Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7394

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-10-2011
Datum publicatie
12-10-2011
Zaaknummer
24-003016-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van vernieling. Verdachte heeft tijdens een ruzie met haar toenmalige vriend meerdere ruiten van diens woning ingeslagen, een deur en ruiten van een kast vernield. Straf: Werkstraf van 42 uren, waarvan 22 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en aftrek van voorarrest. Het hof ziet geen aanleiding om een bijzondere voorwaarde te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-003016-10

Uitspraak d.d.: 12 oktober 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 6 december 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1982],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 september 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 42 uren, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. A.H.J. Damminga, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 07 juli 2009 in de gemeente [gemeente] in een woning gelegen aan de [adres] opzettelijk en wederrechtelijk één of meerdere ruiten en/of een deur (in en/of van voornoemde woning) en/of één of meerdere (onder)delen van het interieur (televisie en ruiten kast woonkamer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan woningbouwvereniging [benadeelde] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 7 juli 2009 in de gemeente [gemeente] in een woning gelegen aan de [adres] opzettelijk en wederrechtelijk meerdere ruiten en een deur in en/of van voornoemde woning en meerdere (onder)delen van het interieur (televisie en ruiten kast woonkamer), toebehorende aan woningbouwvereniging [benadeelde] en/of [slachtoffer], heeft vernield.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 7 juli 2009 tijdens een ruzie met haar toenmalige vriend [slachtoffer] meerdere ruiten van diens woning ingeslagen, een deur van de WC en ruiten van een kast vernield. Verdachte heeft met dit handelen schade en hinder veroorzaakt en inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van [slachtoffer].

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof aangegeven dat de relatie met [slachtoffer] is verbroken en dat zij thans alleen woont. Volgens verdachte vormde de moeizame relatie met [slachtoffer] ten tijde van het ten laste gelegde feit de oorzaak voor veel problemen. Nu deze relatie is geëindigd gaat het naar eigen zeggen veel beter met haar. Er is volgens verdachte geen sprake (meer) van een agressieprobleem. Verdachte heeft momenteel een baan als machineoperator bij een bedrijf in [plaats] en zegt haar middelengebruik onder controle te hebben, in die zin dat ze geen drugs meer gebruikt en alleen nog in het weekend alcohol drinkt.

Ter terechtzitting van het hof is tevens het reclasseringsadvies van 23 september 2009 aan de orde gekomen. Verdachte heeft aangegeven dat zij het nut van een behandeling bij Tactus - zoals door de reclassering is geadviseerd - niet inziet, aangezien zij haar leven thans goed op orde heeft.

Bij de strafoplegging neemt het hof in aanmerking dat verdachte blijkens een haar betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 12 juli 2011 als volwassene niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Gezien het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf - zoals door de politierechter is opgelegd - niet passend. Het hof zal - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - een werkstraf voor de duur van 42 uren, met aftrek van voorarrest, opleggen. Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof evenwel aanleiding om een gedeelte van deze straf, te weten 22 uren, in voorwaardelijke vorm op te leggen, met een proeftijd van 2 jaren. Het voorwaardelijke deel van de straf dient als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan een (soortgelijk) strafbaar feit. Gelet op de verstreken tijd, alsmede gezien hetgeen met betrekking tot de (gewijzigde) persoonlijke omstandigheden van verdachte ter terechtzitting aan de orde is gekomen, ziet het hof geen aanleiding om in het kader van de strafvordering als bijzondere voorwaarde een behandeling op te leggen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 535,50. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Nu gebleken is dat de schade die de benadeelde heeft geleden reeds door de verzekeringsmaatschappij is vergoed, kan de benadeelde partij niet in haar vordering worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf, groot 22 (tweeëntwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren werkstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. K. Lahuis, voorzitter,

mr. A.J. Rietveld en mr. T.H. Bosma, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 12 oktober 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Rietveld is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.