Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU2902

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
31-10-2011
Zaaknummer
200.080.201/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vader haalt en brengt de kinderen. Hof neemt de helft van de reiskosten mee in de draagkrachtberekening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 18 oktober 2011

Zaaknummer 200.080.201

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. M.J. Buitenhuis, kantoorhoudende te Drachten,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in het principaal appel,

appellant in het incidenteel appel,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. M.M. Hoelen, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Het geding in eerste aanleg

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van 20 oktober 2010 heeft de rechtbank Leeuwarden de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [kind 1] (hierna te noemen: [kind 1]), geboren [in 2000], en [kind 2] (hierna te noemen: [kind 2]), geboren [in 2003], met ingang van 1 april 2010 tot 1 oktober 2010 bepaald op € 32,-- per kind per maand en met ingang van 1 oktober 2010 op nihil en het meer of anders verzochte afgewezen.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 12 januari 2011, heeft de vrouw verzocht de beschikking van 20 oktober 2010 te vernietigen en opnieuw beslissende te bepalen dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging van [kind 1] en [kind 2], telkens bij vooruitbetaling, voor zover de termijnen nog niet zijn verstreken, aan de vrouw een bedrag van € 272,50 per kind per maand dient te voldoen met ingang van de datum waarop het verzoekschrift bij de rechtbank Leeuwarden is binnen-gekomen, te weten op 2 oktober 2009, althans dat de man een zodanig bedrag met ingang van een zodanige datum dient te voldoen als het hof dit in goede justitie juist acht.

Bij verweerschrift, tevens incidenteel appelschrift, binnengekomen op de griffie op 24 maart 2011, heeft de man het verzoek bestreden en verzocht de vrouw in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel het verzoek van de vrouw af te wijzen en de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen zo nodig met aanvulling van gronden, zowel op grond van het verweer als in incidenteel appel, met uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de door het hof te wijzen beschikking.

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 1 juli 2011, heeft de vrouw het verzoek in het incidenteel beroep bestreden.

Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van 1 juli 2011 met bijlagen van mr. Buitenhuis.

Ter zitting van 11 juli 2011 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de vrouw en de man, beiden bijgestaan door hun advocaat. Door mr. Hoelen zijn pleitaantekeningen overgelegd.

De beoordeling

De vaststaande feiten

1. Uit de affectieve relatie tussen partijen zijn [kind 1] en [kind 2] geboren. De relatie tussen partijen is in augustus 2007 verbroken. De man heeft de minderjarigen erkend. Partijen oefenen in ieder geval gezamenlijk het gezag uit over [kind 1], volgens de vrouw ook over [kind 2]. De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw.

2. Bij inleidend verzoekschrift van 22 juli 2009 heeft de man de rechtbank verzocht te bepalen dat een omgangs-/zorgregeling tussen hem en de kinderen wordt vastgesteld zoals omschreven in het verzoekschrift.

3. De vrouw heeft zich tegen het inleidende verzoek van de man verweerd en heeft hierbij tevens een zelfstandig verzoek gedaan, inhoudende te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de vrouw zullen hebben, dat een omgangs-/zorgregeling als omschreven in het zelfstandig verzoek wordt vastgesteld en dat de man een bedrag van € 272,50 per kind per maand dient te voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2]. De man heeft zich hiertegen verweerd.

4. Bij beschikking van 25 november 2009 heeft de rechtbank (onder meer) bepaald dat [kind 1] en [kind 2] hun hoofdverblijfplaats voortaan bij de vrouw zullen hebben. De rechtbank heeft daarnaast een omgangs-/zorgregeling tussen de man en de kinderen bepaald.

5. Bij de bestreden beschikking van 20 oktober 2010 heeft de rechtbank op het verzoek tot het vaststellen van een bijdrage voor de kinderen beslist als hiervoor vermeld onder "Het geding in eerste aanleg". Tegen deze beslissing is het hoger beroep van de vrouw gericht.

