Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7303

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
06-10-2011
Datum publicatie
12-10-2011
Zaaknummer
24-002663-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt vrijgesproken van het aan primair en subsidiair ten laste gelegde (poging tot) ontucht. Gemotiveerde vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002663-10

Uitspraak d.d.: 6 oktober 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 10 november 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1961],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 september 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het subsidiair ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 40 uren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. M.M. Rietveldt, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 9 mei 2009, in de gemeente Leek, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het aanraken, bevoelen en/of betasten van de borsten van die [slachtoffer] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte voormelde handeling(en) zodanig snel, plotseling en/of onverhoeds heeft gepleegd dat die [slachtoffer] niet in staat was die handeling(en) af te weren of daaraan weerstand te bieden;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 9 mei 2009, in de gemeente Leek, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), met voormeld oogmerk, plotseling en/of onverhoeds met zijn handen onder het shirt van die [slachtoffer] is gegaan, althans met zijn handen in de richting van de borsten van die [slachtoffer] is gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Ten aanzien van hetgeen zich op 9 mei 2009 te Leek heeft afgespeeld gaat het hof uit van het relaas van aangeefster ten overstaan van de getuige [getuige 1], een dag na het gebeuren. Destijds heeft zij tegenover deze getuige aangegeven dat verdachte haar had aangeraakt en dat zij dit had kunnen afweren, maar dat hij anders haar borsten zou hebben aangeraakt. Zij heeft tegenover deze getuige echter ook verklaard dat [verdachte] het aanraken ook wel uit "enthousiasme" gedaan zou kunnen hebben "zonder dat hij hier wat mee bedoelde". In hetzelfde gesprek met de getuige heeft aangeefster aangegeven dat het hele gebeuren zo'n indruk op haar had gemaakt, omdat zij zoveel had meegemaakt. Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting van de politierechter en het hof verklaard dat hij aangeefster weliswaar (bij de schouders) heeft aangeraakt, maar ten stelligste ontkend de intentie te hebben gehad haar borsten aan te raken. Gelet op het voorgaande levert de aangifte alsmede de verklaring van getuige [getuige 2] onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om van ontucht te kunnen spreken. Het feit dat het slachtoffer de aanraking als ongewenst heeft ervaren doet aan het vorenstaande niet af.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter,

mr. T.H. Bosma en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse, griffier,

en op 6 oktober 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.A. Wiarda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.