Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU3619

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
08-11-2011
Zaaknummer
200.084.135/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaar tegen eiswijziging in hoger beroep. Alleen inhoudelijke argumenten. Niets gesteld omtrent strijd met de goede procesorde. Bezwaar afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Arrest d.d. 8 november 2011

Zaaknummer 200.084.135/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken inzake het bezwaar tegen de eiswijziging in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[appellante],

gevestigd te [plaats],

hierna te noemen: [de scheepswerf],

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat: mr. A. Ben Daoued, kantoorhoudende te Zwolle,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[geïntimeerde],

gevestigd te [plaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna te noemen: [B.V. X],

advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 12 mei 2010 (in incident), 21 juli 2010 en 22 december 2010 van de rechtbank Groningen, sector civielrecht, (hierna: de rechtbank).

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 14 maart 2011 is door [de scheepswerf] hoger beroep ingesteld van het eindvonnis van 22 december 2010 met dagvaarding van [B.V. X] tegen de zitting van 22 maart 2011.

Bij memorie van grieven tevens houdende vermeerdering van eis, heeft [de scheepswerf] geconcludeerd dat:

"het het Hof Leeuwarden behage bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

I. te vernietigen het vonnis, op 22 december 2010 door de Rechtbank Groningen onder zaak- /rolnummer 115756 / HA ZA 10-61 tussen partijen gewezen;

II. opnieuw rechtdoende, zo nodig onder ambtshalve aanvulling en/of verbetering van de gronden, geïntimeerde alsnog haar vordering te ontzeggen, althans deze af te wijzen, en de vorderingen in reconventie inclusief de eisvermeerdering ter hoogte van € 2.053,70, ten aanzien van het deskundigenrapport, van appellante toe te wijzen;

III. geïntimeerde te veroordelen om al hetgeen door appellante ter uitvoering van het bestreden vonnis aan geïntimeerde is voldaan aan haar terug te betalen, vermeerderd met de wettelijk rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling;

IV. geïntimeerde te veroordelen om aan appellante te betalen de volgens het gebruikelijk tarief te begroten bijdragen in de proceskosten van beide instanties."

[B.V. X] heeft bij akte bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging.

[de scheepswerf] heeft een antwoordakte genomen.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest inzake het bezwaar tegen de eiswijziging.

De beoordeling

het geschil en de beslissing in eerste aanleg

1.1 [B.V. X] heeft in conventie - samengevat - gevorderd dat [de scheepswerf] wordt veroordeeld tot betaling van € 16.065,00 met rente en kosten. [de scheepswerf] heeft verweer gevoerd tegen de vordering.

1.2 [de scheepswerf] heeft in reconventie - samengevat - gevorderd dat [B.V. X] wordt veroordeeld tot betaling van € 19.200,00 met rente en kosten. [B.V. X] heeft verweer gevoerd tegen de vordering.

1.3 Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank de vordering van [B.V. X] toegewezen en de vordering van [de scheepswerf] afgewezen. [de scheepswerf] is zowel in conventie als in reconventie in de proceskosten verwezen.

inzake het bezwaar tegen de eiswijziging

2.1 Op grond van art. 130 lid 1 Rv juncto art. 353 lid 1 Rv komt aan [de scheepswerf] de bevoegdheid toe haar eis of de gronden daarvan te wijzigen, welke bevoegdheid in hoger beroep in die zin beperkt is dat de eiswijziging (behoudens hier niet ter zake doende uitzonderingen) niet later dan bij memorie van grieven of antwoord dient plaats te vinden (HR 20 juni 2008, LJN: BC4959). De toelaatbaarheid van een eiswijziging moet worden beoordeeld in het licht van de eisen van een goede procesorde.

2.2 [B.V. X] stelt dat de kosten voor het rapport d.d. 6 juni 2011 van Euro-Rigging te Utrecht (€ 2.053,70), waarmee [de scheepswerf] haar eis heeft vermeerderd, enkel zijn gemaakt ter voorbereiding van de procedure in hoger beroep. Deze kosten vallen daarom onder het bereik van de wettelijke bepalingen betreffende proceskosten en kunnen derhalve niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, aldus [B.V. X]. Verder betwist [B.V. X] dat de kosten gemaakt zijn ter vaststelling van de aansprakelijkheid en dat de kosten redelijk zijn.

2.3 In hetgeen [B.V. X] stelt, ziet het hof geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de eiswijziging in strijd is met de goede procesorde. [B.V. X] stelt niet

- overeenkomstig art. 130 lid 1, tweede volzin, Rv - dat de eiswijziging leidt tot onredelijke vertraging van het geding, dat zij door de eiswijziging onredelijk wordt bemoeilijkt in haar verdediging en/of dat de eiswijziging om een andere reden in strijd komt met de goede procesorde. Ook ambtshalve ziet het hof geen aanleiding om de eiswijziging van [de scheepswerf] wegens strijd met de eisen van een goede procesorde buiten beschouwing te laten. Op de inhoudelijke argumenten van [B.V. X] tegen de vermeerderde eis zal het hof zonodig later ingaan.

3. De conclusie luidt dat het bezwaar tegen de eiswijziging wordt verworpen, zodat in hoger beroep recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis van [de scheepswerf].

4. Voor het overige zal het hof iedere beslissing aanhouden.

De beslissing

Het gerechtshof:

wijst het bezwaar van [B.V. X] tegen de eiswijziging van [de scheepswerf] af;

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 6 december 2011 voor memorie van antwoord aan de zijde van [B.V. X].

Aldus gewezen door mrs. L. Janse, voorzitter, L. Groefsema en G. van Rijssen, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 8 november 2011 in bijzijn van de griffier.