De geschilpunten

6. De geschilpunten tussen partijen betreffen:

- de behoefte van de kinderen;

- de draagkracht van de man en wel op de volgende punten:

- het inkomen;

- de woonlasten;

- de omgangskosten;

- rente en aflossing van schulden;

- de draagkracht van de vrouw en wel op de volgende punten:

- het inkomen;

- de woonlasten;

- de draagkrachtvergelijking.

De overwegingen

De behoefte van de kinderen

7. De man stelt dat de behoefte van de kinderen in totaal € 392,-- per maand bedraagt, zijnde € 196,-- per kind per maand. De vrouw is het daarmee niet eens. Volgens haar bedraagt de behoefte van de kinderen € 272,50 per kind per maand.

8. Overeenkomstig hetgeen gebruikelijk is, zal het hof de behoefte van de kinderen vaststellen aan de hand van de CBS-Nibud tabel met betrekking tot het eigen aandeel in de kosten van kinderen. Uitgangspunt daarbij is het gezinsinkomen van partijen tijdens de laatste jaren van hun samenleving. Nu de relatie tussen partijen in augustus 2007 is beëindigd, is het inkomen van partijen in 2006 en 2007 maatgevend voor de behoefte van de kinderen. Door partijen zijn geen inkomensgegevens over 2006 overgelegd, zodat de behoefte zal worden bepaald aan de hand van het besteedbare inkomen van partijen in 2007.

9. Uit de door de man overgelegde aangifte Inkomstenbelasting 2007 blijkt dat hij in dat jaar een bruto-inkomen van € 31.170,-- heeft genoten. Uit die aangifte blijkt tevens dat de loonheffing € 8.112,-- bedroeg, zodat het netto inkomen (€ 31.170,-- minus € 8.112,-- =) € 23.058,-- per jaar, zijnde € 1.921,50 per maand, bedroeg. Daarnaast heeft de man een bankafschrift overgelegd, waaruit een netto-inkomen van de vrouw in januari 2007 van € 555,82 volgt. Partijen zijn het erover eens dat dit het maandelijkse netto-inkomen van de vrouw was. Gelet op het voorgaande was het netto besteedbaar inkomen van partijen in 2007 (€ 1.921,50 + € 555,82 =) afgerond € 2.477,-- per maand. Anders dan de man ingang wil doen vinden, dient daarop de fiscale aftrek van de hypotheekrente niet in mindering te worden gebracht, aangezien die fiscale aftrek geen inkomen betreft maar een fiscale tegemoetkoming in de woonlasten.

10. Gelet op de leeftijd van de kinderen in 2007 dient voor hen het aantal punten te worden vastgesteld op 10. Uitgaande van dat puntenaantal en in aanmerking nemende het netto besteedbaar inkomen van € 2.477,-- per maand, is het hof met de vrouw van oordeel dat de behoefte van de kinderen dient te worden vastgesteld op een bedrag van € 272,50 per kind per maand.

De draagkracht van de man

* Het inkomen

11. De vrouw stelt zich op het standpunt dat met betrekking tot de periodes waarin de man een WW-uitkering heeft genoten, moet worden uitgegaan van zijn verdiencapaciteit. Naar de mening van de vrouw moet de man geacht worden in staat te zijn het inkomen te genereren dat hij ook in de periode van 1 april 2010 tot 1 oktober 2010 heeft ontvangen, zodat ook in de periodes waarin hij een WW-uitkering genoot moet worden uitgegaan van dat inkomen. Zij betwist dat in de horecabranche geen werk is te krijgen in de periode van oktober tot en met maart.

12. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de inspanningen die de man heeft verricht teneinde een nieuwe baan te vinden. Aan het recht op een WW-uitkering is immers een sollicitatieplicht gekoppeld en door de uitkeringsinstantie wordt toezicht gehouden op de nakoming van die verplichting. Bovendien hebben de inspanningen van de man erin geresulteerd dat hij thans een nieuwe baan heeft. Het hof is dan ook van oordeel dat de vrouw haar stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Bij de berekening van de draagkracht zal het hof daarom uitgaan van het werkelijke inkomen van de man, zoals dat blijkt uit de door hem overgelegde jaaropgaven over 2009 en 2010. Het hof zal daarbij uitgaan van het totaal van de verschillende jaaropgaven.

