Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BT8692

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-10-2011
Datum publicatie
19-10-2011
Zaaknummer
24-000361-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van oplichting, meermalen gepleegd, veroordeeld tot de maximale werkstraf en drie maanden gevangenisstraf voorwaardelijk. Gezien het tijdsverloop in deze zaak (de feiten zijn gepleegd in 2006, 2007 en 2008) acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet meer noodzakelijk. Het hof heeft ook beslist op de benadeelde partijen. Door de verdediging is een beroep gedaan op de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster. De lezing van verdachte komt het hof ongeloofwaardig voor nu verdachte geen plausibele verklaring heeft kunnen geven waarom hij op naam van aangeefster goederen bestelde, terwijl hij simpelweg op zijn eigen naam had kunnen bestellen. Evenmin heeft verdachte kunnen aangeven wat het belang van aangeefster is geweest bij de door verdachte gesuggereerde gang van zaken. Daarnaast heeft het hof geen enkele aanwijzing bekomen op grond waarvan de verklaring van aangeefster als niet accuraat, niet betrouwbaar, dan wel ongeloofwaardig zou kunnen worden bestempeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000361-10

Uitspraak d.d.: 14 oktober 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 28 januari 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1979],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Verdachte is door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Verder heeft de rechtbank beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 september 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling ter zake het aan verdachte onder 1 primair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] zal worden toegewezen tot een bedrag van 7.974,19 euro, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 74 dagen vervangende hechtenis, en volledige toewijzing van de vordering van benadeelde partij [benadeelde 2] van 2.129,30 euro, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 21 dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. M.S. de Groene, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 5 juli 2006 tot en met 26 februari 2007 te [plaats 1], gemeente [gemeente] en/of [plaats 2], althans in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, telkens het postorderbedrijf [bedrijf 1] te [plaats 2] heeft bewogen tot de afgifte van goederen, onder meer een DVD-cinema, een kostuum, schoenen, stofzuiger, koelkast, wasmachine, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- bij [bedrijf 1] genoemde goederen besteld op naam van mevr. [benadeelde 1] en daarbij zijn eigen adres, [adres] te [woonplaats], opgegeven, waardoor [bedrijf 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

althans indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 5 juli 2006 tot en met 10 december 2008 te [plaats 1], gemeente [gemeente], althans in Nederland, opzettelijk goederen, onder meer een DVD-cinema, een kostuum, schoenen, stofzuiger, koelkast, wasmachine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] te [plaats 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten door deze goederen te bestellen en in ontvangst te nemen, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 januari 2007 te [plaats 1], gemeente [gemeente] en/of [plaats 3], althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de bedrijven [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] te [plaats 3] heeft bewogen tot de afgifte van een computer en/of een bestedingskrediet van 2.000 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- (via zijn e-mailadres rustema@hotmail.com) bij [bedrijf 3] een computer besteld op naam van

[benadeelde 1] en/of

- een aanvraagformulier van [bedrijf 4] ingevuld, althans een bestedingskrediet aangevraagd (ter financiering van de aankoop van genoemde computer), waarbij op het formulier vermeld stond bij aanvrager/rekeninghouder: mevr. [benadeelde 1], geboortedatum

[1967], met daarbij zijn eigen adres [adres], [woonplaats] en/of

- genoemd aanvraagformulier ondertekend met de naam [benadeelde 1] en/of

- het origineel of een kopie van afschrift met volgnummer 1 van de girorekening [rekeningnummer], pagina 1, zodanig bewerkt, dat op de kopie welke bij genoemd aanvraagformulier werd gevoegd, zijn naam niet meer zichtbaar was en bij het adres van mevr. [benadeelde 1] zijn eigen adres stond en/of

- dit formulier, tezamen met een kopie van het paspoort van [benadeelde 1] en een aangepaste kopie van afschrift volgnr. 1 van girorekening [rekeningnummer], opgestuurd, waardoor [bedrijf 3] en [bedrijf 4] werden bewogen tot bovenomschreven afgiftes;

althans indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 januari 2007 te [plaats 1], gemeente [gemeente] en/of [plaats 3], althans in Nederland, een aanvraagformulier [bedrijf 4] en/of een kopie van afschrift met volgnummer 1 van de girorekening [rekeningnummer], pagina 1 - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk

- genoemd aanvraagformulier [bedrijf 4], waarbij op het formulier vermeld stond bij aanvrager/rekeninghouder: mevr [benadeelde 1], geboortedatum [1967], met daarbij zijn eigen adres [adres], [woonplaats], ondertekend met de naam [benadeelde 1] en/of

