Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7283

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
06-10-2011
Datum publicatie
11-10-2011
Zaaknummer
24-000044-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake het vissen met levend aas, het benadelen van het welzijn van een vis en het opgeven van valse identiteitsgegevens veroordeeld tot (deels voorwaardelijke) geldboetes, met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000044-11

Uitspraak d.d.: 6 oktober 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 5 januari 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1958],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 september 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot geldboetes van respectievelijk 250 euro, 140 euro en 190 euro. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de laatste twee geldboetes voorwaardelijk worden opgelegd, met telkens een proeftijd van 2 jaar. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 november 2009 te of bij [plaats], in de gemeente [gemeente], zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij een vis (snoekbaars) pijn en/of letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid en/of het welzijn van die vis heeft benadeeld, immers heeft hij die vis niet onmiddellijk na de vangst gedood, doch deze in levende staat op het droge gelegd en/of gehouden;

2.

hij op of omstreeks 14 november 2009 te of bij [plaats], in de gemeente [gemeente], in het water van het [naam water], zijnde dit een water als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder d van de Visserijwet 1963, heeft gevist met een of meer hengel(s), althans een vistuig(en) als bedoeld in artikel 2 van het Reglement voor de Binnenvisserij 1985, terwijl hij, verdachte, daarbij levende vissen als aas heeft gebruikt;

3.

hij op of omstreeks 14 november 2009 te of bij [plaats], in de gemeente [gemeente], door het bevoegd gezag, te weten door [verbalisant], brigadier van politie en/of [verbalisant], aspirant van politie, naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een vals(e) naam en/of voornaam en/of adres waarop hij in de basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, heeft opgegeven.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op 14 november 2009 te [plaats], in de gemeente [gemeente], zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij een vis (snoekbaars) pijn heeft veroorzaakt en de gezondheid en het welzijn van die vis heeft benadeeld, immers heeft hij die vis niet onmiddellijk na de vangst gedood, doch deze in levende staat op het droge gelegd en gehouden.

2.

hij op 14 november 2009 te of bij [plaats], in de gemeente [gemeente], in het water van het [naam water], zijnde dit een water als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder d van de Visserijwet 1963, heeft gevist met een of meer hengels, terwijl hij, verdachte, daarbij levende vissen als aas heeft gebruikt.

3.

hij op 14 november 2009 te of bij [plaats], in de gemeente [gemeente], door het bevoegd gezag, te weten door [verbalisant], brigadier van politie en [verbalisant], aspirant van politie, naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse naam en voornaam en adres waarop hij in de basisadministratie persoonsgegevens als ingezetene staat ingeschreven, heeft opgegeven.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op het misdrijf:

onder 1:

een gedraging in strijd met de voorschriften vastgesteld bij artikel 36, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

en de overtredingen:

onder 2:

overtreding van een voorschrift krachtens artikel 2c van de Visserijwet 1963;

onder 3:

door het bevoegd gezag naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse naam en voornaam en adres waarop hij in de basisadministratie persoonsgegevens als ingezetene staat ingeschreven, opgeven.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft gevist met levende vissen als aas en hij heeft na de vangst van een snoekbaars deze niet gedood, maar nog levend op het droge gelegd. Door zo te handelen heeft verdachte het welzijn van deze vissen benadeeld. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het opgeven van valse identiteitsgegevens.

Het hof heeft gelet op een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 11 juli 2011. Hieruit blijkt dat verdachte eenmaal eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Voorts heeft het hof in aanmerking genomen hetgeen ter terechtzitting door verdachte omtrent zijn persoonlijke omstandigheden naar voren is gebracht. Er is onder meer gebleken dat verdachte ernstige psychische problemen heeft en forse schulden.

Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat oplegging van geldboetes voor de bewezen verklaarde feiten passend is. In de lastige persoonlijke omstandigheden waarin verdachte thans verkeert, ziet het hof aanleiding om een deel van deze geldboetes voorwaardelijk op te leggen. Aan de voorwaardelijk op te leggen geldboetes zal een proeftijd van 2 jaar worden verbonden. Met betrekking tot de onvoorwaardelijke geldboete zal het hof betaling in termijnen toestaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c, 62 en 435 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 2c en 56 van de Visserijwet 1963, artikel 36 en 121 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 2 van het Besluit verbod gebruik levend aas.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 140,00 (honderdveertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 190,00 (honderdnegentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de onvoorwaardelijke geldboete van EUR 250,00 mag worden voldaan in 2 (twee) termijnen van 1 maand, elke termijn groot EUR 125,00 (honderdvijfentwintig euro).

Aldus gewezen door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse, griffier,

en op 6 oktober 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.A. Wiarda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.