13. Ten aanzien van het jaar 2011 zal het hof uitgaan van dezelfde inkomensgegevens als in 2010. Het hof overweegt daartoe het volgende. De man heeft gesteld dat het inkomen, waarvan in eerste aanleg is uitgegaan, het inkomen is dat hij redelijkerwijs kan verwerven. Hij wijst erop dat hij vanwege de omgangsregeling met de kinderen als voorwaarde bij zijn sollicitaties heeft gesteld dat hij regelmatig in de weekenden en vakanties vrij dient te hebben. Daarom heeft hij gesolliciteerd als instellingskok en in die functie met ingang van 24 februari 2011 een baan gevonden voor 24 uren per week. Het hof acht deze keuze, gelet op de combinatie van zijn werkzaamheden en de zorgtaken voor de minderjarigen, gerechtvaardigd. Daar staat echter tegenover dat de man heeft nagelaten voldoende helderheid te verschaffen over het inkomen dat hij in die functie genereert. De man heeft verklaard op wisselende dagen en ook een wisselend aantal uren per week te werken. Afhankelijk van het aantal gewerkte uren krijgt hij een aanvullende WW-uitkering. De man heeft slechts één betaalspecificatie WW overgelegd over de periode dat hij in zijn nieuwe dienstbetrekking werkzaam is en heeft verzuimd salarisspecificaties over 2011 over te leggen. Daardoor kan niet worden vastgesteld hoe hoog het inkomen van de man in zijn huidige functie is. Gelet op de omstandigheid dat hij onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft omtrent zijn salaris, acht het hof het redelijk en billijk om ten aanzien van 2011 uit te gaan van het salaris dat de man in 2010 heeft gegenereerd.

* De woonlasten

14. Uit de stukken blijkt dat de man sinds 1 juli 2010 met zijn nieuwe partner samenwoont. De man heeft gesteld dat zijn partner in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. In dergelijke gevallen is het gebruikelijk dat de helft van de woonlasten aan de partner wordt toegerekend en dat derhalve in de draagkrachtberekening slechts met de helft van de opgevoerde lasten rekening wordt gehouden. Het hof ziet geen aanleiding om in de onderhavige zaak van dat uitgangspunt af te wijken en zal derhalve vanaf 1 juli 2010 de helft van de woonlasten in de berekening opnemen. Daarbij zal het hof ook de helft van de fiscale aftrek aan de man toerekenen en niet - zoals de vrouw wenst - de volledige aftrek, nu als uitgangspunt heeft te gelden dat de lasten in het brutogedeelte van de berekening op gelijke wijze worden verwerkt als in het nettogedeelte en er geen redenen zijn om van dat uitgangspunt af te wijken.

* De omgangskosten

15. Partijen verschillen van mening over de hoogte van de kosten die de man in het kader van de omgangsregeling tussen hem en de minderjarigen maakt.

16. Vaststaat dat partijen tijdens de procedure in eerste aanleg ten aanzien van de omgangsregeling tot overeenstemming zijn gekomen. De overeengekomen omgangsregeling is in de tussenbeschikking van 25 november 2009 opgenomen en houdt in dat [kind 1] en [kind 2] eens per veertien dagen een weekend en gedurende de helft van de schoolvakanties, en één week zomervakantie, bij de man verblijven, terwijl ook de feestdagen tussen partijen zijn verdeeld. Het hof is met de man van oordeel dat bij de vaststelling van de omgangskosten moet worden uitgegaan van deze regeling en niet van het aantal dagen waarop de kinderen feitelijk bij hem hebben verbleven.