- het origineel of een kopie van afschrift met volgnummer 1 van de girorekening [rekeningnummer], pagina 1, zodanig bewerkt, dat op de kopie welke bij genoemd aanvraagformulier werd gevoegd, zijn naam niet meer zichtbaar was en bij het adres van mw [benadeelde 1] zijn eigen adres stond, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

althans indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januar 2007 tot en met 10 december 2008 te [plaats 1], gemeente [gemeente], opzettelijk een computer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het bedrijf [bedrijf 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten door deze computer te bestellen en in ontvangst te nemen, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2006 tot en met 8 maart 2007 te [plaats 1], gemeente [gemeente] en/of [plaats 4] en/of [plaats 5], althans in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 5] in [plaats 4] en/of Crediet Maatschappij "[bedrijf 2]" heeft bewogen tot de afgifte van onder meer (een doorlopend krediet van) 24.495 euro, althans enig geldbedrag, en/of (de afbetaling van een lening van [benadeelde 1] bij de DSB-bank van) 17.302 euro en/of via de postgiro 5.500 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - een aanvraagformulier, althans overeenkomst, Doorlopend Krediet ingevuld, althans een doorlopend krediet van 24.495 euro, althans enig geldbedrag, aangevraagd, waarbij op het formulier, althans die overeenkomst, vermeld stond bij Cliënt: [benadeelde 1], geboortedatum [1967], en daarbij zijn eigen adres [adres], [woonplaats] en

- genoemd aanvraagformulier, althans overeenkomst, ondertekend met de naam [benadeelde 1] en dit formulier, althans die overeeenkomst, opgestuurd, waardoor [bedrijf 5] en/of Crediet Maatschappij "[bedrijf 2]" werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

althans indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2006 tot en met 08 maart 2007 te [plaats 1], gemeente [gemeente] en/of [plaats 4] en/of [plaats 5], althans in Nederland, een aanvraagformulier, althans overeenkomst, Doorlopend Krediet van de [bedrijf 5] in [plaats 4] en/of Crediet Maatschappij "[bedrijf 2]" - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk

- genoemd aanvraagformulier, althans overeenkomst, Doorlopend Krediet ingevuld, waarbij op het formulier, althans overeenkomst, vermeld stond bij Cliënt: [benadeelde 1], geboortedatum [1967], en daarbij zijn eigen adres [adres], [woonplaats] en/of

- genoemd aanvraagformulier, althans overeenkomst, voorzien van die vermeldingen, ondertekend met de naam [benadeelde 1] en dit formulier opgestuurd, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Betrouwbaarheid aangeefster

Ter terechtzitting van het hof is door verdachte en zijn raadsvrouw de betrouwbaarheid van aangeefster [benadeelde 1] en haar verklaringen betwist, waardoor er volgens de raadsvrouw geen wettig en overtuigend bewijs is voor het onder 1 ten laste gelegde en verdachte daarvan vrijgesproken zou moeten worden.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De aangifte van [benadeelde 1] wijkt nauwelijks af van hetgeen verdachte zelf ter terechtzitting van het hof ter zake het aan hem ten laste gelegde heeft verklaard. Het verschil tussen beide verklaringen bestaat hierin dat verdachte heeft aangegeven dat de bestellingen bij Neckermann in samenspraak en in goed overleg met [benadeelde 1] zijn gedaan. De lezing van verdachte komt het hof ongeloofwaardig voor nu verdachte geen plausibele verklaring heeft kunnen geven voor het gebruik van [benadeelde 1] naam, terwijl hij simpelweg op zijn eigen naam had kunnen bestellen. Evenmin heeft verdachte kunnen aangeven wat het belang van [benadeelde 1] is geweest bij de door verdachte gesuggereerde gang van zaken. Daarnaast heeft het hof geen enkele aanwijzing bekomen op grond waarvan de verklaring van [benadeelde 1] als niet accuraat, niet betrouwbaar, dan wel ongeloofwaardig zou kunnen worden bestempeld.

Op grond van het bovenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde, zoals hieronder nader aangegeven in de bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij in de periode van 5 juli 2006 tot en met 26 februari 2007 in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels, telkens het postorderbedrijf [bedrijf 1] te [plaats 2] heeft bewogen tot de afgifte een DVD-cinema, een kostuum, schoenen, stofzuiger, koelkast en wasmachine, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid - bij Neckermann genoemde goederen besteld op naam van mevr. [benadeelde 1] en daarbij zijn eigen adres, [adres] te [woonplaats] opgegeven, waardoor Neckermann werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 januari 2007 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, de bedrijven [bedrijf 3] en [bedrijf 4] te [plaats 3] heeft bewogen tot de afgifte van een computer en een bestedingskrediet van 2.000 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- (via zijn e-mailadres rustema@hotmail.com) bij [bedrijf 3] een computer besteld op naam van

[benadeelde 1] en door middel van een aanvraagformulier een bestedingskrediet aangevraagd (ter financiering van de aankoop van genoemde computer) en waarbij op het formulier vermeld stond bij aanvrager/rekeninghouder: mevr. [benadeelde 1], geboortedatum [1967], met daarbij zijn eigen adres [adres], [woonplaats] en

