ook na het ondergaan van de op te leggen detentie een aanzienlijk gevaarsrisico vormt voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De deskundigen achten het recidiverisico reëel en zijn van oordeel dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden opgelegd. Voornoemde conclusies zijn overtuigend onderbouwd en worden daarom door het hof overgenomen.

Op grond van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat de algemene veiligheid van personen en goederen oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling alsmede verpleging van overheidswege eist. Het hof zal dan ook deze maatregel naast de gevangenisstraf opleggen.

Door de raadsman van verdachte is bepleit om een terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen samenhangend met een betoog voor een lagere strafoplegging dan hetgeen door de rechtbank als straf werd opgelegd. Nu in artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat voor een terbeschikkingstelling met voorwaarden slechts plaats is indien een gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren wordt opgelegd en het hof in voorgaande strafmotivering heeft aangegeven dat een gevangenisstraf van zeven jaren passend en geboden is, is er voor een terbeschikkingstelling met voorwaarden geen plaats. Het verweer van de raadsman behoeft derhalve geen verdere bespreking.

Beslag

Verbeurdverklaring

Het onder 8 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van het hierna te noemen inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp (te weten: een personenauto). Het behoort de veroordeelde toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van veroordeelde.

Het hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp (te weten: een geldbedrag van € 1.150,-) behoort aan veroordeelde toe. Het zal worden verbeurd verklaard aangezien het geheel of grotendeels door middel van het onder 1,4,5,7 en 8 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is verkregen. Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat dit geldbedrag buit verkregen uit de overvallen betreft.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Onttrekking aan het verkeer

Het onder 8 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van de hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (te weten: een gasdrukvuurwapen en de hierbij behorende slede). Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Het onder 9 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot het hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp (te weten: een hagelgeweer). Het zal aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Teruggave

De onder verdachte inbeslaggenomen schoen en handschoen kunnen aan hem worden teruggegeven nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, dat die vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat de benadeelde partij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort, voor zover die vordering in eerste aanleg is toegewezen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van EUR 1.565,00 (vermeerderd met de wettelijke rente).

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 3 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 474,99. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 6 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, één en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, dat die vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat de benadeelde partij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort, voor zover die vordering in eerste aanleg is toegewezen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van EUR 10.321,80 (vermeerderd met de wettelijke rente).

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 7 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, één en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, dat die vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat de benadeelde partij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort, voor zover die vordering in eerste aanleg is toegewezen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van EUR 5.155,00 (vermeerderd met de wettelijke rente).

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 7 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, één en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, dat die vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat de benadeelde partij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort, voor zover die vordering in eerste aanleg is toegewezen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van EUR 1.500,00 (vermeerderd met de wettelijke rente).

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 8 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, één en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, dat die vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat de benadeelde partij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort, voor zover die vordering in eerste aanleg is toegewezen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van EUR 1.500,00 (vermeerderd met de wettelijke rente).

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 8 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, één en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 43a, 43b, 57, 63, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een personenauto, Seat Ibiza 1.4S 1995, kleur zwart, kenteken [kenteken];

- een geldbedrag van € 1.150,-.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een gasdrukvuurwapen zonder slede, kaliber 9 mm;

- een slede van een vuurwapen;

- een enkelloops hagelgeweer, kaliber 12-65 (hagelpatroon), merk Mondial.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een schoen, merk Nike;

- een handschoen, kleur zwart.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 1], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde 3], terzake van het onder 6 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 474,99 (vierhonderdvierenzeventig euro en negenennegentig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zaullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3], een bedrag te betalen van EUR 474,99 (vierhonderdvierenzeventig euro en negenennegentig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde 4], terzake van het onder 7 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 10.321,80 (tienduizend driehonderdeenentwintig euro en tachtig cent) bestaande uit EUR 4.321,80 (vierduizend driehonderdeenentwintig euro en tachtig cent) materiële schade en EUR 6.000,00 (zesduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zaullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4], een bedrag te betalen van EUR 10.321,80 (tienduizend driehonderdeenentwintig euro en tachtig cent) bestaande uit EUR 4.321,80 (vierduizend driehonderdeenentwintig euro en tachtig cent) materiële schade en EUR 6.000,00 (zesduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 86 (zesentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde 5], terzake van het onder 7 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 5.155,00 (vijfduizend honderdvijfenvijftig euro) bestaande uit EUR 155,00 (honderdvijfenvijftig euro) materiële schade en EUR 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zaullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 5], een bedrag te betalen van EUR 5.155,00 (vijfduizend honderdvijfenvijftig euro) bestaande uit EUR 155,00 (honderdvijfenvijftig euro) materiële schade en EUR 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde 6], terzake van het onder 8 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zaullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 6], een bedrag te betalen van EUR 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde 2], terzake van het onder 8 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zaullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2], een bedrag te betalen van EUR 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr. A.J. Rietveld, voorzitter,

mr. K. Lahuis en mr. J.A.A.M. van Veen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,

en op 10 november 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.