17. Tussen partijen is niet in geschil dat de kinderen gedurende 22 weekenden per jaar bij de man verblijven, zodat de omgangskosten voor die weekenden dienen te worden vastgesteld op een bedrag van (22 weekenden x 2 dagen x 2 kinderen x

€ 5,-- per dag =) € 440,-- per jaar, zijnde afgerond € 37,-- per maand. Gelet op de vastgestelde vakantie- en feestdagenregeling verblijven de kinderen daarnaast nog 25 dagen per jaar bij de vader. De verblijfskosten voor die dagen bedragen

(25 dagen x 2 kinderen x € 5,-- per dag =) € 250,-- per jaar, zijnde afgerond

€ 21,-- per maand. De totale verblijfskosten bedragen derhalve (€ 37,-- + € 21,-- =) € 58,-- per maand.

18. De vader heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat tevens rekening dient te worden gehouden met de reiskosten die hij ten behoeve van de omgangsregeling maakt. De vrouw heeft deze stelling -onder verwijzing naar de alimentatienormen- weersproken.

19. De vrouw merkt terecht op dat de werkgroep Alimentatienormen in het Tremarapport als uitgangspunt heeft verwoord dat alleen dan een bedrag aan reiskosten in de draagkrachtberekening wordt opgenomen wanneer bijzondere omstandigheden worden gesteld en aannemelijk gemaakt op grond waarvan het redelijk is om tevens met die kosten rekening te houden. Het hof is echter met de man van oordeel dat daarbij als uitgangspunt is genomen dat de ouders ieder een deel van het halen en brengen van de kinderen voor hun rekening nemen. Uit de bij beschikking van 25 november 2009 vastgestelde omgangsregeling blijkt dat het halen en brengen volledig ten laste van de man komt. Het hof ziet hierin en in de omstandigheid dat de man heeft getracht de haal- en brengregeling in onderling overleg te wijzigen, terwijl de vrouw de voorstellen van de man daartoe heeft afgewezen, een bijzondere omstandigheid die ertoe dient te leiden dat moet worden afgeweken van hetgeen gebruikelijk is. Het hof zal daarom de helft van de reiskosten, zijnde het deel dat voor rekening van de vrouw zou komen indien ook zij een deel van het halen en brengen op zich zou nemen, meenemen in de draagkrachtberekening. Nu niet is betwist dat deze kosten € 16,25 per maand bedragen, zal het hof de omgangskosten met dit bedrag verhogen.

* Rente en aflossing van schulden

20. Ten tijde van de relatie van partijen is een krediet van € 19.500,-- aangegaan bij de Interbank. Door de man is gesteld dat hij dit krediet heeft omgezet in een doorlopend krediet bij de Interbank van € 5.000,--, waarop hij € 75,-- per maand aflost, en een lening bij zijn ouders van € 15.000,--, waarop hij maandelijks

€ 125,-- aflost. De vrouw is van mening dat met deze aflossingen geen rekening gehouden dient te worden, aangezien de oorspronkelijke schuld niet meer bestaat, onduidelijk is wanneer deze schulden zijn aangegaan en de man bovendien geen toestemming heeft gevraagd om die oorspronkelijke schuld om te zetten in de huidige leningen. De man is echter van mening dat het hem vrij staat om de oorspronkelijke schuld te laten overnemen door een andere kredietinstantie. Daarnaast stelt hij dat de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat het niet om dezelfde gezamenlijk schuld gaat.

21. Het hof zal bij de berekening van de draagkracht van de man rekening houden met de aflossing op de schuld van de man bij zijn ouders. Het hof acht het, gelet op de door de man overgelegde stukken, aannemelijk dat de man deze schuld is aangegaan teneinde het krediet bij de Interbank af te lossen. De man heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij de maandelijkse aflossing van € 125,-- daadwerkelijk voldoet. Gelet op dit lagere aflossingsbedrag acht het hof het redelijk dat de man de gezamenlijke schuld van partijen heeft omgezet en dat hij de aflossing op die schuld ten laste van zijn draagkracht brengt.