- genoemd aanvraagformulier ondertekend met de naam [benadeelde 1] en

- het origineel of een kopie van afschrift met volgnummer 1 van de girorekening [rekeningnummer], pagina 1, zodanig bewerkt, dat op de kopie welke bij genoemd aanvraagformulier werd gevoegd, zijn naam niet meer zichtbaar was en bij het adres van mw [benadeelde 1] zijn eigen adres stond en

- dit formulier, tezamen met een kopie van het paspoort van [benadeelde 1] en een aangepaste kopie van afschrift volgnr. 1 van girorekening [rekeningnummer], opgestuurd, waardoor [bedrijf 3] en [bedrijf 4] werden bewogen tot bovenomschreven afgiftes;

3.

hij in de periode van 1 december 2006 tot en met 8 maart 2007 in Nederland, met het oogmerk om zich en wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 5] in [plaats 4] en/of Crediet Maatschappij "[bedrijf 2]" heeft bewogen tot de afgifte van een doorlopend krediet van 24.495 euro, en (de afbetaling van een lening van [benadeelde 1] bij de DSB-bank van)

17.302 euro en via de postgiro 5.500 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- een overeenkomst Doorlopend Krediet, waarbij op die overeenkomst vermeld stond bij Cliënt: [benadeelde 1], geboortedatum [1967], en daarbij zijn eigen adres [adres], [woonplaats], ondertekend met de naam [benadeelde 1] en die overeenkomst opgestuurd, waardoor [bedrijf 5] en/of Crediet Maatschappij "[bedrijf 2]" werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair en 2 primair bewezen verklaarde levert op:

Oplichting, meermalen gepleegd;

Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

Oplichting.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft in de periode van 5 juli 2006 tot 26 februari 2007 op naam van zijn

ex-partner [benadeelde 1] en buiten haar medeweten een ruime hoeveelheid goederen besteld bij Neckermann en bij zijn eigen woning laten bezorgen zonder de intentie om deze goederen te betalen. Hij had die goederen nodig om zijn woning in te richten om daar met zijn (nieuwe) vrouw enigszins comfortabel te kunnen wonen. Van dit alles had hij [benadeelde 1] niet op de hoogte gesteld.

Daarnaast heeft verdachte in januari 2007, door zich uit te geven als [benadeelde 1], middels een valse handtekening en het overleggen van vervalste schriftelijke stukken, [bedrijf 3] bewogen tot afgifte van een computer en [bedrijf 4] bewogen tot het verstrekken van een krediet van 2.000 euro.

Voorts heeft verdachte in de periode van 1 december 2006 tot en met 8 maart 2007, wederom door zich uit te geven als [benadeelde 1], bij de [bedrijf 5] en/of Credietmaatschappij "[bedrijf 2]" een krediet afgesloten ter hoogte van 24.495 euro op

naam van voornoemde [benadeelde 1]. Van dat bedrag heeft hij bijna 5500 euro in eigen zak gestoken. Verder heeft hij ervoor gezorgd dat [benadeelde 1] werd opzadeld met een duurdere lening dan zij had.

Door zijn slinkse en berekende wijze van handelen heeft verdachte voornoemde bedrijven en [benadeelde 1] financieel in aanzienlijke mate benadeeld. Bovendien is het vertrouwen dat een bedrijf in zijn klanten moet kunnen stellen hierdoor geschaad en heeft hij voorts het vertrouwen van zijn ex-partner ernstig beschaamd.

Uit het de verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 september 2011 blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, zij het van andersoortige aard.

Een vrijheidsstraf, als door de rechtbank opgelegd, is, gelet op de ernst van de feiten, naar het oordeel van het hof in beginsel passend en geboden. Daarbij wordt echter in aanmerking genomen dat sprake is van een fors tijdsverloop in deze zaak, in die zin dat het al geruime tijd geleden is dat de strafbare feiten zich hebben voorgedaan. Overigens is van overschrijding van de redelijke termijn geen sprake.

Daarom acht het hof het thans niet meer aangewezen om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen. In plaats daarvan zal, gelet op de ernst van de feiten, oplegging van een werkstraf voor de duur van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden worden opgelegd. Deze voorwaardelijke straf dient mede om verdachte ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt 29.167,91 euro. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] bv

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt 2.129,30 euro. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 1], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] bv

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde 2] bv terzake van het onder 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van 2.129,30 euro (tweeduizend honderdnegenentwintig euro en dertig cent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] bv, een bedrag te betalen van 2.129,30 euro (tweeduizend honderdnegenentwintig euro en dertig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 31 (eenendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. J. Hielkema, voorzitter,

mr. P. Koolschijn en mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier,

en op 14 oktober 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. P. Koolschijn is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.