22. Met de aflossing op het nieuwe krediet bij de Interbank zal het hof echter geen rekening houden. Naar het oordeel van het hof heeft de man hierover onvoldoende duidelijkheid verstrekt. Niet bekend is wanneer de schuld is aangegaan. Evenmin blijkt uit de overgelegde stukken waarvoor de schuld is aangegaan. Wel heeft de man verklaard dat hij in 2008 een deel van de lening heeft gebruikt om een auto te kopen. Nu de man onvoldoende inzicht heeft verschaft over het aangaan en het doel van de lening, is het hof van oordeel dat niet is gebleken dat de lening noodzakelijk is aangegaan en dat aflossing daarvan dient te prevaleren boven de onderhoudsverplichting van de man jegens [kind 1] en [kind 2].

* De draagkrachtberekening

23. Gelet op het voorgaande en gelet op de overige niet-betwiste bedragen, zoals deze blijken uit de aan de bestreden beschikking gehechte draagkrachtberekeningen, wordt de draagkracht van de man als volgt berekend.

De periode van 2 oktober 2009 tot 1 januari 2010 (tarieven juli 2009)

Loon volgens jaaropgaven 2009 € 25.970

Eigenwoningforfait € 748

Rente en kosten van (hypothecaire) schulden € 6.825 -

Belastbare inkomsten uit eigen woning € 6.077 -

Belastbaar inkomen uit werk en woning € 19.893

- € 5.989 schijf 33,5%

- € 846 schijf 42,00%

Inkomensheffing box 1 € 6.835

Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 25.970

Inkomensheffing box 1 € 6.835

Heffingskorting en standaard heffingskorting € 2.616 -

Verschuldigde inkomensheffing € 4.219 -

Besteedbaar inkomen per jaar € 21.751

Besteedbaar inkomen per maand € 1.812

Bijstandsnorm inclusief vakantiegeld € 907

Hypotheekrente € 569

Hypotheekaflossing / premie levensverz. € 106 +

Forfait overige eigenaarslasten € 95 +

Af: 'gemiddelde basishuur' € 207 -

Woonlasten € 563 +

Nominale premie basisverzekering ZVW € 90

Premie aanvullende ziektekostenverzekering € 20 +

Door werkg./uitk.inst. ingeh. bijdrage ZVW € 140 +

Af: in bijstandsnorm begrepen deel ZVW € 43 -

Ziektekosten € 207 +

Kosten omgangsregeling € 74 +

Aflossing schulden € 125 +

Draagkrachtloos inkomen € 1.876 -

Draagkrachtruimte € 0

24. Gelet op het voorgaande heeft de man in de periode van 2 oktober 2009 tot

1 januari 2010 geen draagkracht om enige bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] te kunnen voldoen.

25. Voor zover de man heeft aangegeven dat hij in 2009 ook zorgtoeslag heeft ontvangen, maakt dat het ontbreken van draagkracht aan zijn zijde niet anders, gelet op een globale berekening die het hof dienaangaande heeft gemaakt.

De periode van 1 januari 2010 tot 1 juli 2010 (tarieven januari 2010)

Loon volgens jaaropgaven 2010 € 27.552

Eigenwoningforfait € 748

Rente en kosten van (hypothecaire) schulden € 6.825 -

Belastbare inkomsten uit eigen woning € 6.077 -

Belastbaar inkomen uit werk en woning € 21.475

- € 6.092 schijf 33,45%

- € 1.369 schijf 41,95%

Inkomensheffing box 1 € 7.461

Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 27.552

Inkomensheffing box 1 € 7.461

Heffingskorting en standaard heffingskorting € 2.881 -

Verschuldigde inkomensheffing € 4.580 -

Besteedbaar inkomen per jaar € 22.972

Besteedbaar inkomen per maand € 1.914

Bijstandsnorm inclusief vakantiegeld € 909

Hypotheekrente € 569

Hypotheekaflossing / premie levensverz. € 106 +

Forfait overige eigenaarslasten € 95 +

Af: 'gemiddelde basishuur' € 207 -

Woonlasten € 563 +

Nominale premie basisverzekering ZVW € 90

Premie aanvullende ziektekostenverzekering € 20 +

Door werkg./uitk.inst. ingeh. bijdrage ZVW € 151 +

Af: in bijstandsnorm begrepen deel ZVW € 44 -

Ziektekosten € 217 +

Kosten omgangsregeling € 74 +

Aflossing schulden € 125 +

Draagkrachtloos inkomen € 1.888 -

Draagkrachtruimte € 26

26. Van de draagkrachtruimte is 70%, derhalve € 18,-- per maand, beschikbaar voor alimentatie ten behoeve van de minderjarigen. De man is derhalve, gelet op het vorenstaande, in de periode van 1 januari 2010 tot 1 juli 2010 in staat een bijdrage van € 9,-- per kind per maand te voldoen.

De periode vanaf 1 juli 2010 (tarieven juli 2010)

Loon volgens jaaropgaven 2010 € 27.552

Eigenwoningforfait € 374

Rente en kosten van (hypothecaire) schulden € 3.413 -

Belastbare inkomsten uit eigen woning € 3.039 -

Belastbaar inkomen uit werk en woning € 24.513

- € 6.094 schijf 33,45%

- € 2.641 schijf 41,95%

Inkomensheffing box 1 € 8.735

Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 27.552

Inkomensheffing box 1 € 8.735

Heffingskorting en standaard heffingskorting € 2.881 -

Verschuldigde inkomensheffing € 5.854 -

Besteedbaar inkomen per jaar € 21.698

Besteedbaar inkomen per maand € 1.808

Bijstandsnorm inclusief vakantiegeld € 913

Hypotheekrente € 284

Hypotheekaflossing / premie levensverz. € 53 +

Forfait overige eigenaarslasten € 48 +

Af: 'gemiddelde basishuur' € 207 -

Woonlasten € 178 +

Nominale premie basisverzekering ZVW € 90

Premie aanvullende ziektekostenverzekering € 20 +

Door werkg./uitk.inst. ingeh. bijdrage ZVW € 151 +

Af: in bijstandsnorm begrepen deel ZVW € 44 -

Ziektekosten € 217 +

Kosten omgangsregeling € 74 +

Aflossing schulden € 125 +

Draagkrachtloos inkomen € 1.507 -

Draagkrachtruimte € 301

27. Van de draagkrachtruimte is 70%, derhalve € 211,-- per maand, beschikbaar voor alimentatie ten behoeve van de minderjarigen. De man is derhalve, gelet op het vorenstaande en in aanmerking nemende het voordeel buitengewone uitgaven kinderen, in de periode vanaf 1 juli 2010 in staat een bijdrage van € 150,50 per kind per maand te voldoen.

De draagkracht van de vrouw

* Het inkomen

28. De man stelt dat bij de berekening van de draagkracht van de vrouw ten aanzien van het inkomen rekening had moeten worden gehouden met de door haar ontvangen eindejaarsuitkering. Het hof zal de berekening van de draagkracht van de vrouw baseren op de door haar overgelegde jaaropgaven over 2009 en 2010. Nu in een jaaropgave reeds alle vergoedingen - waaronder de eindejaarsuitkering - en inhoudingen zijn verwerkt, zal het hof naast het loon zoals dat uit die jaaropgaven blijkt, niet nog een extra bedrag voor de door de vrouw ontvangen eindejaarsuitkering meenemen.

29. Uit de jaaropgaven blijkt dat de vrouw in 2009 een inkomen van (€ 15.911,-- +

€ 5.059,-- + € 410,-- =) € 21.380,-- bruto had. Voorts blijkt dat de vrouw in 2010 bij haar werkgever een inkomen van € 12.884,-- bruto heeft genoten. Daarnaast ontving de vrouw een bruto-uitkering van € 37,50 per week, zijnde een bedrag van € 1.950,-- bruto per jaar. Het totale inkomen van de vrouw in 2010 bedroeg derhalve € 14.834,-- bruto. Het hof zal bij de berekening van de draagkracht van de vrouw uitgaan van deze gegevens.

30. Tussen partijen is niet in geschil dat de vrouw vanaf 2 februari 2011 geen draagkracht heeft om enige financiële bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2].

31. De man is van mening dat de vrouw ten onrechte haar draagkracht heeft berekend aan de hand van een netto draagkrachtberekening. Uitgangspunt is dat bij een inkomen dat lager is dan € 2.000,-- bruto per maand, een netto draagkrachtberekening wordt opgesteld, terwijl bij een inkomen boven die grens een bruto draagkrachtberekening wordt gemaakt. Hoewel het inkomen van de vrouw onder de grens van € 2.000,-- bruto per maand ligt, zal het hof toch een bruto draagkrachtberekening opstellen. Het hof overweegt daartoe dat de vrouw in aanmerking komt voor een aantal heffingskortingen, waarmee in het kader van de onderhavige zaak rekening gehouden dient te worden. De netto draagkrachtberekening biedt daartoe geen mogelijkheden.

* De woonlasten

32. De man wijst erop dat de vrouw sinds april 2011 samenwoont met haar huidige partner, hetgeen de vrouw erkent. Volgens de man dienen de woonlasten vanaf de samenwoning te worden verdeeld over de vrouw en haar partner.

33. Gelet op het feit dat de vrouw vanaf 2 februari 2011 geen draagkracht heeft, heeft de man geen belang bij de beoordeling van deze grief. Het hof zal die beoordeling derhalve achterwege laten.

* De draagkrachtberekening

34. Nu de draagkracht van de vrouw wordt berekend in het kader van een draagkrachtvergelijking, zal de vrouw - anders dan zij in de door haar opgestelde berekening heeft gedaan - worden aangemerkt als een alleenstaande.

35. Gelet op het voorgaande en gelet op de overige, niet-betwiste bedragen, zoals die zijn opgenomen in de in eerste aanleg bij brief van 29 mei 2010 door de vrouw overgelegde draagkrachtberekening, wordt de draagkracht van de vrouw als volgt berekend.

Periode van 2 oktober 2009 tot 1 januari 2010 (tarieven juli 2010)

Loon volgens jaaropgaven 2009 € 21.380

- € 5.989 schijf 33,5%

- € 1.471 schijf 42,00%

Inkomensheffing box 1 € 7.460

Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 21.380

Kindgebonden budget € 1.322 +

Totale inkomsten € 22.702

Inkomensheffing box 1 € 7.460

Heffingskorting en standaard heffingskorting € 6.720 -

Verschuldigde inkomensheffing € 740 -

Besteedbaar inkomen per jaar € 21.962

Besteedbaar inkomen per maand € 1.830

Bijstandsnorm inclusief vakantiegeld € 907

Kale huur € 361

Af: huurtoeslag € 151 -

Af: 'gemiddelde basishuur' € 207 -

Woonlasten € 3 +

Nominale premie basisverzekering ZVW € 88

Premie aanvullende ziektekostenverzekering € 7 +

Verplicht eigen risico € 14 +

Door werkg./uitk.inst. ingeh. bijdrage ZVW € 115 +

Af: in bijstandsnorm begrepen deel ZVW € 43 -

Af: zorgtoeslag € 62 -

Ziektekosten € 119 +

Draagkrachtloos inkomen € 1.029 -

Draagkrachtruimte € 801

36. Van de draagkrachtruimte is 70%, derhalve € 561,-- per maand, beschikbaar voor een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, zijnde € 280,50 per kind per maand.

Periode van 1 januari 2010 tot 2 februari 2011 (tarieven januari 2010)

Loon volgens jaaropgave 2010 Noorderbreedte € 12.884

Ziektewetuitkering € 1.950 +

Inkomsten uit arbeid € 14.834

- € 4.962 schijf 33,45%

Inkomensheffing box 1 € 4.962

Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 14.834

Kindgebonden budget € 1.322 +

Totale inkomsten € 16.156

Inkomensheffing box 1 € 4.962

Heffingskorting en standaard heffingskorting € 5.661 -

Verschuldigde inkomensheffing € 0 -

Besteedbaar inkomen per jaar € 16.156

Besteedbaar inkomen per maand € 1.346

Bijstandsnorm inclusief vakantiegeld € 909

Kale huur € 361

Af: huurtoeslag € 151 -

Af: 'gemiddelde basishuur' € 207 -

Woonlasten € 3 +

Nominale premie basisverzekering ZVW € 88

Premie aanvullende ziektekostenverzekering € 7 +

Verplicht eigen risico € 14 +

Door werkg./uitk.inst. ingeh. bijdrage ZVW € 82 +

Af: in bijstandsnorm begrepen deel ZVW € 44 -

Af: zorgtoeslag € 62 -

Ziektekosten € 85 +

Draagkrachtloos inkomen € 997 -

Draagkrachtruimte € 349

37. Van de draagkrachtruimte is 70%, derhalve € 244,-- per maand, beschikbaar voor een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, zijnde € 122,-- per kind per maand.

De draagkrachtvergelijking

38. In beginsel dienen de onderhoudsplichtigen naar rato van hun draagkracht te voorzien in de kosten van de kinderen. Aan de hand van de hiervoor berekende draagkracht van partijen zal worden vastgesteld in welke mate door ieder van partijen in de behoefte van minderjarigen behoort te worden voorzien.

39. Zoals het hof hiervoor onder rechtsoverweging 10 heeft overwogen, bedraagt de behoefte van de minderjarigen € 272,50 per kind per maand.

40. Aangezien de man in de periode van 2 oktober 2009 tot 1 januari 2010 geen draagkracht heeft om enige bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen te kunnen voldoen, zal het hof voor die periode geen draagkrachtvergelijking opstellen en de onderhoudsverplichting van de man voor deze periode op nihil stellen.

41. In de periode van 1 januari 2010 tot 1 juli 2010 is de man in staat met een bedrag van € 9,-- per kind per maand bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] en de vrouw met een bedrag van € 122,-- per kind per maand. De gezamenlijke draagkracht van partijen overstijgt derhalve de behoefte van de kinderen niet. Gelet daarop zal het hof ook voor deze periode het opstellen van een draagkrachtvergelijking achterwege laten en de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] bepalen op € 9,-- per kind per maand.

42. Na 1 juli 2010 en tot 1 februari 2011 is de man in staat een bijdrage van € 150,50 per kind per maand te voldoen en bedraagt de voor de kinderen beschikbare draagkrachtruimte van de moeder € 122,-- per kind per maand. Partijen zijn vanaf die datum derhalve in staat samen exact de behoefte van de kinderen te voldoen. Voor deze periode zal het hof derhalve evenmin een draagkrachtvergelijking opstellen. De man dient vanaf 1 juli 2010 met een bedrag van € 150,50 per kind per maand bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen.

43. Voor de periode na 1 februari 2011 is tussen partijen niet in geschil dat de vrouw geen draagkracht (meer) heeft. Voor deze periode zal dan ook geen draagkrachtvergelijking worden opgesteld.

Slotsom

44. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep te worden vernietigd. Er zal opnieuw worden beslist als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

en opnieuw beslissende:

bepaalt de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [kind 1], geboren op 12 oktober 2000, en [kind 2], geboren op

31 december 2003, met ingang van 1 januari 2010 op € 9,-- per kind per maand en vanaf 1 juli 2010 op € 150,50 per kind per maand;

bepaalt dat deze bijdragen, voor zover de termijnen niet zijn verstreken, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw dienen te worden voldaan;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, voorzitter, A.H. Garos en G.M. van der Meer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van

18 oktober 2011 in bijzijn van de griffier.